Depressief van lezen? Geweldig!

Vooys, 12de jrg nr 3. 60 blz.ƒ6,50. Trans 10, 3512 JK Utrecht. Argus, 2de jrg.nr 1. 68 blz.ƒ12. Uitg.Molior Hoogezand, fax 05980-80794

Twee kleine tijdschriften die afkomstig zijn uit universitaire kringen steken met kop en schouders boven de andere uit: Vooys, van de Utrechtse neerlandici, en Argus, dat gemaakt wordt aan de Universiteit van Amsterdam. Ze verdienen een breder publiek dan de eigen studenten en docenten, hoewel ze vermoedelijk niet gemakkelijk buiten Utrecht en Amsterdam te vinden zullen zijn.

Het nieuwe nummer van Vooys heeft stukken over de literatuuropvattingen van Frans Kellendonk, over de Nederlandse reakties op Joyce's Ulysses, over de invloed van Van Schendel op jonge Nederlandse auteurs, en een interview met twee heren die werken aan een nieuwe literatuurgeschiedenis van 1880-1990. Hans van Stralen legde Reve's verhaal Eendje Kwak Kookt Zijn Eigen Potje naast de theorieën van Bergson om het komische van de tekst te verklaren - “De duidelijkste relatie tussen Bergsons filosofie van het komische en Reve's verhaal manifesteert zich rond de Reviaanse omzetting van Bergsons creatieve en onzichtbare élan vital naar een stroom uitwerpselen.”

Frans Ruiter en Wilbert Smulders schreven enige tijd geleden een geruchtmakend artikel in Maatstaf (1992/4) over het uitblijven van opvolgers van De Grote Drie: Hermans, Mulisch en Reve. In hun nieuwe literatuurgeschiedenis zal de literatuur nadrukkelijk tegen een cultuurhistorische achtergrond geplaatst worden - historici en sociologen leveren een belangrijke bijdrage. “Wij problematiseren het idee van literatuur waar we allemaal mee opgegroeid zijn. Het idee dat literatuur zoiets bijzonder hoogs is, waarvan je tijdens het lezen ultieme dingen opsteekt of waarbij je een verfijnd esthetisch genoegen ten deel valt. (-) Voor ons zijn de jaren '60 een duidelijk breekpunt geweest omdat het elitaire aristocratische literatuurbegrip daar definitief het loodje legde. Maar eigenlijk wordt de literatuurgeschiedenis nog steeds vanuit die oude literatuuropvatting van vóór '60 geschreven.” Ruiter en Smulders lieten zich niet toevallig fotograferen in een MacDonalds-restaurant. Ze lijken vastberaden van plan een paar flinke stenen in de vijver van de neerlandistiek te werpen.

Het Amsterdamse Argus is veel jonger dan Vooys en bestrijkt als 'cultureel tijdschrift' een breder terrein. Vinger aan de pols, lijkt het devies, en zo vinden we in het eerste nummer van de tweede jaargang iets over Rob Erkelens van de 'Generatie Nix', de opera-in-wording Rosa van Andriessen en Peter Greenaway, 'montage' en 'zappen' in de literatuur - zoals in Giph van een ander lid van de 'Generatie Nix'. Van Erkelens over reakties op zijn roman Het uur van lood: “Ik kreeg een groot compliment: de ene dag kwam een oudere meneer me vertellen dat hij niet door mijn boek heenkwam, omdat hij het niet begreep. Een dag later meldt een meisje dat ze na het lezen drie dagen depressief in bed heeft gelegen. Dat vond ik dus geweldig! (-) Misschien zijn wij beter in staat om deze tijd te beschrijven dan oudere schrijvers.”

Argus is wat oppervlakkiger dan Vooys, en meer gericht op de literaire actualiteit.

    • Margot Engelen