Brussels festival bestrijdt Europees 'cultuurtekort'

BRUSSEL, 26 APRIL. Volgende maand wordt de droom van Frie Leysen werkelijkheid. Dan verandert Brussel - tegenwoordig vooral een stad van kaalslag, leegloop en verloedering, van anonieme Eurocratische zakelijkheid verscholen achter in beton en spiegelglas opgetrokken kantoorkolossen - in een warmbloedige ontmoetingsplaats voor talen en culturen.

Gedurende meer dan een maand zullen kunstenaars uit onder andere België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, maar ook uit Polen, China, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten bezit nemen van de hoofstad van Vlaanderen, de hoofdstad van België en de hoofdstad van Europa. Voor een keer zullen niet “de grote militaire, economische en politieke belangen” het leven in Brussel domineren, maar zullen, in de woorden van de Belgische publicist Paul Goossens, theatermakers, dansers, muzikanten, poppenspelers en andere kunstenaars “het belang van de belangeloze” verdedigen. Zij zullen “het schrijnend cultuurtekort van de Europese constructie” helpen verminderen.

Frie Leysen was de artistiek leider die in de jaren tachtig deSingel in Antwerpen uitbouwde tot het meest vooraanstaande centrum voor theater, dans en muziek in België. In 1990 stapte ze op bij deSingel, eenvoudigweg omdat ze niet op haar lauweren wilde rusten in een comfortabele directiezetel. De afgelopen twee jaar is ze bezig geweest met de voorbereiding van haar project, waarin vrijwel niemand in België geloofde, maar dat komend weekeinde wel degelijk van start gaat: het eerste Internationaal Kunstenfestival van Brussel, de Belgische tegenhanger van het Hollandfestival. Van 30 april tot 5 juni zullen meer dan 130 theater- en dansvoorstellingen worden gegeven op 17 verschillende podia in Brussel, variërend van de Heizel tot de Beursschouwburg en van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg tot Le Botanique, Centre Culturel de la Communauté Française Wallonie-Bruxelles. Gerekend wordt op een aantal van ten minste 25.000 betalende bezoekers.

De komst van het festival bevestigt het “kosmopolitische” karakter van Brussel, de enige stad in Europa waarin de Latijnse cultuur en de Germaanse samenkomen, legt de Vlaamse Brusselaar Guido Minne uit. Minne, ooit student landbouwstudies in Leuven, was verbonden aan het Brusselse Kaaitheater, zette vervolgens het Vlaams Theater Instituut op en vertrok daar twee jaar geleden omdat hij er evenmin als Leysen voor voelde om een soort “supertechnocraat” te worden.

Sinds de zomer van 1992 werkt Minne samen met Leysen aan de realisering van het internationale festival, waaraan in het België van na de laatste staatkundige splitsing in een Vlaams, een Waals en een Brussels gewest gemakkelijk symbolische waarde kan worden gegeven. Brussel niet langer als politiek slagveld voor Franstaligen en Nederlandstaligen in België, maar als lichtend voorbeeld van culturele verdraagzaam, niet alleen voor de Belgen, maar misschien wel voor heel Europa. “Voor ons maakt het noodzakelijk samengaan van twee culturen in Brussel, en de toevloed van veel andere culturen in de afgelopen jaren, de stad alleen maar boeiender. Het biedt de voedingsbodem voor een soort humanisme, een pleidooi voor verdraagzaamheid”, aldus Minne.

In politiek opzicht lijkt de missie van Leysen en Minne al te zijn geslaagd, nog voordat het festival zijn deuren heeft geopend. Aan het budget (van in totaal 125 miljoen frank, bijna 7 miljoen gulden) dragen zowel de Vlaamse regering (met 40 miljoen frank) als de Franstalige gemeenschap (10,5 miljoen frank) en het Brusselse gewest (10 miljoen frank) bij. Die gemeenschappelijke financiering is uniek binnen de Belgische verhoudingen. Lange tijd hield de Franstalige cultuurgemeenschap de boot af. Pas vorig jaar zomer bij het aantreden van de Brusselaar Eric Tomas als minister van cultuur van de Franstalige gemeenschap veranderde die houding. Tomas' voorganger, Anselme, was een echte Waalse regionalist, die er weinig behoefte aan had om samen met de Vlamingen cultuur in Brussel te financieren.

Dergelijke regionalistische reflexen zijn er vanzelfsprekend ook aan Vlaamse zijde. Sommigen in de Vlaamse regering hadden liever gezien dat boven het Brusselse Kunstenfestival alleen de Vlaamse vlag had gewapperd. Net zoals de Vlaamse regering tegenwoordig Vlaanderen in binnen- en buitenland promoot door de benoeming van eigen 'culturele' en 'sport' ambassadeurs. Minne zegt dat hij er ook wel moeite mee heeft dat op die manier “altijd met vlaggetjes wordt gezwaaid”. Maar toch wil hij de Vlaamse geldingsdrang niet ridiculiseren. Andere landen proberen hun culturele eigenheid ook aan de man te brengen. En ondanks alles steunt de Vlaamse regering de opzet van Leysen en Minne om het 'open' karakter van het festival te benadrukken.

Dat de initiatiefnemers geen concessie hebben willen doen aan het uitgangspunt van “een positieve confrontatie van culturen” blijkt ook uit de 'taalgebondenheid' van verschillende programma-onderdelen. Er is niet gezocht naar 'Europrodukties', naar een soort universele culturele eenheidsworst die gemakkelijk te verteren is, maar naar produkties waarin juist het accent ligt op de tekst, aldus Minne. Hij noemt als voorbeelden de theatervertolking van Pasolini's oeuvre door de Franse regisseur Nordey en de Italiaanse regisseur Ronconi, en de voorstelling van werk van de onlangs overleden Werner Schwab. “Schwab is voor de Franstalige Belgen volstrekt onbekend. De Latijnse cultuur, Pasolini, is in Vlaanderen veel minder doorgedrongen”, onderstreept Minne het element van ontmoeting en confrontatie. (Toneelgroep De Trust uit Nederland speelt ook stukken van Schwab in Brussel, verder treden theatergroep Hollandia en Grace Ellen Barkey er op.)

Opvallend in het programma is de aandacht die wordt gegeven aan de hedendaagse Chinese cultuur, een uiting van “de hang om het andere, datgene wat aan de andere kant van taal- of cultuurbarrières ligt, te leren kennen”.

In samenwerking met het Hollandfestival komen onder andere jonge theatermakers, choreografen, fotografen, dichters, cineasten en auteurs uit Peking, Taipei en Hongkong naar Europa. Frie Leysen is daarvoor de afgelopen twee jaar vier keer een maand op ontdekkingsreis geweest in China.

Het resultaat is de komende maand te zien op het Kunstenfestival “dat er absoluut moest komen”. “In Brussel, omwille van Brussel, Vlaanderen, Wallonië, de bedreigde multiculurele waarden en de fragiele identiteit van Europa”, aldus de journalist Paul Goossens, voorzitter van de raad van beheer van het festival. “Het paradoxale van het Internationaal Kunstenfestival ligt hem er dus in dat het nu pas aan zijn eerst editie toe is”.