Geen zicht op oplossing voor vloot in Zwarte Zee

MOSKOU, 26 APRIL. Het kan nog wel een jaar duren voordat Rusland en de Oekraïne de problemen over de Zwarte-Zeevloot hebben opgelost, nu de Oekraïne plotseling 'absurde' eisen is gaan stellen. Dat zei de Russische minister van defensie, Pavel Gratsjov, gisteren, op de dag dat volgens de presidenten van Rusland en de Oekraïne het dispuut over de gemeenschappelijke marinevloot voorgoed uit de wereld had moeten zijn.

Al sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hebben de twee buurlanden meningsverschillen over de vloot in de Zwarte Zee. Het gaat om ongeveer 400 marineschepen. In de praktijk neemt de Russische opperbevelhebber van de vloot alleen orders aan uit Moskou, maar thuisbasis is de Oekraïense haven Sevastopol. Afspraken om de vloot gezamenlijk te beheren, om haar te verdelen, of om het Oekraïense 'deel' aan Rusland te verkopen zijn steeds op niets uitgelopen. Na een week vol incidenten tussen de Zwarte-Zeevloot en de eigen marine die de Oekraïne inmiddels aan het opbouwen is, zeiden de presidenten Jeltsin en Kravtsjoek op vrijdag 15 april dat zij overeenstemming hadden bereikt over verdeling van de vloot. Hun ministers van defensie kregen opdracht binnen tien dagen de details te regelen.

Minister Gratsjov zei gisteren dat zijn Oekraïense ambtgenoot tijdens de daaropvolgende onderhandelingen ineens eisen ging stellen die veel verder gaan dan in het akkoord tussen beide presidenten is vastgelegd. Over de verdeling van de schepen is afgelopen vrijdag overeenstemming bereikt: 18 procent voor de Oekraïne en de rest voor Rusland. Maar over de verdeling van de bases ontstond zo'n ruzie dat Gratsjov woedend de vergadertafel verliet. Kern van het dispuut is het gebruik van Sevastopol. Rusland wil deze haven voor zichzelf, terwijl de Oekraïne meent dat ook de Oekraïense marine van deze haven gebruik moet mogen maken.