Alle vrouwen mogen bij coach Kris komen roeien

AMSTELVEEN, 25 APRIL. Ze deed wat aan ballet, ze zwom en ze tenniste. De wereld heeft zo veel leuks te bieden dat zes keer per week trainen in één sport een achterlijke, onnodige beperking zou zijn. Ze kon niet kiezen en was daarom ook nergens echt goed in. Voor ballet was ze te groot, voor zwemmen niet fanatiek genoeg. Sinds vier maanden traint de 21-jarige Seada van den Herik als roeister voor internationale wedstrijden.

De grens tussen sport en topsport is vooral een mentale scheidslijn. Enige honderden Nederlandse atleten hopen dat ze over twee jaar naar de Olympische Spelen mogen. Als ze beschikken over talent, de lichaamsbouw, enige ervaring, de juiste coach en goede begeleiding en ze zijn bereid de komende twee jaar tussen de twintig en dertig uur per week te trainen, maken ze een kans.

Na ballet, zwemmen en tennis kwam voor Van den Herik het roeien. Als eerstejaars-student in Amsterdam was ze van plan te feesten. Maar ze werd lid van de roeivereniging Okeanos en belandde twee-en-een-half jaar geleden in de 'eerstejaars-acht', een soort prestige-project. Dat was zes keer per week trainen. “Je traint je de hele winter het leplazarus, maar hebt geen flauw benul waarvoor”, vertelde ze. “De coaches zeiden: het is leuk, want jullie gaan in februari wedstrijden winnen.” Vorig jaar deed ze het rustig aan: wederom zes keer in de week, terwijl de meesten de frequentie opvoeren. En dit seizoen kwam ze bij haar club in een vier terecht, die hooguit op nationaal niveau mee zou kunnen doen.

Toen kwam de vraag bovendrijven die iedere sporter eens heeft moeten beantwoorden. Doe ik het voor de lol of wil ik mijn grenzen verkennen? Haal ik de top als ik voldoende tijd investeer? Ben ik sporter of topsporter?

In het Nederlandse roeiwereldje werden die vragen opgedrongen door Kris Korzeniowski, een Pool die voornamelijk in de Verenigde Staten coachte, en sinds januari als bondscoach in dienst is van de roeibond. Hij is op zoek naar medaillewinnaars op de Olympische Spelen in 1996. Hij stuurde alle clubs een brief met de uitnodiging aan roeiers en roeisters om in Amsterdam een ergometer-test te komen doen. Er kwamen vijftig vrouwen opdagen. Deze week heeft hij een oproep laten plaatsen in het bondsblad: vrouwen, langer dan 1.78 meter, met een goede instelling, meldt u.

Van den Herik was begin januari op vakantie, maar meldde zich twee weken later. “Ga maar zitten”, zei de coach. De ergometer, een roeimachine, geeft aan hoe lang je doet over twee kilometer. Van den Herik kwam uit op 7.10 - Irene Eijs is de beste vrouw met 6.46 - en mocht zich aansluiten bij de 'kernploeg'. Ze zei de drie teamgenoten op haar club vaarwel en stapte met Tessa Appeldoorn in een twee.

Van den Herik had, zo leek het in december, dit jaar wellicht een paar Nederlandse medailles kunnen winnen. Sinds de komst van Korzeniowski zijn de opties zozeer toegenomen dat ze deze week naar het Amerikaanse Seattle vertrekt voor een wedstrijd in een acht en volgende maand naar Duitsland, waar ze zich kan kwalificeren voor Luzern. De formule van Korzeniowski is heel simpel. De groep moet zo groot mogelijk en wie wint mag naar de grote kampioenschappen. “Korzeniowski heeft alles opgegooid”, vertelde Van den Herik afgelopen weekeinde bij de Randstad Regatta, de eerste twee-kilometerwedstrijd van het seizoen. Tot vorig jaar moest een nieuwkomer ongeveer Nederlands kampioen worden in de skiff om in aanmerking te komen voor een plaats in een sterke ploeg. Dit jaar tellen alleen de resultaten: op de ergometer, de trainingen en de wedstrijden.

“Op maandag en donderdagmiddag hebben we vrij, dus we trainen elf keer per week”, rekende Van den Herik uit. “De coach gebruikt ons, de jongeren, om de ervaren roeisters te stangen. We moeten voortdurend sparren. Are you having fun ladies, vraagt hij dan. Vier keer 1.500 meter wedstrijdje, maar dan blijkt dat we bijna net zo goed zijn als roeisters met WK-ervaring. De jongeren verbeteren zich natuurlijk sneller dan de ouderen, onze prestatiecurve is nog steiler.”

Van den Herik, studente wiskunde en informatica, besluit aan het eind van het jaar of ze doorgaat. Die aarzeling ontlokte Korzeniowski een meewarige glimlach. Hij noemde het een typisch Nederlandse redenatie. Als hij in Amerika tegen roeisters zei: 'jullie halen het niet', wilden die vrouwen hem het tegendeel bewijzen. In Nederland denken de roeisters: hij is coach, hij zal het wel weten, ik haal het waarschijnlijk niet.

Na de wedstrijden was Korzeniowski gisteren druk in de weer met een grote multomap vol uitslagen en schema's. Eén voor één riep hij vervolgens zijn trainingsgroepen bij elkaar om de races te evalueren. Op grond van de uitslagen had de coach twee vieren volgestopt, met Van den Herik in de tweede vier, maar de derde vier was nog niet vergeven. Dat moet deze week gebeuren op de training. “Dames, kunnen jullie dinsdag en woensdag om zeven uur 's ochtends en om zeven uur 's avonds?” Ze kunnen allemaal. Ze komen uit Amsterdam, Utrecht of Delft. Ze studeren of ze werken. Maar ze staan morgenochtend vóór zeven uur aan het water van de Bosbaan in Amstelveen.

    • Remmelt Otten