De voorouders Voorhees kwamen met De Bonte Koe

“Als ik het goed begrijp waren wij Hollands uitschot”, zegt Tweed Roosevelt van de Holland Society of New York. Hij houdt de stilte even vast. “Maar kijk eens hoe goed we het hebben gedaan!” roept hij uit. Er gaat een gejuich op in de volle New-Yorkse dinerzaal. Hier zit de aristocratie van de Verenigde Staten en in hun namen - Bogardus, Van Schaick, Wyckoff - klinken echo's door van eeuwen terug. Logisch, want praktisch alle leden zijn afstammelingen in de mannelijke lijn van bewoners van New Netherland, het Hollands Amerika van voor 1664. Slechts een enkeling beheerst het Nederlands.

Tweed Roosevelt gaat verder: “Wij hebben een kwart van de Amerikaanse presidentschappen voor onze rekening genomen!” De zaal smult. Roosevelt, kleinzoon van president Teddy Roosevelt, is een graag gezien lid van de Holland Society en hij krijgt deze avond een medaille wegens bijzondere verdiensten. De leden van de exclusieve club zijn bijeengekomen voor de jaarlijkse ledenvergadering en het aansluitend diner. De Vanderveers, DeGroffs en Van Renselaers zijn trots op hun oorsprong.

Traditiegetrouw dragen twee jongere leden aan het begin van het diner een opgezette bever binnen. De beverbonthandel was een van de economische steunpilaren van de vroegere kolonie en het dier heeft dan ook een plaatsje veroverd in het wapen van de stad New York. De leden brengen hulde aan het beest en zingen vervolgens het Nederlandse en het Amerikaanse volkslied. De recent aangetreden Nederlandse consul Tjako van den Hout brengt een toast uit op de Amerikaanse president. Ook koningin Beatrix wordt daarna niet vergeten.

De Holland Society heeft 876 leden en het ledenaantal daalt langzaam. “Het schommelde altijd omstreeks de duizend”, zegt Annette van Rooy, de machtige secretaresse van de Society. De club bevordert instandhouding van de Nederlandse erfenis door projecten te sponsoren, een bibliotheek bij te houden en het blad de Halve Maen uit te geven. Contributie is slechts 60 dollar per jaar, de Society moet het dan ook hebben van donaties.

Vereiste voor lidmaatschap is dat de voorouders inwoners waren van New Netherland vóór 1675. De smeltkroes die de Nederlandse kolonie destijds was laat daardoor in principe toe dat ook afstammelingen van sommige Amerikaanse indianen, van de eerste slaven en van talrijke andere nationaliteitdragers lid zijn. In 1664, toen de Nederlanden de Amerikaanse kolonie verloren aan de Engelsen, had immers slechts veertig procent van de inwoners de Nederlandse nationaliteit. De Holland Society, opgericht in 1885, is echter geen getrouwe afspiegeling van New Netherland. Afgezien van het feit dat de club alleen mannen toelaat, is het, getrouw naar zijn naam, vooral een club van Amerikanen wier voorouders uit Nederland kwamen.

John Voorhees (21) is samen met zijn vader David (53) naar Manhattan gekomen om de vergadering en het diner bij te wonen. Ze zijn overgekomen uit Herndon, Virginia. De jonge Voorhees is sinds twee jaar lid en dit is zijn tweede jaarvergadering. In het dagelijks leven is hij ober en amateur-bokser. Hij behoort tot de tiende generatie Voorhees in Amerika. Zijn band met Nederland loopt via de voorouder Voorhees die in 1660 met het schip De Bonte Koe overvoer. De derde van de vier 17de-eeuwse zonen Voorhees, Jan, is zijn Amerikaanse stamvader.

De familie Voorhees was afkomstig uit de buurt van Hees in Drente. Vader David is er nog eens wezen kijken. De zoon, die als militair in Duitsland gelegerd was, is nooit in Drente geweest maar hoopt er nog eens heen te gaan. Mark Van Wormer (31) uit Englewood, New Jersey, wéét dat zijn Nederlandse voorouder Jan Jansen heette maar of die inderdaad uit Wormer kwam kan hij niet zeggen. “Mijn vader weet dat allemaal”, zegt hij. “Die heeft de hele genealogie uitgezocht.”

Vrouwelijke afstammelingen van de eerste bewoners van New Netherland kunnen geen lid worden. De Holland Society is een mannenbeweging. Oude haviken bewaken al jaren de statuten van de Holland Society. Opnieuw was er dit jaar een wilde vergadering, gevolgd door een stemming. Er werd stevige taal gebruikt en voor- en tegenstanders betrokken opnieuw hun jaarlijkse stellingen. Halverwege het diner maakt de President de uitslag van de stemming bekend. “Er zijn 376 geldige stemmen uitgebracht”, aldus Peter Van Dyke, “en 244 zijn vóór wijziging van artikel III, lid 1. Voor wijziging is echter een tweederde meerderheid, of 251 stemmen, nodig. Het voorstel heeft het niet gehaald.”

Wijziging van de statuten zou betekenen dat zusjes en dochters van de huidige leden kunnen toetreden. Zonen en dochters van dochters zijn zelfs na wijziging nog uitgesloten van lidmaatschap. “Potverdikke”, zegt iemand, die alleen iets wil zeggen op voorwaarde van anonimiteit, “de meerderheid wil graag vrouwen toelaten en de club heeft het nodig, maar de minderheid kan het nog steeds tegenhouden!” Hij verwacht dat als het voorstel het haalt het aantal leden misschien wel met de helft van het huidige aantal zou toenemen. Voor het zover is moeten de leden opnieuw een jaar wachten en zien dat ze tweederde van de stemmen halen. Intussen staat de Holland Society met één voet nog stevig in de 17de eeuw.

    • Lucas Ligtenberg