Wim Kok, de vernieuwde PvdA-leider; 'Als je niet oppast, word je gek van al die politici'

Door de neergang van het CDA en het herstel van de PvdA groeien de kansen voor Wim Kok op het premierschap. Maar heeft hij daarvoor de eigenschappen? Een portret van een soms wat korzelig bestuurder, die niet echt voor het leiderschap lijkt geboren. 'Ik kan buitengewoon hard en kritisch tegenover mezelf zijn.'

Wim Kok heeft een metamorfose ondergaan, zo lijkt het. Weg is die kille, in zichzelf opgesloten bestuurder, die veel van mensen vraagt en nooit wat teruggeeft. De nieuwe Kok treedt de wereld nu open, communicatief, vol en zelfvertrouwen tegemoet. Waar CDA-lijsttrekker Brinkman bij tegenwind verkrampt, wordt Kok door de peilingen vooruit geblazen. De PvdA verliest weliswaar nog steeds eenderde van zijn aanhang, maar door de malaise in het CDA is de kans groot dat de PvdA straks de premier mag leveren. Wim Kok for president. Zijn campagneteam zet hem neer als de natuurlijke opvolger van Lubbers, waartegen de aangewezen opvolger (Brinkman) en de bewindslieden-voor-een-dag Van Mierlo en Bolkestein het zullen afleggen.

Maar is Kok in staat Nederland de 21-ste eeuw in te loodsen? Zelf noemt hij zijn betrokkenheid bij jeugdige werklozen en het milieu, zijn ervaring, tomeloze ambitie en leergierigheid als sterke punten. Anderen roemen zijn dossierkennis, die niet onder doet voor die van Lubbers, zijn werkdrift en plichtsbetrachting. Kok is een bijter. Maar zijn vermeende gebrekkige sociale vaardigheden vormen zijn achilleshiel.

“In de persoonlijke omgang lijkt Kok op Dr. Jekyll and Mr. Hide”, zegt de een, “hij kan plezierig en geestig zijn, met veel gevoel voor humor, maar plotseling enorm kribbig worden. Anders dan Lubbers laat Kok dat filterloos door.” “Kok heeft vlagen van plotselinge warmte”, zegt een ander, “maar die duren doorgaans niet erg lang. Hij slurpt kritiek op. Een typische binnenvetter. Mensen die die in een hiërarchische relatie tot hem staan, kunnen het erg moeilijk hebben. Hij kan naar beneden zeer korzelig opereren.” In politiek Den Haag vindt men het vaak gemakkelijker met Lubbers te communiceren dan met Kok.

Als voorzitter van de FNV was Kok al afstandelijk. “Als hij zijn oorwurmengezicht op had, kon je maar beter niet tegen hem praten”, zegt iemand uit die tijd. Daar is niets in veranderd. Kok heeft geen 'maatjes', beweren de mensen die hem nu meemaken. Kok zegt zelf dat hij ze de afgelopen anderhalf jaar wel heeft gekregen. Maar niemand kan namen noemen, behalve dan die van Rita, de vrouw van Kok. Mensen die hem goed kennen zetten Kok neer als “iemand die hard en kritisch is ten opzichte van mensen voor wie hij geen waardering voor heeft”.

Kok is minder 'inpakkerig' dan de Jezuïetenleerlingen Lubbers, Van Mierlo en Van Agt. “Als minister-president zal Kok toch minder sikkeneurig moeten zijn”, zegt een oud-collega van Kok. “Stel dat Brinkman zijn vice-premier wordt, dan zal hij toch moeite hebben hem te accepteren en dat zal hij laten blijken ook.” “Het duo Kok / Brinkman is niet het voor de hand liggende koningsduo”, zei Kok al op 28 februari in deze krant. Wat dat betreft lijkt hij op Den Uyl, die indertijd zijn minachting voor KVP'er Dries van Agt ook niet maskeerde.

Kok gaat 'instrumenteel' met zijn ambtenaren, partijgenoten en eigen bewindslieden om. Hij beloont ze niet en straft ze ook niet, zo wordt gezegd. Als zwakke punten worden ook gebrek aan visie en trage besluitvorming genoemd. Kok heeft een goed geheugen, rekent goed, kan prima spreken en schrijven en is net als Lubbers voorzichtig als het gaat om het nemen van besluiten. Net als Lubbers is Kok een bruggenbouwer, getraind in het smeden van compromissen. Dat alles onder het motto: “Voor echte veranderingen heb je een draagvlak in de samenleving nodig.”

Lubbers heeft minder ideologische worteling dan Den Uyl, constateert Kok. “Daardoor zijn compromissen met hem niet moeilijk, maar vaak wel kortstondiger. Lubbers is buitengewoon spitsvondig in het voorbereiden, maar ook in het amenderen van compromisssen.” Den Uyl had zich volgens Kok ideologisch vastgebeten. “Alles wat hij tegenkwam gebruikte hij om zijn gelijk te versterken. Den Uyl trok diepe voren in de grond. Het was voor hem moeilijk zich los te maken.” Zo gezien lijkt Kok dus meer op Lubbers dan op Den Uyl.

Wim Kok werd op 29 september 1938 te Bergambacht geboren als zoon van een timmerman. Kok had niet zo'n welvarende jeugd. Op een Sinterklaasavond tijdens de oorlog kreeg hij als cadeau een pepernoot. In de jaren na de oorlog ging het gezin Kok een dag per jaar op vakantie. Meer geld was er niet. Het hoogtepunt van die dag was steevast het flesje cola dat in het Schipperscafé in Rotterdam werd genuttigd. Kok is en blijft de eenvoudige jongen van toen. Mensen die hem van nabij kennen noemen hem zelfs 'kleinburgerlijk'. Iemand die als hoogste ideaal heeft “het hebben van een gezinnetje met kinderen die later moeten kunnen beschikken over een autootje”.

Kok praat niet graag over huiselijke aangelegenheden. Maar omdat de PvdA stemmen nodig heeft, staat hij bladen als Panorama en Nieuwe Revu geduldig te woord. De problemen van het partijleiderschap blijven daarbij onbesproken. Als ze al ter sprake komen, wuift Kok ze weg. Kok is pas in zijn element als hij praat over de manier waarop het kabinet het milieu, het Verdrag van Maastricht en de sociale vernieuwing aanpakte. Het gaat hem om het overtuigen van mensen, het vinden van een draagvlak in de samenleving en niet om regels en wetgeving.

Kok wil daar in de volgende kabinetsperiode mee doorgaan. Zó wil hij het land leiden: “De traditionele politiek in dit land,” zegt de PvdA-lijsttrekker, “gaat er te vaak vanuit dat de paar doelstellingen die je in een regeerakkoord hebt opgeschreven ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Zelden wordt een procesmatige aanpak gevolgd waarbij de vraag 'wat wil je?' onmiddellijk wordt gekoppeld aan de vraag 'hoe ga je dat doen?' Zo'n procesmatige aanpak heeft mijn voorkeur voor de komende regeerperiode. Als we over een paar weken gaan formeren, zal ik op zo'n nieuwe stijl van besturen aandringen.”

Wat houdt die concreet in?

“Ik ben ervan overtuigd dat als je vastlegt dat we zoveel duizend langdurig werklozen aan een baan helpen, dit een dode letter blijft als we niet tegelijkertijd proberen zo'n project daadwerkelijk van de grond te krijgen. Dat betekent dat schotten tussen instituties - het arbeidsbureau, de sociale dienst, allerlei scholingsinstellingen - moeten worden weggehaald, dat er ruimte moet komen voor initiatief en creativiteit.”

Dat lijkt op de aanpak van Bill Clinton en Al Gore in de VS: 'Reinventing government', het opnieuw uitvinden van openbaar bestuur.

“Ja. Ik stond er laatst met Frank de Grave over te praten. Een prima man, die De Grave (VVD-wethouder in Amsterdam van financiën, red.). Bij de formatie van het college van burgemeester en wethouders in Amsterdam hebben verschillende partijen zich sterk gemaakt voor het verder ontwikkelen van de 'Jan Schaefer-gedachte': het produktief aanwenden van uitkeringsgeld voor banen in de zorgsector, het openbaar toezicht, en dergelijke. We kwamen daar samen tot de conclusie dat we door bureaucratieën heen moeten breken. Daarvoor is een projectmatige aanpak nodig: als je die niet bij de start van een nieuw kabinet kiest dan kun je het beter helemaal vergeten. Dat is mijn ambitie bij de formatie.”

Politici als Den Uyl, Van Agt en Van Mierlo spreken tot de verbeelding. Kok is net als Lubbers en Brinkman meer een bestuurder. Noch op het ministerie, noch bij de PvdA is hij ooit een leider geweest die zei welke kant de troepen op moesten. Kok neemt steevast pas na veel wikken en wegen een besluit. “Doe iets, maak keuzes”, zei een van zijn raadgevers vlak na zijn aantreden. “Laat de mensen kwaad worden. Toon emotie, maak theater. Want dat is politiek.” In zijn campagneteam gaan ze inmiddels uit van de 'authenticiteit' van Kok. Daar luidt het parool: “Doe gewoon, wees jezelf, gedráág je dan maar als boekhouder”. Het ideaal om van Kok een 'echte' politicus te maken is al lang opgegeven.

“Het groeien in het ministerschap van financiën heeft mij meer moeite gekost dan ik wilde erkennen”, zegt de PvdA-lijsttrekker in zijn werkkamer op het ministerie. “Dat veroorzaakte die naar binnen gekeerde houding. Als je je in de politiek onnodig kwetsbaar opstelt, wordt je hoofd gauw afgehakt. Dat moet je dus niet doen. Maar de afgelopen tijd heb ik gemerkt dat naarmate ik mij kwetsbaarder opstel, naarmate ik communicatiever ben, ik ook meer uit de mensen om mij heen krijg. Daarmee kweek je een zeker wederzijds vertrouwen, zo heb ik ontdekt, en dat bevalt mij steeds beter.”

Kok gooit het op de 'aanpassingsproblemen' die telkens weer optraden. “In de Kamer heb ik die ook gehad”, zegt hij. “Vergeet niet: mijn overstap in 1986 naar de politiek was voor mijzelf ontzettend ingrijpend. Ik heb daar nooit mee te koop gelopen. Maar toen ik na mijn aantreden meteen Joop den Uyl moest opvolgen, heb ik peentjes gezweet. Wat moest dat worden? Ik hield mijn maidenspeech, werd politicus van het jaar. Prachtig, bingo, zou je zeggen. Maar ik voelde mij op het schild geheven nog voordat ik een hamer kon vasthouden. Dat is een groeiproces geweest. Drie jaar later kwam de PvdA in het kabinet en toen begon het opnieuw. Weer een botsing. In '86 was er de verwachting in de persoon Kok, die het vak van politicus nog niet had geleerd. En in '89 was het de botsing van de PvdA-leider die in de regering wel eens even een ander beleid zou gaan voeren. Dan blijk je ook daar eerst het métier te moeten leren.

“Ik ben wat dat betreft iemand die tijd nodig heeft. Menigeen heeft mij die hele moeilijke combinatie van vice-premier, minister van financiën en partijleider afgeraden. Het is mij die eerste jaren inderdaad niet makkelijk afgegaan. Maar naarmate je langer in die positie zit, krijg je meer zelfvertrouwen. Zo'n anderhalf jaar geleden kreeg ik het gevoel dat ik de zaken voldoende beheerste. Ik voelde dat ik voldoende mentale rust kreeg om zaken te kunnen overzien, om dingen aan te durven. En dan kom je in die fase waarin verantwoording wordt afgelegd, de campagnetijd, en dan leer je teamwork en collegialiteit waarderen. Het er samen voor staan. Het hebben van maatjes.”

Toch wordt u nog steeds afgeschilderd als een solitaire man.

“Als je eenmaal met een bepaald etiket in de dossiermappen terecht bent gekomen, kom je daar niet makkelijk meer vanaf. Ik kom ook wel eens beschrijvingen van mensen tegen in een file. Dan denk ik ook: dat heb ik drie jaar geleden nou wel opgeschreven, maar als ik nu nog eens naar die man kijk, dan moet ik constateren dat het een slag anders ligt.”

Ook uw eigen bewindslieden moeten vaak gissen naar wat Kok in zijn hoofd heeft. De kaderbrief - de eerste aanzet voor de volgende rijksbegroting - heeft u niet in het bewindsliedenoverleg doorgesproken.

“Ho, maar wacht eens even. Dat ligt veel ingewikkelder. Alle bewindslieden, of ze nu het groene petje van het CDA of het rode van de PvdA dragen, hebben een bijzonder eigen belang. Als je denkt dat de minister van financiën in samenspraak met een 'waterpoloteam van zeven PvdA-spelers' een kaderbrief kan opstellen, dan heb je het mis. Daar heb ik altijd voor gepast. Een minister van financiën formuleert zijn voorstellen in de ministerraad en niet in de beslotenheid van een PvdA-bewindspersonenoverleg.”

U kunt buitengewoon hard en kritisch zijn tegenover mensen voor wie u geen waardering heeft.

“Ik kan ook buitengewoon hard en kritisch tegenover mezelf zijn.”

U zou domheid minachten. En dom is men in uw ogen nogal gauw. U kunt korzelig doen tegenover de mensen die u niet hoog heeft.

“Likken naar boven en trappen naar beneden heeft me nooit gelegen. Als ik ergens de ziekte over in heb dan is het wel daarover. Dat zijn de verkeerde woorden. Dom?! God, ik denk helemaal niet in dat soort termen. Wat is dat eigenlijk? Weet je wat ik dom vind? Dat is de arrogantie die je ook hier in Den Haag nogal eens tekenkomt. Een opgeblazen inhoudsloosheid waarbij wat men werkelijk in huis heeft bleek afsteekt bij de pretenties die men heeft. Je hebt hele verstandige, bruikbare, nuttige mensen met een zwak ontwikkeld verstand en hele intelligente mensen die een chaos om zich heen creëren. In een beslisapparaat als het ministerie van financiën kom je dat soort dingen ook tegen.”

Als u zich aan zoveel zaken ergert, waar doet u het dan allemaal voor?

“Ik heb echt lol in mijn werk. Natuurlijk kruip ik 's avonds ook wel eens hondsmoe mijn nest in en in het weekeinde denk ik wel eens: nou maar eens een dagje rustig aan doen. Maar het is zo'n prachtig creatief leven wat ik leid. Je schaakt op vele borden tegelijk. Of het nu om de sociale zekerheid, de onveiligheid of de internationale politiek gaat, je weet dat je mening ertoe doet. Die invloed, de gevarieerdheid aan onderwerpen, daar ben ik verslingerd aan geraakt.

“Af en toe moet je jezelf dan weleens in je vel knijpen. Het moet ook niet weer zo zijn dat werk alles in je leven gaat wegdrukken. Dan deug je ook niet voor je vak. Mensen moeten compleet zijn. Niet elke keer weer van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, zeven dagen in de week die faxen en nota's. Af en toe moet je, even afstand kunnen nemen. Dat kan ik - hoe gek het in de oren van sommige mensen ook zal klinken - de laatste anderhalf jaar ook beter. Dat stelt mij dan weer in staat om op andere momenten dieper te gaan.”

Gaat die 'vernieuwde Kok' tegenwoordig ook naar verjaardagspartijtjes van collega's?

“Nee. Naar verjaardagspartijtjes ga ik zelden. Die zeggen me helemaal niks. Ook mijn eigen verjaardag niet.”

Maar een gewoon bezoek kan er wel vanaf?

“Soms. Dan zeg ik tegen Jacques Wallage: Jacques, ik kom zondagochtend bij je langs om eens bij te praten. Dat gebeurt dan niet met vijf dikke dossiers met plastic mapjes op onze schoot. Nee. Gewoon eens bijpraten over: waar staan we, hoe gaan we verder, hoe gaat het persoonlijk? Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik dat soort bezoeken liever afleg bij mensen die niet in de politiek zitten. Ik ga liever naar mijn huisarts die ik al twintig jaar ken en waar ik ontzettend goed mee omga. Die vriendschap heb ik verwaarloosd en hij is nog ernstig ziek geweest ook. Dan ga ik liever eens met hem een lekker glas wijn drinken, met zijn vrouw erbij eens lekker bijpraten, dan dat ik weer met een minister zus of Kamerlid zo zit opgescheept. Als je niet oppast, word je gek van al die politici.”

We hebben de laatste anderhalf jaar, zonder dat we dat beseften, een nieuwe Kok gekregen. Kan die Kok het bijvoorbeeld ook goed vinden met D66-leider Hans van Mierlo? Of heeft Van Mierlo aan de formatie van 1989 lange tenen overgehouden?

“Ik dacht het niet. Dat is ook al weer zo lang geleden. Het ging bij die formatie om drie zaken: de ministersaantallen, het rabiate verzet tegen toetreding van D66 bij het CDA dat vreesde voor aantasting van zijn machtspositie en de heftige voorkeur bij ons om zonder meer te gaan regeren. Het risico dat zo'n kabinet met de PvdA er niet zou komen, woog bij de PvdA-fractie erg zwaar. Sindsdien zijn de verhoudingen tussen D66 en de PvdA in het algemeen en tussen Hans en mij in het bijzonder voldoende genormaliseerd om met behoorlijk veel vertrouwen de toekomst tegemoet te treden.”

Uw consensusaanpak heeft niet altijd het gewenste effect. Bij de WAO ging het afgelopen kabinetsperiode flink mis.

“De WAO was een andersoortig onderwerp. Daar konden we niet volstaan met het zetten van een koers en het werven van een zo groot mogelijk draagvlak. Iets soortgelijks geldt voor de grote infrastructurele projecten: de uitbreiding van Schiphol, de Betuwelijn. Ook daar heb je te maken met fundamentele belangentegenstellingen, waarbij je er met overtuigingskracht alleen niet komt.

“Je hoort dan vaak een pleidooi voor een betere presentatie. Hans van Mierlo is daar sterk in. Ik zeg dan: als dat aanleiding wordt om te zeggen 'we moeten er langer over doen', terwijl je verdomd goed weet dat er geen alternatief is, dan ontloop je verantwoordelijkheid voor keuzes die vroeg of laat toch moeten worden gemaakt.' D66 doet dat vaker. Bij de Betuwelijn, bij Schiphol, bij de WAO.”

Wat moet er volgens u in een volgend kabinet veranderen?

“Regeren in de komende vier jaar is niet een kwestie van gewoon doorgaan in de sleur van nu. Dat is op een aantal punten ook: beter presteren. Krijgt de burger voldoende goede waar voor zijn geld? We moeten voor onszelf een opdracht formuleren. Geen mooi geformuleerde zinnen in een regeerakkoord, maar ook een actieplan. Als bureaucratieën daarvoor uit de weg moeten worden geruimd, so be it. Alleen daardoor krijgen burgers weer vertrouwen. Als zo'n nieuwe aanpak werkelijk tot herkenbare resultaten leidt, krijgt die burger weer het idee dat de regering er voor hem is en hij niet voor de regering.”

Begrijpt die burger dat wel? Het klinkt allemaal niet erg wervend. Hoe krijg je weer meer betrokkenheid van burgers in de politiek?

“Ik denk door doel, aanpak en resultaat in zo'n projectmatige aanpak beter op elkaar af te stemmen.”

Wat dat betreft was de politiek onder uw voorganger Den Uyl toch wervender. Het kabinet Den Uyl sprak tot de verbeelding.

“Meestal worden mensen pas echt populair als ze er niet meer zijn. Dat geldt niet voor Joop hoor, maar wel voor een aantal ministers uit zijn kabinet. De tijden zijn veranderd. De problemen van de jaren negentig zijn niet te vergelijken met die van de jaren zeventig en tachtig en vragen om een andere aanpak, een ander soort leiderschap.”