Allerarmsten zien welvaart stijgen

WASHINGTON, 26 APRIL. Honderden miljoenen van de armsten in de wereld hebben hun levensstandaard de afgelopen twintig jaar sterk zien verbeteren. Dat blijkt uit het gisteren gepubliceerde Wereldbankrapport Social Indicators of Development 1994 over de situatie in 192 landen. De meeste van deze armen komen uit een 55-tal landen met een gezamenlijke bevolking van 3,2 miljard mensen en een gemiddeld jaarinkomen per hoofd dat in 1992 minder dan 675 dollar bedroeg.

Volgens het rapport steeg de gemiddelde levensverwachting sinds 1970 van 53 naar 62 jaar. De kindersterfte ging omlaag van 110 tot 73 per duizend geboorten. Was in 1970 veilig drinkwater voor slechts 33 procent van de mensen bereikbaar, in 1985 was dit 68 procent. De participatie in het lager onderwijs steeg in de afgelopen twintig jaar met 36 procent. Het aantal kinderen dat werd ingeënt tegen mazelen, een van de belangrijkste doodsoorzaken bij kinderen, steeg van ongeveer 50 procent in 1985 tot meer dan 70 procent.

“We boeken vooruitgang, maar het is nog lang niet genoeg,” aldus Wereldbankpresident Lewis Preston. “Het totale niveau van armoede blijft onacceptabel.” Economen van de Wereldbank hebben aangegeven dat het absolute aantal armen in de wereld nog steeds stijgt, ofschoon het percentage armen van de bevolking van ontwikkelingslanden daalt. Volgens de jongste schattingen van de Wereldbank leeft 1,1 miljard mensen, ofwel 30 procent van de bevolking in ontwikkelingslanden van minder dan een dollar per dag. De Wereldbank stelt vast dat de armoedereductie in de jaren zeventig groter was dan in de jaren tachtig.

De daling van de kindersterfte is volgens de Wereldbank toe te schrijven aan de verbeterde toegankelijkheid van de openbare gezondheidszorg. “Het jongste rapport toont aan dat investeren in mensen loont”, aldus Preston die ook verwijst naar de grotere deelname aan het lager onderwijs.

De resultaten blijken zeer ongelijk te zijn verdeeld over de wereld. Terwijl de Oostaziatische landen vooruitgang hebben geboekt, blijven de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara daarbij achter. In deze landen nam het inkomen per hoofd van de bevolking sterk af van 570 dollar in 1980 tot 350 dollar in 1992. De levensverwachting steeg daarentegen van 45 jaar in 1970 tot 52 jaar nu. De kindersterfte daalde van 138 per duizend levende geboorten tot 99. In een land als Thailand nam de levensverwachting toe van 60 jaar tot 69 jaar. De kindersterfte daalde van 55 tot 26 per duizend. Het inkomen per hoofd steeg van 670 dollar in 1980 tot 1840 dollar.

    • Hans Buddingh'