HANS DULFER OVER Compact discs

Hans Dulfer en band treden op in Parkers, Amsterdam (25 april), Alto, Amsterdam (27 april), Session, Haarlem (1 mei), Oude Stoep, Vlaardingen (3 mei), Agora, Lelystad (7 mei), Oosterpoort, Groningen (12 mei), Jazzfestival, Callantsoog (14 mei). De cd Big Boy verschijnt vandaag op EMI Monsters Of Jazz.

“Compact discs zijn de oplichterij van de eeuw. Dat heb ik indertijd geschreven en daar sta ik nog steeds achter. Voor mij is het een voorbeeld van een luxeprodukt dat niemand echt nodig heeft. Een van de leukste dingen van een langspeelplaat was dat je kon kiezen tussen de a- en de b-kant. Een cd van een uur of meer duurt mij veel te lang om er al die tijd geconcentreerd naar te luisteren. De tijdsduur klopt niet met het levensritme. Bovendien mis ik de plaathoezen. Bij cd's hebben ze gewoon het hoesontwerp verkleind. Voor iemand van mijn leeftijd wordt het steeds moeilijker om die kleine lettertjes te lezen.”

Tenorsaxofonist Hans Dulfer (53) liet zich als columnist van het muziekblad Oor geregeld kritisch uit over de opkomst van de compact disc als geluidsdrager. Deze week verschijnt niettemin zijn eerste cd Big Boy onder de groepsnaam Dulfer, met medewerking van dochter Candy en het producersduo Paul Keuzenkamp en John Helder uit de groep Gung Ho. De eigenzinnige saxofoonterrorist presenteert het nachtprogramma Streetbeats op de VPRO-radio en omschrijft zijn mengeling van jazz, rap, metal en computerritmes als 'de nieuwe grote stadsmuziek'.

“Waarom hebben ze de cd niet ter grootte van een ouderwetse elpee gemaakt? Bij de introductie werd beweerd dat het schijfje veel minder ruimte in beslag nam. Maar dat doosje is tweemaal zo breed. Dus moest je de kast verbouwen om ze kwijt te kunnen. Voor mij is het oplichterij van een branche die hetzelfde artikel tweemaal wil verkopen. Over een paar jaar komen ze waarschijnlijk met een driehoekig plaatje waar je weer een nieuw apparaat voor nodig hebt om het af te spelen. Ik ben bang dat de meeste mensen daar dan weer net zo makkelijk in zullen trappen.

“De hoofdreden waarom ik nooit een cd heb gemaakt, was dat niemand het me vroeg. Ik heb werk zat, dus ik voel me niet geroepen om met een demootje naar een platenmaatschappij te stappen. Uiteindelijk ben ik er een beetje bij gelummeld door die twee slimme producers. Ik had in hun studio wat zitten piepen en gieren op mijn sax. Daar hebben ze een ritme onder gezet en met dat bandje zijn ze naar een maatschappij gestapt. Die vroegen me toen of ik een cd vol wilde spelen.

“Nu ik er dan toch een gemaakt heb, vind ik dat er veel van verkocht moeten worden. Daarom ga ik met de vertegenwoordigers mee naar de platenwinkels, om er zeker van te zijn dat ze hem niet over het hoofd zien. Tegenwoordig lijkt het of iedereen een cd uitbrengt. Laatst vroeg mijn boekhouder me zelfs of hij me zijn ceedeetje mocht overhandigen. Blijkt die man in een dixielandbandje te spelen!”