Wallage schoffeert Parlement

De kamerleden Van Mierlo, Bolkestein, Brouwer, Van der Vlies en Schutte dienden op 25 november van het vorig jaar de volgende motie in:

'De Kamer spreekt als haar oordeel uit dat, in de uiteindelijke regeling van de uitvoering van ziektewet en WAO, sociale partners geen verantwoordelijkheid dragen voor dat deel van de uitvoering dat betrekking heeft op het proces van keuring en vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid en gaat over tot de orde van de dag.'

De motie-Van Mierlo cs werd aangenomen, en daarna ging niet alleen de Kamer over tot de orde van de dag maar helaas ook Wallage, de nieuwe staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Die schreef onlangs een brief aan de Sociaal Economische Raad over hetzelfde onderwerp. Wallage memoreert de motie-Van Mierlo cs, en schrijft dan: 'op grond van deze motie zouden in de uitvoering van de werknemersverzekeringen sociale partners geen directe verantwoordelijkheid mogen dragen voor keuring en vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid'. Let op de woorden: zouden en directe: de Kroonprins van de PvdA op de glijbaan.

In zijn brief aan de SER vervolgt Wallage: 'anderzijds kan worden vastgesteld [...] vanuit dit perspectief lijkt het dragen van bestuurlijke verantwoordelijkheid door sociale partners juist wenselijk'. Hij concludeert: 'Het kabinet staat nu voor de vraag hoe de argumenten voor en tegen bestuurlijke betrokkenheid van sociale partners moeten worden gewogen [...] het kabinet vraagt de SER dan ook om een afgewogen oordeel over de bestuurlijke verantwoordelijkheden voor de uitvoering van de werknemersverzekeringen en hoe daarbij zoveel mogelijk recht kan worden gedaan aan de motie-Van Mierlo'.

In de staatkundige visie van staatssecretaris Wallage is het dus gepast dat de SER adviseert in welke mate het kabinet zich moet houden aan een motie die is aangenomen in de Tweede Kamer. Om de SER alvast op weg te helpen zwakt de staatssecretaris eerst de motie af, om daarna tal van argumenten aan te voeren waarom de Kamer de motie beter niet had kunnen aannemen.

Daar zal de SER weinig moeite mee hebben, aangezien die voor tweederde bestaat uit precies de slachtoffers van de motie, namelijk sociale partners, die uiteraard niet graag hun machtsgreep op de sociale verzekeringen zien verdwijnen. VVD-leider Bolkestein en de moedige CDA-parlementariër De Jong hebben al eerder opgemerkt dat belangenverstrengeling dreigt wanneer sociale partners in de SER moeten adviseren over hun eigen toekomstige machtspositie. Met name de VVD heeft een duidelijke visie: Rinnooy Kan, Stekelenburg en alle andere lobbyisten in de SER zijn óf adviseurs óf mede-verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid, maar niet allebei tegelijk. Nu geeft Wallage de SER echter een kans om toch weer tegelijkertijd speler en scheidsrechter te zijn.

Misschien heeft de constitutionele misstap van staatssecretaris Wallage wel te maken met de verkiezingsstrijd en wil hij op deze manier de banden aanhalen tussen zijn partij en de vakbeweging. Ik heb hem al mooi horen beloven hoe hij in goed overleg met vakbeweging en werkgevers de grote problemen van onze economie wil oplossen. Dat is vriendelijk aangeboden, en natuurlijk is er niets mis met informatie-uitwisseling en begrip voor elkaars standpunten, maar hoe snel verwordt overleg niet tot een situatie waarbij overlegpartners menen een recht van veto te hebben? En dan degradeert democratie tot corporatisme. Luister wat dat betreft naar de hoogste politieke autoriteit in het land, de vertrekkende premier Lubbers. In zijn recente interview in Onderneming kritiseert Lubbers het verdeelde advies voor de middellange termijn van de SER en is hij ook heel negatief over de Nederlandse CAO-praktijk. Lubbers zegt: 'een zwak punt vormen onze arbeidsverhoudingen. Ik bespeur hier te weinig creativiteit en inventiteit'. Lubbers wil meer vrijheid in de loonschalen en stelt daarmee de algemeen verbindendverklaring van de CAO's ter discussie. In hetzelfde interview zegt hij over de verplichte bijverzekering in de WAO: 'het heeft geen zin met nieuwe initiatieven te komen als het bedrijfsleven onze maatregelen ontkracht. Die cirkel lost niets op'.

Bij het scheiden van de markt kan Lubbers zich veroorloven om kritischer te spreken over de machtspositie van sociale partners. Die hielpen in 1982 met het snel goedkoper maken van Nederland, namelijk door akkoord te gaan met lagere uitkeringen en met het definitief afschaffen van de prijscompensatie in de lonen. Maar tevens laat de aftredende premier merken dat de Nederlandse overlegeconomie beter in staat is om mee te werken aan bevriezing dan aan verandering.

Grote maatschappelijke veranderingen kunnen wij niet verwachten van overleg met lobbyisten; die moeten komen uit de politiek, gesteund door de publieke opinie. Lobbyisten hebben alle recht om hun duit in het zakje te doen en mee te spreken in het publieke debat, maar dat is iets anders dan het uitoefenen van macht, zeker wanneer zoals bij de sociale verzekeringen van die macht zo slecht gebruik is gemaakt. In mijn boek Een Haagse Lente schat ik de kosten van het wanbeleid door de sociale partners bij ziektewet en WAO op 8 miljard per jaar.

Noch Rinnooy Kan, noch Stekelenburg hebben een legitimatie van de kiezer om grote veranderingen in de samenleving te implementeren; zij zijn lobbyisten die worden betaald door hun leden om de deelbelangen van die leden te behartigen. We mogen blij zijn dat grote belangengroepen zich laten vertegenwoordigen door zulke bekwame lobbyisten, maar het blijft naïef om aan een lobbyist te vragen dat hij ophoudt het belang van zijn leden zwaarder te wegen dan het belang van niet-leden. Het VNO plaatst prachtige advertenties die oproepen tot meer dynamiek en vrijheid in de economie, maar houdt intussen keihard vast aan het algemeen verbindendverklaren van CAO's aangezien dat lucratief is voor belangrijke bedrijven binnen de organisatie. Bejaarden, vrouwen, kinderen, werklozen en zoveel andere groepen hebben geen eigen stem in de corporatistische SER en er is geen enkele garantie dat hun belangen daar zuiver doordringen. Integendeel, corporatistisch organen kunnen nooit hun alomvattende pretenties waarmaken, en dat is één goede reden om te kiezen voor een democratie in plaats van corporatisme.

Zover is het nu gekomen met de Nederlandse democratie: het parlement beslist in een motie dat de lobbyisten hun macht over de WAO moeten opgeven en daarna vraagt de staatssecretaris aan het lobbyplatform dat SER heet of het ook niet vindt dat tal van argumenten er voor pleiten om de lobbyisten toch hun gang te laten gaan. In zijn begrijpelijke ijver om bruggen te bouwen met de vakbeweging ging Wallage deze keer een brug te ver.

    • E.J. Bomhoff