Duitsers en Japanners voorzien herstel groei

WASHINGTON, 25 APRIL. Tijdens het overleg van de ministers van de zeven grootste industriële landen (G7) in Washington toonden met name Duitsland en Japan zich gisteren opmerkelijk optimistisch over herstel van de economische groei. Zo zei de Duitse minister van financiën Theo Waigel te verwachten dat de Duitse economie dit jaar met 1 à 1,5 procent zal groeien. Het uiteindelijke cijfer zal volgens hem dichterbij de 1,5 dan de 1 procent liggen. Dat is aanzienlijk meer dan de 0,9 procent waarvan het IMF in de jongste World Economic Outlook uitgaat. Volgens Waigel houdt het IMF onvoldoende rekening met de economische “dynamiek” in de Duitse Länder.

Ook de Japanse minister van financiën, Hirohisa Fujii, meende dat het IMF met zijn voorspelling van 0,7 procent voor dit jaar de economische groei in zijn land onderschat. Zowel in Duitsland als Japan blijft volgens het IMF de groei dit jaar achter bij de andere industrielanden.

Alle ministers onderstreepten tijdens de bijeenkomst in Washington dat de inflatie “onder controle” is. “In de Verenigde Staten bestaat geen grond voor een inflatiestijging en in Duitsland al helemaal niet,” zo zei Bundesbank-president Hans Tietmeyer. Minister Waigel sprak tegelijkertijd echter van een zekere “correctie” op een eerdere daling van de kapitaalmarktrente. Hij gaf hiermee indirect aan dat de recente rentestijging niet geheel ongedaan zal worden gemaakt.

De ministers van de G7 toonden zich verder tevreden dat de wisselkoersen nauwelijks invloed hebben ondervonden van de recente stijging van de rente op de kapitaalmarkt. “We zullen nauw blijven samenwerken op de wisselmarkten,” zo onderstreepte de Amerikaanse minister van financiën Bentsen gisteren. Te grote schommelingen van de valutakoersen zijn volgens hem onwenselijk. Bundesbank-president Tietmeyer wees er tevreden op dat de D-mark tegen vele prognoses in sterk is gebleven, ondanks het feit dat het verschil tussen de geldmarkttarieven van de VS en Duitsland van 6 tot slechts 1,5 procent is geslonken. Met andere woorden: het beleid van de Bundesbank is volledig geslaagd.

Ten aanzien van de wisselkoersen klonk uit de mond van minister Fujii nog wel de waarschuwing dat een eventuele opwaardering van de yen het economisch herstel zal bemoeilijken. Van Amerikaanse zijde zou geen druk op Tokio zijn uitgeoefend de koers van de yen te laten oplopen om zo de import te stimuleren. Een jaar geleden had minister Bentsen nog wel geprobeerd de yen 'omhoog te praten' met het oog op het grote Amerikaanse handelstekort met Japan. Minister Fujii gaf aan dat zijn collega Bentsen “geen grote eisen” had gesteld. Bentsen onderstreepte in zijn verklaring na afloop echter dat Japan maatregelen moet nemen om de binnenlandse vraag te vergroten en het handelsoverschot te verminderen.

Nadat de G7-landen vorige maand al een aparte conferentie over de werkloosheid hadden belegd, kwam dit onderwerp gisteren slechts kort aan de orde.

Wat betreft Rusland en de andere voormalige communistische landen wil de G7 volgens minister Bentsen dat de internationale financiële instellingen hun middelen “effectiever” inzetten. Hij verwelkomde de overeenkomst tussen het IMF en Moskou over het vrijgeven van het krediet van 1,5 miljard dollar uit het speciale fonds voor landen die de overgang maken naar de vrije markteconomie. Zowel Bentsen als Waigel benadrukte dat het er nu om gaat dat Rusland zijn toezeggingen aan het IMF waarmaakt over terugdringing van overheidstekort en inflatie. Dan kan volgens hen het pad worden geëffend voor een zogenoemd standby krediet later dit jaar.

De G7-ministers drongen er verder op aan dat Rusland en de Wereldbank haast maken met de goedkeuring van grote kredieten voor een oliepijpleiding en importfinanciering. “We hebben de Russen ook duidelijk gemaakt dat als zij particulier kapitaal willen aantrekken, zij een stabiel investeringsklimaat moeten scheppen, waarin particulier bezit wordt gerespecteerd,” aldus Bentsen.

Hij toonde zich tevreden over de reactie van de Russische gesprekspartners - behalve vice-premier Alexander Sjokin waren ook minister van financiën Sergei Dubinin en Bankpresident Viktor Gerasjenko aanwezig. “Zij delen onze prioriteiten en onze zorgen,” aldus Bentsen. Volgens hem hebben de Russen nu voor het eerst daadwerkelijke interesse getoond om kredieten te gebruiken voor een sociaal vangnet, waarmee de ergste gevolgen van de economische hervormingen moeten worden opgevangen.

Bentsen zei verder dat de G7 bereid zijn mee te werken aan een herschikking van de schulden voor Rusland, waardoor de afbetalingsverplichtingen afnemen. Vice-premier Sjokin zei gisteren te hopen dat hierover “in mei of juni” in de zogenoemde 'Club van Parijs' (van crediteurenlanden) kan worden onderhandeld. Hij voegde eraan toe dat er een beter akkoord moet komen dan vorig jaar. “We zijn niet bereid enorme sommen te betalen aan onze crediteuren”, aldus de Rus, “want we hebben een enorm begrotingsprobleem.”