Atzo Nicolaï van Raad voor de Kunst over brief toekomstig formateur; Juist bij recessie kunst extra steunen

DEN HAAG, 26 APRIL. De kwaliteit van de kunstproduktie in Nederland en waardevolle nieuwe kunstinitatieven komen in de knel als er in de komende regeerperiode niet 65 miljoen gulden extra voor de kunst komt. Dat zegt Atzo Nicolaï, algemeen-secretaris van de Raad voor de Kunst naar aanleiding van de brief van de raad aan de toekomstig formateur.

De Raad voor de Kunst wil 65 miljoen gulden extra voor de kunsten de komende regeerperiode, blijkens de brief aan de aanstaande formateur. Hoe reëel is zo'n verzoek, als de verkiezingsdebatten beheerst worden door de vraag hoeveel miljarden er bezuinigd moeten worden?

Nicolaï: “Er zijn bedrijven die in zware tijden zeggen: we bezuinigen op onze afdeling research, want direct nut heeft die toch niet. Maar op de langere termijn is dat een slechte beslissing, omdat je niets nieuws meer ontwikkelt, waarmee je kan overleven. Kunst kun je beschouwen als de research-afdeling van de samenleving en is dus van groot belang. Kunst moet je juist in tijden van recessie steunen, vinden wij. En 65 miljoen gulden is een klein bedrag. Het is ook een nauwkeurig bedrag, We roepen niet: er moet sowieso de helft bij. We geven heel nauwkeurig aan, waarvoor we vinden dat het geld nodig is. Bovendien noemen we allemaal punten die door de politiek ook belangrijk wordt gevonden.”

Toch zijn er weinig partijen die in hun program meer geld voor kunst willen.

“Van de grotere partijen heeft alleen D66 vastgelegd dat ze extra geld wil. De VVD heeft mondeling laten weten 40 miljoen extra te willen, maar ik heb dat nergens gelezen. PvdA en CDA hebben daarover niets laten weten. Van de PvdA valt me dat wat tegen, omdat die bij het vorige regeerakkoord wel extra geld voor het cultuurbudget hebben bedongen.”

Het kunstenbudget bedraagt nu 400 miljoen gulden. Overleeft de kunst niet zonder die extra 65 miljoen?

“De armslag voor de kunst wordt steeds kleiner. Het kunstbudget is al tien jaar niet verhoogd. Maar er zijn wel steeds meer mensen met goede ideeën, waardevolle wensen van regio's die gehonoreerd moeten worden. Als het extra geld er niet komt, raken goede ontwikkelingen in de kunst in de knel. Een voorbeeld daarvan zijn de perikelen rond de nieuwe Nationale Reisopera. Er is een grote behoefte aan goede operavoorstellingen in het hele land. Het nu opgeheven gezelschap Opera Forum voldeed daar deels aan. Een nieuwe Reisopera zou volledig in die behoefte kunnen voorzien. Maar er is te weinig geld voor, ondermeer omdat de provincies Gelderland en Overijssel waaruit de nieuwe opera voort moest komen elk een eigen orkest wilden.

“Daarvoor hebben ze valide politieke argumenten. Maar het gevolg is dat de nieuwe Reisopera een vertraagde start heeft en weinig financiële armslag. Vandaar dat er nu, om aan de behoefte aan opera in het land te voorzien, hier talloze opera-produkties uit het voormalig Oostblok te zien zijn. Het niveau daarvan is niet slecht, maar wij kunnen betere en interessantere produkties in eigen land maken. Op talloze terreinen in de kunstsector spelen deze problemen. Vandaar onze brief aan de formateur met minimumeisen.”

Voor de positie van kunstenaars in de bijstand wilt u ook aandacht in het regeerakkoord. Waarom?

“Omdat daar grote problemen ontstaan. Veel meer kunstenaars in Nederland dan wij dachten, blijkt uit onderzoeken, doen af en toe een beroep op de bijstand. Onder de aangescherpte bijstandsregeling zouden ze zich na een half jaar moeten omscholen als ze niet genoeg geld met hun kunst verdienen. Dat is voor ons onaanvaardbaar, zeker voor beginnende kunstenaars. Dat is niet redelijk, zo werkt de kunstmarkt niet, voor geen enkele kunstvorm. Je moet een beroepspraktijk opbouwen, en dat duurt op de kunstmark drie tot vijf jaar. Daarom moet dat knelpunt opgelost worden.

“Wij zien positieve aspecten in een soort brede basisbeurs voor kunstenaars, zoals het Voorzieningsfonds voor kunstenaars voorstelt, waarbij kunstenaars 50 procent van het minimumloon krijgen en de rest zelf bij moeten verdienen. Zo'n marktprikkel vinden wij positief. Het model dat nu uitsluitend bij beeldende kunstenaars gebruikt wordt, waar een geselecteerd groepje kunstenaars een ruimere beurs krijgt, is niet voldoende.

“Voor zo'n breed basisfonds voor de kunst zou geld dat anders via de bijstand naar kunstenaars gaat, overgeheveld moeten worden van Sociale Zaken naar WVC. Om hoeveel het precies gaat weten we niet, maar zeker om twee keer zoveel als de 65 miljoen extra die we willen. Onze prioriteit ligt bij beginnende kunstenaars, maar ook oudere kunstenaars moeten een beroep op zo'n brede basisbeurs kunnen doen.”

    • Paul Steenhuis