De betoverde cirkel

NIJMEGEN - 'Als je goed kijkt, zie je straks alles gebeuren', zegt ze. 'Je ziet op zo'n bijeenkomst de hele psychologie van de politiek in het klein. Je ziet natuurlijk wie met wie praat, en hoe er gepraat wordt: over niks, of over serieuze zaken. Je ziet hoe mensen over de schouder loeren van hun gesprekspartner, op zoek naar een nog interessanter doelwit. Degenen met de meeste macht pik je er direct uit als je vanaf een galerij naar beneden kijkt: als ijzervijlsel verzamelt zo'n babbelende menigte zich altijd ongemerkt rond twee, drie polen. Schijnbaar argeloos, maar toch zeker van zichzelf beweegt men zich al groetend en pratend in de richting van zo'n centrum: een minister, een prominent kamerlid, een pasgekozen wethouder. Je ziet tegelijk hoe de vrouwen en vriendinnen van de macht vrijwel genegeerd worden, tenzij ze nuttig zijn als opstapje. Verder zijn er natuurlijk de gewone leden, de nieuwsgierige kiezers, de gekken en de betweters. En daartussendoor lopen de regelkonten, die mensen aan elkaar voorstellen en vragen: Zal ik een pilsje voor je halen? En zo eentje ben ik.'

Liesbeth Jansen is de rustige rechterhand van PvdA-partijvoorzitter Felix Rottenberg, een van de stille krachten zoals er die in iedere grote partij wel een paar rondlopen: altijd aanwezig, altijd achter de schermen, de vertrouwelingen zonder pretenties en kapsones. We zijn op weg naar Nijmegen, waar volgens het campagnedraaiboek een ontmoeting zal plaatsvinden tussen een aantal partijprominenten en de gewone leden. De partijvoorzitter komt uit Zwolle, waar hij op bezoek was bij het distributiecentrum van Albert Heijn en Scania, de partijleider was te gast in een Arnhems bejaardencentrum, het kamerlid en de staatssecretaris hebben een dag achter de rug met een phone-in van radio Berkelstroom, een lunch in het Volkshuis van Zutphen en een bezoek aan de werkvoorziening Delta, en de minister komt bij een chemische fabriek vandaan en moest daarna een gesprek voeren over de zelfredzaamheid van allochtonen. 'Het is pure topsport deze dagen, we denken alleen aan winnen, en tegelijk draait alles op humeuren', zegt Liesbeth Jansen, 'Een soort jongensspel lijkt het soms wel. Zo gaat het bij ons, en ik weet zeker dat het bij de andere grote partijen weinig anders is.'

Ooit beschreef een lobbyist in Rolling Stone het gesloten politieke systeem van Washington als een stad vol mensen 'die niet van zichzelf houden, die niet van hun werk houden en die niet van hun kiezers houden _ en daarmee bedoel ik: werkelijk de pest hebben aan hun kiezers'. Hij was ervan overtuigd dat veel politici zo lang mogelijk in dat circuit wilden blijven rondhangen omdat ze er geen zin meer in hadden om naar huis te gaan en daar al die suffe praatjes van de gewone man aan te horen. 'Ze houden ervan om hier te zijn, met mensen die ze kennen, leuk vinden en begrijpen _ advocaten, lobbyisten, de jongens van pers.' In Nijmegen luiden de klokken als het gezelschap de Waag binnenstapt. De voorjaarszon schijnt over de terrassen, de satellietschotels van Intrax en de kk rocentNOBrocent-radio staan al klaar voor het citaat van de dag, en een tiental demonstranten rolt zwijgend de spandoeken uit: 'Haal het geld waar het zit. Verzet.' Binnen onderhoudt de partijleider zich met een tweetal ouderen, en daaromheen ontstaat al snel een soort betoverde cirkel van zo'n driekwart meter, waarbinnen zich, ondanks het gedrang, slechts een enkeling waagt. In een hoekje staat een opkomend partijbureaucraat met een meisje te praten dat voortdurend bloost en lacht. 'Het is niet macho, deze wereld, het is meer ouderwets mannengedrag', zegt Liesbeth Jansen. 'We leven allemaal als een soort zigeuners, en dat trekt een zware wissel op alle relaties. Een enkeling schept vaste vrije dagen voor zijn kinderen, maar de meesten zien hun kroost nauwelijks opgroeien. Oud-minister Harry van Doorn vertelde me eens hoe hij van zijn kleinkinderen genoot. Dat had hij nooit bij zijn eigen kinderen gekund. Zo zijn die levens. Een soort betovering is het nu eenmaal, dat politieke bestaan. En het is niet alleen de macht die mensen trekt, het is ook de fascinatie voor bijna onoplosbare puzzels, de spanning van telkens nieuwe situaties.'

Twee jaar geleden introduceerde de hoogleraar/jurist Willem Witteveen in zijn boek 'Het Theater van de Politiek' de Amerikaanse term 'melodramatisch imperatief'. Daarmee bedoelde hij het verschijnsel waarbij door het televisienieuws de verhaalslogica van soap-opera's wordt overgeplant naar gebeurtenissen in de politiek. Bij het Irangate-schandaal gaat het niet meer om de ingewikkelde verwevenheid van allerlei geheime diensten, maar om het verraad en de trouw van Olivier North. De economie wordt een woest natuurverschijnsel, waarbij Ronald Reagan 'de dollar moet redden'. Alles wat abstract en gecompliceerd is wordt vertaald in beslissingen van mensen, en dat niet alleen: in steeds meer nieuwsverhalen valt een bijna mythische verhaalstructuur aan te wijzen. Het IRT-schandaal wordt zo herleid tot stadse hoogmoed, die ten val komt. En de teloorgang van het CDA tot het drama van de stervende vader, die zijn zoon de zegen onthoudt. Steeds meer jagen we helden na, in plaats van idealen. Steeds vaker voegen we ons in hofhoudingen, in plaats van organisaties. En het interessante is dat de hoofdpersonen zich ook steeds meer volgens de regels van deze betoverde wereld gaan gedragen.

'Macht erotiseert, dat zie je overal', zegt Liesbeth Jansen. 'Maar macht roept ook een soort schandknapengedrag op. Dat is iets anders dan normale dienstbaarheid. Al die politieke topfunctionarissen hebben natuurlijk een batterij mensen achter zich nodig om goed te functioneren, en dat is altijd nuttig werk geweest. Schandknapen zijn anders, ze hebben een eigen agenda, ze richten zich alleen op de machtigen, en nooit zullen ze zeggen: wil je een kopje thee, misschien? Het zijn geen slechte mannen, dat niet, maar ze zijn van een totaal andere orde dan de nuchtere sociaal-democraten waar ik van houd, en waarvoor ik dit doe.' Er zijn toespraken, applaus, een glas, in minder dan een uur is iedereen alweer op weg. We rijden in de voorzittersauto mee terug. Onderweg wordt druk getelefoneerd met het campagneteam. 'Jij gaat nu naar Hilversum, he?' 'Levert dat nog wat op?' 'Ach, dat breekt toch niet door het nieuws heen.' 'Zie ik je morgen?' Zo rijden we door de nevelige aprilavond, langs de dorpen en de bossen, langs de schemerige akkers van dit kleine land.