Museeuw strijdt met benen, hoofd en hart; Belg verslaat Cenghialta in de eindsprint

MAASTRICHT, 25 APRIL. Op de teambespreking aan de vooravond van de Amstel Goldrace blaakten ze al van zelfvertrouwen. Ze zouden zich niet laten kisten door de Angstgegner Gewiss, die met name de laatste week vreselijk had huisgehouden in wielerland. De renners van GB-MG applaudisseerden voor Giancarlo Ferretti, toen de tweede ploegleider aan het slot van de bijeenkomst nog wat olie op het vuur gooide: “Met benen, hoofd en hart moeten we morgen ten strijde trekken. Van ons rijden ze niet weg, of het gebeurt over ons lijk.”

De super-gemotiveerde Belgisch-Italiaanse formatie bracht de mooie plannen ook ten uitvoer. Kopman Johan Museeuw veroverde de hoofdprijs in de boeiende negenentwintigste uitgave van Nederlands enige klassieker.

Voor de 28-jarige Belg, die Bruno Cenghialta (Gewiss) in de sprint versloeg, was de Goldrace niet zijn meest favoriete koers. Museeuw had zich dit seizoen veel méér voorgesteld van twee andere Wereldbekerwedstrijden, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. In de eerste kwam hij echter knarsetandend een centimeter tekort tegen Gianni Bugno, op de Noordfranse kasseien ging hij een week later kapot aan een man-tegen-man gevecht met Andrej Tsjmil. Het waren twee enorme dreunen voor de prof uit Gistel. “Johan heeft inderdaad diep in de put gezeten”, vertelde zijn Belgische ploegleider Patrick Lefèvere in Maastricht. “Maar hij kon niet met zijn kop tussen zijn benen blijven zitten. Het leven gaat door, heb ik ook hem duidelijk gemaakt. Er komen nieuwe kansen.”

De Goldrace was daarvan wat hem betreft voorlopig de laatste, begreep Museeuw. De bescheiden renner, de anti-held die zich van een sprinter tot een uitblinker in de eendaagsen ontwikkelde, had zich daarom goed voorbereid. Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl had hij gebruikt als training voor de tocht door Zuid-Limburg. Daarna had hij enige dagen de tijd genomen om het parcours te verkennen.

De attente Museeuw streed zaterdag bijna steeds in de voorhoede. Toen de 'blauwe trein' van Gewiss enkele uren lang als gold het een ploegentijdrit op kop reed om de concurrentie te slopen - het ijzersterke team wilde dit keer Giorgio Furlan als troefkaart uitspelen - was hij een van de eersten die hijgend, kreunend en soms vloekend in het spoor bleven van de ontketende Italianen. Op het moment dat het vuur bij die dappere maar overmoedige Azzurri enigszins was geblust, was Museeuw telkens aanwezig bij de vele volgende vluchtpogingen.

De Vlaming was wéér van de partij toen zich op de Cauberg (vijftig kilometer voort het einde) een belangrijke schifting voordeed. Bijna alle favorieten (dus geen Nederlanders) vertoefden daar bij de zeventien koplopers. Het gemak waarmee Bugno de heuvels opreed en tweemaal wegsprong beloofde veel moois, maar ook Lance Armstrong (later vloog de Amerikaanse wereldkampioen in een afdaling nog uit de bocht) maakte een sterke indruk. De meeste bewondering echter oogstte Marco Saligari, die ondanks twee lekke banden niet uit de frontlinie was weg te slaan. Koste wat kost wilde de Italiaanse helper van GB-MG zijn bazen Museeuw en Maximilian Sciandri in de finale bijstaan. Bij die ontknoping, ingeleid door Bjarne Riis en Didier Rous, speelden de demarrerende Cenghialta en Museeuw de hoofdrollen.

Het dreigde met het op zestien kilometer voor de meet gevluchte duo nog even mis te gaan, toen de achtervolgers onder aanvoering van Claudio Chiappucci (en met de onverwachts van ver teruggekeerde Steven Rooks) nog dichtbij kwamen. Rooks eindigde als zesde en redde de eer voor Nederland. Terwijl zijn ex-baas Peter Post geen goed woord over had voor zijn prestatie (“Rooks was niet in de wedstrijd, werd gelost en rijdt dan een prijsje, nee dat is niks”) zocht de Noordhollander de douches op. Uitgeteld was hij en veel méér dan de anderen getekend door de inspanningen: met zijn doorlopen ogen, zijn kromme rug en zijn dunne lichaam wekte hij zelfs medelijden op.

De vaak bekritiseerde Rooks bekende ook veel te hebben geleden. “Deze Goldrace was harder dan anders, door die verschrikkelijke aanvallen van Gewiss. En door de harde wind natuurlijk.” Hij was al goed in Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl, naar zijn zeggen dankzij enkele stevige trainingsritten in de week vóór beide Waalse klassiekers. “Twee dagen zat ik zes, zeven uur op de fiets, soms achter de brommer.”

De dertiger Rooks voelt zich nog niet afgeschreven. Om in de Tour de France zijn mannetje te kunnen staan gaat hij binnenkort voor drie weken naar Toluca in Mexico, voor een hoogtestage op 2600 meter. Hij wil daarvoor schema's vragen aan bondscoach Ab Krook van de schaatsers, die ook Eddy Bouwmans (Histor) van een trainingsprogramma voorziet.

Ploegleider Cees Priem van TVM is niet bijster enthousiast over Rooks zelf te betalen trip naar Midden-Amerika. “Het mag van mij, maar Steven zal straks wel moeten aantonen dat de reis ook heeft geholpen.” De renner rekent daar vast op. Hij betreurt trouwens dat hij er “zo laat” achter is gekomen dat zijn training en begeleiding altijd “conservatief” zijn geweest. Rooks neemt graag een voorbeeld aan de benadering van de Italiaanse ploegen, zoals die van Gewiss. Of die van Museeuw, die dezelfde werkwijze hanteert.

Ploegarts Ivan Van Mol van GB-MG is ervan overtuigd dat Rooks te oud is om de bestaande achterstand nog in te lopen. “Het is een proces van jaren”, zei hij gisteren voor de Belgische televisie. “De Italiaanse ploegen leggen het fundament voor hun succes in de donkere maanden. In zonnige oefenkampen - ik begrijp niet dat andere Europese teams diezelfde warmte niet opzoeken. Onze renners kennen geen winterpauzes meer, maar gaan er op uit voor lange tochten. Ze nemen een hartslagmeter mee, alles wordt geregistreerd. We kunnen daaraan heel simpel zien of iemand te veel of te weinig heeft gedaan.”

Het succes van de Italiaanse formaties is ook te danken aan gerichte krachttraining. Teambaas Lefèvere: “Museeuw en de andere drie Belgen van onze ploeg liepen daarbij zelfs voorop. Het is zwaar maar o zo nuttig. Een voorbeeldje: Ze rijden een klim op van pakweg anderhalve kilometer. Eerst met een versnelling van 53-12, dat is enorm afzien. Dan dalen ze af en gaan weer omhoog, nu met een iets kleinere plaat: 53-13. Enzovoorts. Nou, reken maar dat je dan beresterk wordt. Museeuw is er met sprongen door vooruit gegaan. En hij gaat nog sterker worden, neem dat van mij aan. Zijn eerste plaats in de Amstel Goldrace is echt niet zijn laatste grote overwinning.”

    • Guido de Vries