Parfum

Er overvalt me een onbestemd gevoel. Ik kan de herkomst ervan niet thuisbrengen. Een stofdeeltje in het vale licht? Een wijsje dat niet te determineren valt? Een geur? Ik verzet me ertegen. Het kan aan het grijs in de lucht liggen. Aan mijn eigen voetstappen wanneer ik wat rusteloos naar boven loop, weer naar beneden, en vergeet waarnaar ik op zoek was. Zo alleen in huis met die sluier van weemoed om me heen.

Buiten is het voorjaar bijna mild. De deur van een parfumwinkel gaat open en dicht. Ik zie haar staan in de winkel. Een geliefde van vroeger. Ze is het natuurlijk niet, want deze vrouw is jong en zij van vroeger moet net zo oud zijn als ik. Niet te geloven hoe ze op haar lijkt. Ik blijf voor de etalage staan. Ik ben geen voyeur. Ik heb geen indiscreet karakter. Ik ben altijd meer op zoek naar mezelf dan naar een ander. Maar ja, die ander was ooit van mij en dus blijf ik staan. Ik kan niet anders. Ik veins interesse in poeders en kwastjes. In flesjes en oogschaduw. Ik kijk gluiperig langs de reclamefoto's van cosmeticadames. Mijn geliefde van vroeger is duizendmaal mooier. Opgestoken haar. Krulletjes in de nek. (O, die krulletjes, nooit zal ik ze vergeten al word ik honderd jaar.) Stevige oren. Ik zie ze op een afstand maar weet zeker dat haar ogen turquoise zijn en dat ze, al lacht ze niet, een beetje een scheve voortand heeft, met een klein stukje goud daar ergens bovenin.

Terwijl ik naar haar kijk, staat er een man tussen ons in, weerspiegeld in het etalageraam. Lieve deugd, wat ben ik grijs. Ik moet rechtop staan. Ik heb de neiging de laatste tijd een beetje voorovergebogen te staan. Vroeger liep ik fier over straat. Het hoofd geheven. Ik kan hier echt niet blijven. Welke fatsoenlijke man van mijn leeftijd blijft minutenlang naar obscene lippenstift kijken en letterlijk op een bespottelijke manier gluren naar een jonge vrouw die parfum aan het uitproberen is? De juffrouw die haar helpt, kijkt al naar me. Met een geroutineerd gebaartje spuit ze hier en daar op een ontblote onderarm een vleugje parfum. Ik moet hier weg. Ik sta hier voor gek. Kijk, de ander draait zich ook al naar me toe. Nee, ze loopt naar een spiegel. Kijken in een spiegel als je een parfum aan het uitproberen bent? Waarom niet? Dat deed zij van vroeger immers ook. Die sloeg geen gelegenheid over met die spiegel. Een vrouw die zicht spiegelt geeft zich tenslotte tweemaal.

Toen ik haar leerde kennen, was het net zulk weer als nu. Grijs voorjaarsweer, maar niet zonder hoop. Ze liep voor me. Met een meedogenloze gang, die geen genade kende of enig erbarmen toeliet. Ze duwde met één hand een niet helemaal goed onderhouden kinderwagen voor zich uit, die ze ook als supermarktkarretje gebruikte. Links en rechts prei, sla, stokbrood en flessen wijn. (Waar we later op de dag zo gelukkig dronken van zijn geworden.)

Wie durft een vrouw, die hij in het voorbijgaan aantrekkelijk vindt, een blik toe te werpen? Ik zeker niet. Daarbij was het duidelijk dat ik met een echte moeder te doen had en niet met een kindermeisje. Toch kreeg ik, wat de liefde betreft, aardig wat meevallers. Ook hier. Er viel een tasje op de stoep uit de kinderwagen. Bijna struikelde ik in mijn belachelijk gretige gedienstigheid. Ik raapte het op. (Die ogen, inderdaad groenblauw.) Alles begon te geuren tussen ons. Nogal wiedes want in dat tasje had een fles parfum de val niet overleefd en ik zat vol met, hoe heet dat merk ook alweer. Zo is het toen tussen ons aangekomen.

De jongedame uit de parfumwinkel komt naar buiten. In haar hand slingert een zakje met ongetwijfeld een parfum van haar van vroeger. Voorzichtig. Laat niet vallen. Ik loop haar achterna. Die kant moet ik helemaal niet op. Wat ben ik aan het doen? Ik kan toch onmogelijk de eerste de beste vrouw uit een parfumwinkel nalopen omdat ze lijkt op iemand die ik eens liefhad? Zo lang geleden? Dat kind kon mijn dochter zijn en als ze een kindje zou hebben, en waarom niet, was ik dan niet grootvader?

Het begint zachtjes te regenen. Ik blijf staan. Een frisse, knappe jongeman omhelst haar. Ze kussen elkander en behoedzaam neemt hij het tasje uit haar hand.

    • Jean-Paul Franssen