Karin Post danst langs computerlijnen

Springdance. Voorstellingen: Take. Choreografie: Karin Post. Toneelbeeld: Peter Struycken. Gezien: 22/4 Akademietheater, Utrecht. Toernee t/m dec. Choreografie Opdrachten: Werk 3 van Paula Vink en Eugene en Marion van Thom Stuart. Gezien: 24/4 Gemeentelijke Muziek- en Dansschool, Utrecht. Aldaar: 26, 27 en 29/4. Verder: 11/5 Eindhoven, 12/5 Den Haag, 15-16/5 in Amsterdam, 27-28/5 Rotterdam.

De nieuwe, avondvullende produktie van de danseres / choreografe Karin Post in Springdance heette aanvankelijk Basics. Die titel paste goed bij het karakter van haar abstracte, pure danstukken. Later werd het Take. In die naam hoor je de vinnige klap van het leitje dat elke filmopname aangeeft. Posts Take 1,2,3,4,5, zoals het werk uiteindelijk is gaan heten, zijn vijf korte choreografieën op basis van computertekeningen die Peter Struycken in 1972 maakte.

Zowel choreograaf als beeldend kunstenaar spelen met lijnen en hun richting. In zijn decorontwerpen stoeit Struycken ook met verschuivende patronen. Deze keer ontwierp hij als achtergrond een computergestuurde projectie van rondjes die steeds in tint veranderen, zoals van geel/oranje naar rood/blauw. Dat geeft de toeschouwer het gevoel getest te worden op kleurenblindheid.

Tegen dit decor plaatst Post zes danseressen, onder wie drie prille stagiaires, die in verschillende formaties opereren. Hun lichamen rekken en strekken, steunen en leunen in een tempo dat varieert van langzaam tot levendig, zowel swingend als haperend. Het lijnenspel is weliswaar helder, maar weinig opwindend. In de choreografie mis je de energie die de speciaal gecomponeerde muziek kenmerkt van de Cyprioot Yannis Kyriakides en die live wordt uitgevoerd door Anna McMichael (viool) en Jean Marc Reichow (piano).

Tevens maakt de vitale dansfilm Kaders deel uit van Take. Kaders zal later nog worden aangevuld met Tango. Karin Post en Dries van der Post maakten voor de film samen een spirituele choreografie op muziek van Jeff Hamburg. De beweging legden zij vast op videoband, die later werd bewerkt door Jaap Drupsteen. De vormgever plaatste de door het duo gemonteerde beelden in een met een computer ontworpen, grafisch kader dat steeds van vorm en kleur verandert. Dit geeft een duizelingwekkende vaart en ruimte aan het verfilmde dansdeel.

Take begint echter met de reprise van Set Go, het 'Mondriaan'-ballet dat oorspronkelijk is gemaakt in opdracht van Springdance 92 op muziek van de jazzcomponist Lennie Tristano, een toneelbeeld van Peter Struycken en uitgekiende kostuums van Meta Struycken. In de voortreffelijke uitvoering van Karin Post en Irma Baatje werd dit gave duet het hoogtepunt van de avond.

De back to basics-gedachte is ook te vinden in het werk dat Paula Vink en Thom Stuart maakten in opdracht van Springdance. Beide jonge choreografen verlieten verleden jaar Scapino Rotterdam. Hun dansidioom is op de klassieke techniek geënt en vertoont invloed van de choreografen Nils Christe en Ed Wubbe.

Werk 3 van Paula Vink is een gestileerde, kleurloze solo voor de begaafde danseres Victoria Edgar op muziek van Froberger, Sweelinck en Couperin, live gespeeld op clavecimbel door Jane Eston. Edgar danst zowel op het toneel als op een videoscherm. De basis van het bewegingsmateriaal op het podium blijft steeds hetzelfde, maar wordt in de drie delen steeds anders gerangschikt en aangevuld. Een echte wisselwerking tussen videobeelden en dansvloer ontstaat er niet.

Thom Stuart maakte een ongenaakbaar duet - in dezelfde sfeer belicht door Kees Knegjes - voor Brenda Daniëls en Rinus Sprong. Als uitgangspunt voor Eugene & Marion gebruikte de choreograaf de compositie What the River Said, live uitgevoerd door de Amerikaanse componist Gene Carl. Roterende armen zorgen er ondermeer voor dat er geen persoonlijke relatie tussen de dansers kan onstaan. De beweging worden mooi traag maar intens uitgevoerd.

    • Caroline Willems