Amsterdam kan 'Happy Family' niet vervolgen

AMSTERDAM, 25 APRIL. Het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam zet een streep onder de zaak van de 'Happy Family'. De voormalige keten van jeugdhonken, in de jaren zeventig en tachtig royaal gesubsideerd door de gemeente, zou hebben gediend als dekmantel voor drugshandel. De subsidie is weliswaar deels ten onrechte verstrekt, zo concludeert het college, maar van terugvordering kan geen sprake zijn.

Het college heeft daarmee de conclusie van de voormalige wethouder voor jeugdzaken E. Bakker overgenomen. De afdeling Jeugdzaken had op verzoek van de VVD-fractie in de gemeenteraad een onderzoek ingesteld naar de Happy Family. Het rapport is enige tijd geleden volgens een woordvoerder van Bakker als vertrouwelijk stuk aan het college voorgelegd. Uit het rapport zou blijken dat de subsidie in de jaren tachtig werd voortgezet, terwijl toen al sprake was van onregelmatigheden.

De VVD in Amsterdam heeft al in 1985 vragen gesteld over de subsidiëring van de keten. Vorig jaar verklaarde de leider van de organisatie in de jaren tachtig, Steve Brown, voor de camera van RTL4 dat in het jongerencentrum voor tientallen miljoenen guldens aan softdrugs werden verhandeld. De gemeente dacht dat ze subsidie gaf aan projecten voor randgroepjongeren. In hoogtijdagen ging het om 130.000 gulden op jaarbasis, aldus de woordvoerder van Bakker. Brown vertelde trots dat hij het geld opmaakte aan dure vakanties en etentjes met zijn familie.

In het rapport haalt Jeugdzaken deze uitspraken aan: “Uit de verklaringen van Brown kan worden begrepen dat de drugswinsten niet alle zijn toegevloeid naar de Happy Family-organisaties.” Maar, voegt het rapport daaraan toe: “Het waarheidsgehalte van de ontboezemingen van de heer Brown onttrekt zich goeddeels aan onze waarneming.”

Fraude is niet te bewijzen, zo concludeert het college, en omdat Brown niet in Nederland verblijft wordt van een justitiëel onderzoek weinig verwacht. “We kunnen geen cent terugvorderen”, aldus een woordvoerder van de gemeente. “Dat is het droefgeestige van de affaire.”