Wittebroodsweken met Kremlin zijn voorbij

De oorlog in Bosnië vernietigt alle mythen over het 'strategische partnerschap' tussen de Verenigde Staten en Rusland. De waarheid is nu veel simpeler, schrijft Jonathan Eyal. De belangen van het Westen en Rusland vallen op de Balkan niet samen.

De beslissing van de NAVO om in Bosnië krachtiger op te treden zal geen verandering brengen in een van de belangrijkste gegevens van de Joegoslavische oorlog: het is onmogelijk op de Balkan vrede te bereiken zonder de Russen erbij te betrekken, maar het is ook steeds moeilijker in te zien hoe de belangen van het Westen en Moskou kunnen worden verzoend.

Het lijkt paradoxaal genoeg alsof de opvattingen van de regeringen van de NAVO en het Kremlin dichter bijelkaar komen te liggen. Het falen van de pogingen van het bondgenootschap om de Serviërs van de vernietiging van Gorazde te weerhouden is gevolgd door de mislukte pogingen van de Russische Joegoslavië-bemiddelaar Vitali Tsjoerkin, de Serviërs daartoe te overreden. De Amerikaanse regering is zelfs op een krachtiger NAVO-optreden in Joegoslavië gaan aandringen juist omdàt Washington aanneemt dat de Russen waarschijnlijk geen bezwaar zullen maken.

Maar schijn bedriegt vaak: hoewel Moskou geen ruzie met het Westen wil over de Balkan, handhaaft president Jeltsin hardnekkig de opvatting dat rekening moet worden gehouden met de Russische belangen in de regio. En Washington heeft die boodschap van het Kremlin bij voortduring en met evenveel hardnekkigheid verkeerd geïnterpreteerd.

Het denkbeeld dat de Russen een historische vriendschap met de Serviërs koesteren is irrelevant: hoewel de geschiedenis een rol speelt op de Balkan wordt ze vaak misbruikt als rechtvaardiging van acties uit strategische overwegingen die veel realistischer en recenter zijn. Het mag waar zijn dat de meeste gewone Russen een zekere affiniteit voelen met de Serviërs, het is ook een feit dat de historische Russisch-Servische betrekkingen meer door confrontatie dan door samenwerking zijn gedomineerd.

De tsaren steunden in de vorige eeuw het Servische onafhankelijkheidsstreven, maar ze hebben ook herhaaldelijk de nu niet meer bestaande koninkrijken Montenegro en Bulgarije gesteund met het uitdrukkelijke doel Servië klein en zwak te houden. Sommige nationalistische politici in Moskou zouden wel eens belang kunnen hebben bij in een herleving van een historisch pan-slavisch bondgenootschap; maar dit houdt niet noodzakelijkerwijs een vriendschap met de Serviërs in: Slovenië, Kroatië, Macedonië en Bulgarije zijn ook slavische naties. Belangrijker: men vergeet doorgaans dat de hele politieke elite in het Servië van nu is opgegroeid in een periode waarin Moskou werd gezien als de doodsvijand van Joegoslavië: alle Servische generaals die nu in Bosnië vechten hebben in de decennia van de Koude Oorlog het militaire vak geleerd uit oorlogsscenario's, opgesteld voor de eventualiteit van een Sovjet-invasie. Kortom, de 'traditionele' Russisch-Servische vriendschap is niets meer dan een tijdelijk gelegenheidshuwelijk, al zal het waarschijnlijk een hele tijd stand houden.

Het Servische belang bij dit huwelijk ligt voor de hand: de Serviërs, zelf geïsoleerd van de wereld, zien Moskou als hun enige bescherming tegen de dreigende militaire actie uit het Westen. Ze zijn evenwel vastbesloten aan te tonen dat ze niet zullen toestaan dat het Kremlin zich met hun oorlogsplannen bemoeit. Daarom hebben ze de afgelopen twee weken steeds geroepen dat ze alleen met Russische hulp over een bestand in Bosnië willen praten, maar tevens het advies van Moskou in de wind geslagen.

Dat is voor de Russische onderhandelaars een frustrerende ervaring, maar dat betekent niet dat president Jeltsin nu bereid is het Westen op de Balkan de vrije hand te laten. Vanuit het Russische standpunt is een vredesregeling in Joegoslavië minder belangrijk dan de lessen die kunnen worden getrokken uit de Balkanoorlog voor toekomstige Europese veiligheidsregelingen en de precedenten die Westerse acties in het gebied scheppen.

Het begin van de Joegoslavische oorlog viel in 1991 samen met de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Moskou was niet in de positie bezwaar aan te tekenen tegen de aanvankelijke wens van de Europese Unie als belangrijkste internationale instantie het conflict aan te pakken. President Jeltsin was eerder geïnteresseerd in goede betrekkingen met het Westen, en vooral het feit dat de Verenigde Naties de verantwoordelijkheid voor het vredesproces met de EU gingen delen stelde de Russen verder gerust. Wat Jeltsin betreft is die situatie volledig veranderd door de gebeurtenissen van de laatste paar maanden.

Het succes van de nationalistische politici in de verkiezingen van december vorig jaar zette de Russische leiding onder druk. Zij moest werken aan een beleid dat meer aanknopingspunten bood voor de eigen belangen van Moskou. Belangrijker: toen de Russen besloten hun slecht gedefinieerde wittebroodsweken met het Westen te beëindigen ontdekten ze al snel dat ze niet de middelen hadden en dat de VS niet van plan waren Moskou serieus bij de Balkan te betrekken.

Elk Russische verzoek om een nieuw VN-mandaat in Joegoslavië is afgewezen. In plaats daarvan heeft het Westen gehamerd op een nieuwe interpretatie van resoluties die de Veiligheidsraad lang geleden heeft aangenomen, vaak zonder het Kremlin daarover te raadplegen. De beslissing de NAVO in te schakelen als uitvoerder van het VN-beleid in Bosnië werd genomen zonder de Russen; evenals het besluit om voor de bescherming van Sarajevo een ultimatum uit te vaardigen, voor het neerschieten van vier Servische vliegtuigen boven Bosnië en voor de luchtaanvallen in Gorazde op 10 april. In elke instantie beloofde het Westen de Russen erbij te betrekken, maar dit gebeurde steeds nadat de beslissing was genomen.

Die tactiek kwam de Russen bekend voor, want ze werd al toegepast vóór de Golfoorlog, toen de Amerikanen president Gorbatsjovs politieke steun misbruikten door hun offensief tegen Irak te ontketenen. Ook over het na die oorlog tegen Irak gevoerde beleid zijn de Russen niet geraadpleegd. Moskou werd eveneens genegeerd bij de Arabisch-Israelische vredesbesprekingen: de Russische minister van buitenlandse zaken Kozyrev werd slechts uitgenodigd voor de ondertekeningsbijeenkomst in Washington, als acteur in een grootscheepse door het Westen op touw gezette fotosessie. Toen de NAVO in februari met haar ultimatum in Sarajevo kwam, was president Jeltsin dan ook niet langer verbaasd: in plaats van simpelweg op Westerse beloften af te gaan zorgde hij voor de overplaatsing van Russische VN-soldaten naar de Bosnische hoofdstad, waardoor zijn land niet meer kan worden genegeerd.

Het belangrijkste Russische belang in Joegoslavië is de instandhouding van één denkbeeld: dat de NAVO niet mag worden toegestaan haar gang te gaan in een gebied dat Moskou nog steeds beschouwt als zijn invloedssfeer. Het Westen mag die opvatting terecht bestrijden: de toenemende militaire contacten van de NAVO met de Oosteuropese landen zijn gebaseerd op de stelling dat het Kremlin niet mag worden toegestaan een veto uit te vaardigen voor het toekomstige veiligheidsbeleid van deze landen. Maar als dit nu het beleid is, moet het Westen ook de consequenties accepteren.

De Russen hebben een topontmoeting met de Europese en Amerikaanse leiders voorgesteld om het beleid in de toekomst te coördineren. De reactie van Washington op dit initiatief is lauw geweest, en de top wordt misschien pas over een maand gehouden. President Clinton zou dat uitstel nog wel eens kunnen betreuren, want de Russen zullen de NAVO in Joegoslavië waarschijnlijk niet de vrije hand geven. Moskou zal niet instemmen met de opheffing van het wapenembargo tegen Bosnië en zal evenmin tolereren dat Servië met luchtacties wordt vernietigd.

De oorlog in Bosnië blaast nu alle mythen op rondom het Russisch-Amerikaanse 'strategische partnerschap' waarover president Clinton het zo vaak heeft gehad. De waarheid is nu veel simpeler: de belangen van het Westen en Rusland vallen op de Balkan niet samen. Voor de Russen is de huidige status quo, het resultaat van de Servische agressie, zeer aanvaardbaar; voor het Westen is diezelfde status quo onverdraaglijk. Als de NAVO haar rol in Bosnië uitbreidt moet ze zich tevens voorbereiden op wat dan zal volgen: een grotere politieke ruzie met Moskou, die de Oost-West-relaties over de hele linie zal raken. Dat is wellicht onmvermijdelijk geweest, maar één feit staat nu vast: de wittebroodsweken met het Kremlin zijn waarlijk voorbij.

    • Jonathan Eyal