'Heel stiekem hoop je dat je het eens mag meemaken'

VERONA, 25 APRIL. Hij was ervan overtuigd. Deze zondag zou het eindelijk gaan gebeuren. Hij was vroeg naar bed gegaan met een 'downer', een pil om te slapen. Bij het krieken van de dag zou hij met zijn kist de Bosnische Serviërs gaan bombarderen. “Die bevolking zit daar als ratten in de val. Het is toch gruwelijk wat die mannen daar doen”, zegt Bas (30) terwijl hij een paardebloem uit de grond trekt. Maar de 'upper' die hij voor de actie had klaargelegd heeft hij nooit meer genomen.

Rusteloos zitten de piloten in het gras van de Noorditaliaanse vliegbasis Villafranca bij Verona. Het geluid van vogels en het gezoem van een bij. Nog nooit is het Nederlandse F-16 detachement in Italie zo dicht bij 'echte oorlog' geweest als afgelopen weekend. “We zijn natuurlijk allemaal jachtvliegers”, zegt Frits (27). “En heel stiekem hoop je dat je het op een gegeven moment toch een keer mag meemaken.”

In de barak met viooltjes was die zaterdag een fax van de NAVO binnengelopen: als de Serviërs niet onmiddellijk ophielden met de beschieting van Gorazde dan zouden de vliegtuigen van de NAVO in actie komen. Rond middernacht moesten ze hun zware wapens drie kilometer hebben teruggetrokken. Maar het werd avond en nacht en de Serviërs hielden niet op met schieten. Ze trokken hun kanonnen niet terug.

In het chique hotel aan het Gardameer heerste die nacht spanning. Bier drinkende mannen aan de bar, vechtend om de aandacht van de Italiaanse serveerster Gloria. “Het zijn daar allemaal een soort halve wilden”, had de blonde militair gezegd, wiens taak het is de apparatuur van de vliegtuigen te onderhouden. Ooit had zijn vriendin kleren voor Bosnië ingezameld. Maar daar was ze ook allang mee gestopt. “Kijk, als je in Nederland drie procent analfabeten hebt, en 97 procent geschoolden, dan is het daar precies omgekeerd”, wist ook majoorVan As te vertellen, die de public relations van het detachement verzorgt. Hij hoopte dat het niet zou gebeuren. “Je schiet toch op mensen. En de politieke consequenties van zo'n actie zijn uiteindelijk niet te overzien.”

Intussen bereidden Frits en Bas zich boven op hun hotelkamers voor. Ze keken naar CNN en zapten langs de andere kanalen. “Je zag hoe ze de afgelopen weken steeds verder oprukten. Dan krijg je iets van: fuck, hoe durven ze.” De piloten verzekeren dat ze 'nuchtere mannen' zijn. Ze zijn al jaren op hun taak voorbereid. Maar als je dan zag wat die Serviërs in Gorazde aanrichtten. Als je de berichten hoorde over de slachting. De ziekenhuisdirecteur die op een gegeven moment vraagt om behalve bommen ook luidsprekers met de dodenmars aan hun vliegtuigen te hangen. Dat maakt toch wel indruk. Dat trek je je aan. “Impulsief zou je er gewoon heen willen vliegen en een einde aan die bende maken.” Maar ja. Ze wisten ook wel dat dat niet kon. Dan geeft het moment waarop je dan het groene licht krijgt en je eindelijk iets mag doen toch een goed gevoel. Nee. Zij hebben er, na alles wat ze de afgelopen weken hebben gezien weinig problemen mee als ze straks een tank of een kanon bombarderen, en er zit nog zo'n 'Serf' aan vast.

“Het zijn gewoon ontzettend slimme mannetjes”, analyseren de beide piloten terwijl ze hun handen voor hun oren slaan. Op de lijn heeft een van de collega's zijn vliegtuig gestart. Gierend en fluitend taxiet hij over de baan. “Toen het slecht weer was en we niet zoveel konden, rukten ze op”, schreeuwt Bas. “Nu het mooi weer is, trekken ze terug. Die Serven wéten gewoon hoe het weer is.”

Kadetjes, pindakaas en worstebroodjes. In de grote tent staat de lunch gereed. Mannen aan lange houten tafels onder piepende ventilatoren. Buiten zit een soldaat in de zon. Anderen spitten in het tuintje dat ze tussen de barakken hebben aangelegd. Uiteindelijk werd deze zondag op de basis van Villafranca toch nog een gewone dag. Opgelucht stapt commandant P. Berlijn onder de camouflagenetten door. “Mijn doelstelling is dat men weer aan de onderhandelingstafel kruipt. Als het móét dan gooi ik wel een bom. Maar ik heb toch liever dat ze praten.” Hij heeft het over 'een stukje spanning' dat zich die nacht had opgebouwd. Dan laat hij de geborduurde badge zien die hij op de zijkant van zijn vliegenierspak heeft geplakt. “Gestaag gespannen is ons motto. Dus we gaan er professioneel mee om.”

Om vijf uur die ochtend kreeg hij te horen dat alle plannen om bommen te gooien voor die dag waren opgeschort. De F-16 vliegtuigen van de Nederlanders zijn niet toegerust om 's nachts te schieten. Dus Nederland zou pas laat aan de beurt zijn. 'Mixed emotions' had hij, toen hij van de afgelasting hoorde. “We zijn niet opgegroeid als wilden. En dus ook niet met het gevoel dat we oog om oog, tand om tand iets kunnen oplossen.”

Even verderop ruimt aalmoezenier Hans Bartels de spullen op van de ochtendmis. Zijn 'kathedraal' is een groene legertent met een plastic tafel en daarop wat kaarsen. Twintig mannen hebben zijn dienst gevolgd. Bartels is er apetrots op. “Ik probeer ze wat verdieping te geven. Even afkicken, als het ware. Even in jezelf kruipen.” Vandaag heeft hij het erover gehad dat iedereen, van wat voor rang of stand dan ook, iets voorstelt op deze basis. “Iedereen werkt zich zo uit de naad mogelijk”, aldus Bartels. “Dat geeft aan dat je dus eigenlijk allemaal één club bent.” Hij gebruikt klassieke muziek uit een gettoblaster, en ook poëzie. Hij heeft zelfs een gedichtje over ex-Joegoslavie geschreven. “Over de waanzin dus eigenlijk, en de shit als het ware. Ik gebruik mijn poëzie om de mensen aan te raken op het wezenlijke waardoor ze in hun bestaan worden aangesproken. Begrijpt u?”

    • Marjon van Royen