'Er zou flink achter me aan gelopen moeten worden'

Wie als man geboren is, kan zich meestal slecht voorstellen hoe het zou zijn om als vrouw door het leven te gaan. En omgekeerd. Annemarie Oster vroeg aan twaalf mannen uit verschillende beroepen en van verschillende leeftijden hoe zij zichzelf als vrouw zouden zien.

Als negende: Joost Zwagerman, auteur, 30 jaar.

“Ik heb ooit eens een fictionele liefdesbrief gepubliceerd waarin ik schreef dat ik een mooie Surinaamse lesbische vrouw wilde zijn, rijzig en goedlachs. Die verandering hoefde niet langer dan twee weken te duren; in rap tempo zou ik overal achterkomen. Hoe het voor een vrouw voelt, want dat blijft voor mannen een mysterie, om klaar te komen. Hoe het voelt om alle blikken op je gericht te hebben omwille van je schoonheid. Ik zou ontzettend flirten maar voorwenden dit juist niet te doen, een mooie strategie om het hof te worden gemaakt.

Als ik echt mijn eigen tweelingzusje was geweest, dan zou ik, zeker in mijn jonge jaren, een neiging hebben gehad tot hysterie, op een heel vervelende manier mijn ouders tegen me in het harnas hebben gejaagd, in onmin hebben gelegen met de schoolleiding, het wilde meisje hebben uitgehangen met een heleboel vriendjes, die ik uit angst waarschijnlijk net niet had.

Stel dat ik knap was, dan zou ik daar zeker zwaar gebruik van maken, en mannen, bijvoorbeeld zo iemand als Geerten Meijsing met zijn typische gymnasiastenheteroseksualiteit, het idee geven dat ik hem een interessante partij vond en dan op het laatste moment terugtrekken om te kijken wat het effect daarvan was, hem voeding geven voor zijn wrok. Ik zou geen erg aardig meisje zijn omdat ik te veel met mezelf overhoop lag en snel in paniek was.

Ik zou niet verliefd zijn op onbereikbare jongens, maar zelf doen of ik onbereikbaar was: iemand met wie feest valt te vieren. Ik was een warhoofd, spilziek, lui, ik zou dingen voor me laten doen, niet ambitieus zijn, meer met verwondering en milde spot mannen die het wel waren, gadeslaan.

Wat relaties betreft zou ik veel veldwerk verrichten, uit experimenteerzucht, onzekerheid, verwarring en ontevredenheid. Maar ik zou geen vrouw willen zijn die een man moet krijgen. Er zou flink achter me aan gelopen moeten worden. En als ik de neiging voelde om bij de telefoon te gaan zitten wachten tot mijn Grote Liefde belde, zou ik het niet alleen nooit aan die man vertellen, ik zou er ook niet aan toegeven. Liever nog vertoonde ik destructief gedrag: me in disco's concentreren op jongens waar ik geen fluit aan vond of me laten vollopen, een keertje, want dat moet je niet te vaak doen als vrouw. Ik zou wel meer roken dan nu omdat ik het idiote idee heb dat het goed zou staan. Met eten zou ik moeite hebben omdat ik me zorgen maakte over mijn gewicht. Als hysterica die gauw in paniek is zou ik neiging hebben tot anorexia. Met grote borsten of een dikke kont zou ik me niet op mijn gemak voelen met mezelf. Als ik er zo uit zag als ik graag zou willen: lang, slank, op het dunne af, zou ik veel tijd besteden aan het kopen van kleren. Geen dure, maar veel. Ik zou zwart dragen en, vooropgesteld dat ik in Amsterdam woonde, dan zou ik graag een van die meisjes zijn die binnen de grachtengordel je rust verstoren; je neemt het ze bijna kwalijk dat ze er zijn. Geen Mac en Maggie-, meer een Sissy Boy-meisje. Mocht ik dat type niet halen, dan zou ik mezelf niet te schande maken door iets aan te trekken dat niet bij mijn aantrekkelijkheidscoefficient paste: iets dat te mooi was voor mezelf. Liever andersom. Ik droeg korte rokken waarvan een paar heel kort, spijkerbroeken met grote brede riemen en zo'n strak shirtje erboven. Straat-achtig. Baljurken of glitter zou ik nooit dragen. Op het Boekenbal zou ik me niet anders kleden dan op meer informele avonden, maar wel op mijn manier opvallen: op een chique manier underdressed.

Omdat het het gemakkelijkst is om je voor te stellen dat je het vriendinnetje van je vriendinnetje bent, zou ik het liefst een lesbisch meisje zijn, maar als ik hetero moet zijn, zou ik niet vallen op een blonde man. Ook niet op een macho: geen coureur of sportsman. Wel op iemand met een beetje geld. Ik had een eigen inkomen maar ik zou niet meer willen verdienen dat mijn partner, dat schijnt een aanslag te zijn op zijn identiteit. Eerst zou ik iemand willen die mijn tegenpool was. Een buitengewoon interessante man _ nu is hij helaas kaal _ vind ik de acteur John Malkovich. Hoewel aapachtig om te zien is hij toch geloofwaardig als womanizer. Maar na vier, vijf traumatische ervaringen zou ik op zo iemand terugkomen en als ik een jaar of dertig was, zou ik kinderen willen hebben, al zou ik ongelooflijk bang zijn voor de bevalling; ook als vrouw had ik een lage pijngrens. Maar ik zou het erg leuk vinden om moeder te zijn. De vader van mijn kinderen zou ik in de buurt willen hebben en liefst houden. Ik zou niet trouwen want dat impliceert een scheiding en ik zou te trots zijn om te vragen om alimentatie.

bpIk weet niet of ik als vrouw zou schrijven. Misschien op latere leeftijd. Geen 'vrouwenboeken', gewoon fictie. Dat was dan nadat ik mijn glorieuze jaren als fotomodel achter de rug had. Ik hoop niet dat je me van koketterie zou kunnen beschuldigen, dus ik zou geen Cindy Crawford of Julia Roberts willen zijn. Niet 'cute', maar een heftige vrouw. Ook niet Madonna want dat is een halve man. Ik kies toch weer voor een negerin, zij het geen lesbische: Naomi Campbell, die straalt een enorme fataliteit uit.''

    • Annemarie Oster