Een verboden liefde op school

Voor de ingang van de Haagse rechtszaal heeft zich rond de verdachte een royale kring van vrienden - onder wie ook zijn vriendin - verzameld. Hij zal hun morele steun hard nodig hebben, want hij moet terechtstaan voor een ernstig feit: ontucht met een leerlinge uit zijn klas.

Charles Patrenen, leraar op een scholengemeenschap, was 32 jaar toen hij in 1992 een relatie kreeg met de 15-jarige Joke Linsteeg uit de derde brugklas HAVO/VWO. Er groeide vanaf februari een relatie tussen hen die op 19 oktober 1992 volledig uit de hand liep. Toen voltrok zich een seksueel contact waarvan Joke een half jaar later aangifte zou doen bij de politie.

Patrenen maakt een rustige, zelfbewuste indruk. De politierechter, mr. W. Schuering, vraagt hem naar de voorgeschiedenis.

“De seks was niet het doel”, zegt Patrenen. “Ik was haar steun en toeverlaat - zó is het begonnen. Ze vertrouwde mij haar problemen toe tijdens enkele dagen die we met de klas buiten de school doorbrachten. Ik heb mijn persoonlijke gevoelens op den duur niet kunnen scheiden van de hulpverlening. Daar komt de ontucht uit voort.”

“Is er op die schooldagen al iets gebeurd?”

“Nee.”

“U heeft haar op een avond ten dans gevraagd en uw hand op haar billen gelegd, zeggend: 'Zo doen vieze ventjes'.”

“Ja, maar dat had ik met een collega in scène gezet voor een foto.”

Na die schooldagen bracht Joke, samen met een andere leerlinge, enkele bezoekjes aan Patrenen. Ze schreef hem ook een brief waarin ze haar beklemmende, persoonlijke situatie toelichtte. Haar ouders waren gescheiden en ze had een slechte band met hen. Ze woonde bij haar moeder die door haar drukke baan weinig tijd voor haar had. Bovendien dreigde binnenkort haar geliefde broer te vertrekken.

Haar vader zocht soms seksuele toenadering tot haar. Ze durfde zich met haar ervaringen niet bij een instelling te melden, omdat haar vader bij het Riagg werkte. Ze was bang dat hij ontslagen zou worden.

In juli 1992 moest ze met haar vader op vakantie en ze schreef Patrenen hoezeer ze daar tegenop zag. Om haar op te monteren, stelde Patrenen haar voor om nog vóór de vakantie 'iets leuks' te gaan doen. Het werd een bezoek aan een dancing.

“Wat is daar gebeurd?” vraagt de rechter.

“Ik heb haar geprobeerd te zoenen. Zij weerde het af. Het was duidelijk dat ik verliefd was geworden.”

“Realiseerde u zich niet dat u een vaste vriendin had en dat Joke op dat moment erg kwetsbaar was?”

“Zij kwam een dosis liefde te kort. Je kunt zeggen: je hebt misbruik gemaakt, maar zij had behoefte aan een arm om haar heen. Ik besef achteraf dat het het slechtste was wat ik kon doen. Maar ik was verliefd en ik stond onder de druk van een aantal tentamens en de zelfmoord van een collega. Dan doe je dingen waarvan je achteraf denkt: hoe heb ik dat in godsnaam kunnen doen?”

Na de avond in de dancing zocht Patrenen Joke op om zijn excuses aan te bieden. “Toen is het toch fout gegaan”, zegt hij tegen de rechter. “Ik kan niet zeggen van wie het initiatief uitging.”

“Joke zegt dat haar verliefdheid na die avond in de dancing voorbij was.”

“Dat is niet waar.”

Patrenen laat een bundeltje brieven zien en pakt er een uit. “Deze is van 27 juli. Ze schrijft: 'Ik ben nu erger verliefd op je, ik mis je al na twee dagen. Ik ben blij dat ik je niet gezoend heb, maar ik weet niet hoe ik nou verder tegen je moet doen'.”

Na de vakantieperiode werd de relatie verdiept. Patrenen: “Ik zei: we moeten erover praten. Op dat moment had ze kunnen zeggen: ik wil niet verder.” Patrenen bezocht haar een keer of zeven na schooltijd, niet langer dan een uurtje. “Toen heb ik inderdaad haar borsten betast”, geeft hij toe.

Een vriendin van Joke schreef Patrenen dat hij ermee moest ophouden, omdat Joke dat zelf niet durfde aan te geven. “Ik heb dat met Joke besproken”, vertelt Patrenen, “en haar gevraagd: wil je stoppen? Ik zei: jij moet de grens aangeven tot hoe ver we kunnen gaan.”

De rechter kijkt hem meewarig aan. “Kunt u zich voorstellen dat Joke dat niet durfde te zeggen?”

“Achteraf wel, maar ik heb haar nooit onder druk gezet.”

“Die druk was er toch automatisch: zij was uw leerling en ze vertelde u vertrouwelijke dingen.”

Op de fatale datum - 17 oktober 1992 - brengt Joke een bezoek aan Patrenen. Aan de politie vertelde ze later dat hij haar zijn slaapkamer liet zien. Daar begon hij haar te zoenen, trok haar bloes en broek uit en betastte borsten en vagina. “Ik zei nee”, beweerde Joke.

“Zo is het niet gegaan”, zegt Patrenen nu. “Ik heb het niet tegen haar wil gedaan, zo zit ik niet in elkaar.”

Patrenen is nog werkzaam op de school - hij is er met een officiële berisping vanaf gekomen. Joke heeft de school verlaten.

De officier van justitie, mevrouw mr. A. Don, vraagt Patrenen of er op zijn lerarenopleiding voldoende aandacht is besteed aan het veel voorkomende verschijnsel van op leraren verliefde leerlingen. “Nee”, zegt hij, “het is een taboe.”

Dan komt mevrouw Linsteeg, de moeder van Joke, naar voren. Ze dient een schadeclaim in van 1175 gulden voor de psychotherapie die Joke nog steeds nodig heeft. “Ze zit nog helemaal in de knoei.”

“Was ze daarvóór dan een normaal, vrolijk kind”, wil de advocate van Patrenen, mr. C. Oosterveer, weten.

“Tegenover mij wel. Verder was ze nogal gesloten. Ze miste een vaderfiguur en die heeft ze in Patrenen gezocht.”

De officier eist zes weken gevangenis waarvan drie voorwaardelijk. “Het gaat er niet om of het al dan niet tegen haar wil gebeurde”, zegt ze. “Zij was in een afhankelijke positie en kon haar wil niet bepalen. Ik vraag me af of deze man geschikt is voor zijn beroep.”

Mr. Oosterveer wijst erop dat Patrenen na een onvoorwaardelijke straf alsnog ontslagen kan worden door zijn school. Ze bestrijdt dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie. “Het initiatief ging niet alleen van hem uit.”

Achter de rug van de advocate ontstaat enige beroering. “Weet u wat er gebeurt als een kind aangerand wordt?” brult een man. “Mijn dochter zou graag wat dingen willen weerleggen”, roept mevrouw Linsteeg. “Dat kan niet”, zegt de rechter.

Joke blijkt naast haar moeder te zitten. Ze roept huilend: “Iedereen mag wat zeggen, maar ik niet.”

De rechter begint aan zijn vonnis. Hij acht 'ernstig misbruik van afhankelijkheid' wel degelijk bewezen. Hij legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken op - te vervangen door 48 uur onbetaalde arbeid - plus drie weken voorwaardelijk. Ook de schadeclaim wijst hij toe.

Joke glipt aan de hand van een vriendje de zaal uit, Patrenen laat zich omhelzen door zijn vriendin op de eerste rij.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.