Schaamte is een sociaal probleem

Neem die man die op zijn eerste werkdag een keiharde boer in de kantine laat. Per ongeluk. Zes maanden later wordt hij nog badend in het zweet midden in de nacht wakker. Hij schaamt zich kapot. Of dat meisje dat na haar optreden in een intimiteitenshow met hoongelach thuis wordt ontvangen. Ze durft een week lang de straat niet op.

Schaamte, schreef Sigmund Freud klinisch in 1905, is een afweermechanisme tegen exhibitionistische en voyeuristische impulsen. Hij nam het neurotische verschijnsel niet erg serieus. In zijn ogen was het slechts een vermomming van ons schuldgevoel en dus ondergeschikt aan het geweten. Je bloost, slaat de ogen neer en je gevoel van eigenwaarde zakt tijdelijk naar een dieptepunt.

Schaamte, zei psycholoog Heleen Terwijn vorige week tijdens een avondje wetenschappelijk variété van de Universiteit van Amsterdam, is allesbehalve nobele zelfkritiek. Het is een sociaal probleem. Je wordt overrompeld door de angst uit de toon te vallen en er is op dat moment niets aan te doen. Om gênante situaties zoveel mogelijk te voorkomen, gedraag je je maar zoals je denkt dat het hoort. Je handelt volgens de communis opinio van de groep waarvan je deel wilt uitmaken en zo bevestig je je lidmaatschap. Maak je een stomme opmerking, dan kan je dat op een onbetwiste afwijzing komen te staan.

“De reële mogelijkheid in gezelschap af te gaan werkt preventief. Mensen corrigeren zichzelf voortdurend, ze berekenen hun gedrag en laten van alles na uit angst voor de fatale afgang. Schaamte is zo een medicijn, al werkt het nooit perfect. Hoezeer je ook je best doet, er komt een dag dat je toch asociaal dronken wordt of weer verliefd op de verkeerde.”

Vorig jaar voltooide Heleen Terwijn haar doctoraal onderzoek naar schaamte en sociale relaties. Ze had vijftig Nederlanders gevraagd hun hevigste schaamtegevoelens op een cassettebandje te registreren. De ontboezemingen waren onthullend. Meer dan de helft blijkt zich te generen voor (uiterlijke) eigenschappen die ze bij anderen helemaal niet afkeurenswaardig vinden. Ze nemen klakkeloos de mening van de groep over en distantiëren zich van hun eigen voorkeur.

Een van de respondenten was een middelbare-schoolmeisje. Haar ouders bekommerden zich niet om uiterlijk vertoon. Ze trokken gewoon wat makkelijks aan en droegen een baard en lang haar. De klasgenoten van het meisje besteedden wel veel zorg aan hun garderobe. Ze waren eigenlijk nogal kak, vond ze. Toen de hele klas op een middag in het café zat, kwamen haar ouders binnen. Ze kon wel door de grond zakken.

Met de opkomst van subculturen en lifestyle is het complex van etiketten en mores er alleen maar ingewikkelder op geworden. Het vergt nogal wat studie om er bij te horen. Om cultureel correct te zijn, zoals HP/De Tijd het noemt. In de tijd dat Nederland nog uit vier zuilen bestond, onderhield iedereen een strikte afhankelijkheidsrelatie met zijn eigen bloedgroep. De normen en waarden lagen ter inzage op de schoorsteenmantel of in de boekenkast.

Dat we tegenwoordig met emotie-tv en therapie zo veel onafhankelijker en schaamtelozer zouden zijn, betwijfelt Heleen Terwijn. “Je kunt nu een dubbelleven leiden. Niemand kijkt ervan op als een carrièrepik overdag naar zijn werk gaat en 's avonds drumt in een hardrockband. Hip! Maar wat als de directeur langsloopt, terwijl hij met zijn drumstokken onder zijn arm een biertje staat te drinken? Nieuwe relaties, nieuwe schaamte. Zolang we aan sociale contacten hechten, kunnen er gênante situaties ontstaan.”

Zelfs de ongerijmde openhartigheid van dating-shows en sleutelgatprogramma's wil volgens haar nog niet zeggen dat we de schaamte voorbij zijn. “Wie beweert dat die ogenschijnlijk ongegeneerde talkshowgasten zich niet schamen? Ik zou de slachtoffers van Oprah Winfrey wel eens willen spreken. Zij die in al hun onzekerheid dachten: Nu word ik een ster, want ik kom met mijn verstoorde moederband op de buis. Zij die na afloop van de uitzending blozend thuiskomen, waar moeder met het eten wacht.”

    • Jutta Chorus