Stroom

Wim Hulscher en Peter Fraenkel redactie: The Power guide, an international catalogue of small-scale energy equipment

280 blz., Intermediate Technology Publications / University of Twente 1994, ƒ 83,-

Meer dan twee miljard mensen op aarde moeten het zonder elektriciteit stellen. Ondanks een onafgebroken stroom aan ontwikkelingshulp komt er maar weinig verandering in deze situatie: in 1971 beschikte bijvoorbeeld 23 procent van de bevolking van Latijns Amerika over elektriciteit, ruim vijftien jaar later was dit met slechts vier procent toegenomen. De ontwikkeling in andere ontwikkelingslanden verloopt ruwweg gezien net zo traag. In het bijzonder in afgelegen streken moet de bevolking het vaak zonder elektriciteit stellen.

In veel gevallen is er nationaal gezien geen tekort aan energie. Het is meestal het ontbreken van een adequaat hoogspanningsnet en vooral het feit dat de centraal opgewekte elektriciteit in eerste instantie voor industriële activiteiten bestemd wordt, dat maakt dat het platteland zo achter loopt bij de stedelijke en industriële sectoren. Een lichtpunt in deze sombere situatie is dat de techniek om op kleine schaal elektriciteit te genereren de laatste jaren aanzienlijk is verbeterd. Zonnecellen worden steeds efficiënter en goedkoper en de toepassing van kleine windturbines en micro-waterkrachtcentrales ontgroeit de kinderschoenen.

Volgens het onlangs gepubliceerde handboek 'The Power Guide' is dit soort duurzame energiebronnen voor ontwikkelingslanden niet zozeer van belang doordat deze installaties geen aanslag plegen op de mondiale voorraad fossiele brandstoffen of doordat zij 'schone' elektriciteit voortbrengen, maar vooral doordat zij elektriciteit leveren zonder dat daarvoor een regelmatige aanvoer van brandstof nodig is. Juist de logistieke problemen die aan dit transport verbonden zijn, verhinderen in afgelegen gebieden een betrouwbare elektriciteitsvoorziening, aldus Peter Fraenkel van de Engelse ontwikkelingsorganisatie Intermediate Technology in de inleiding. Hoewel Fraenkel het niet realistisch acht de momenteel gebruikelijke dieselgeneratoren meteen aan kant te zetten, voert hij vooral om deze reden een pleidooi voor het gebruik van zon, wind of biomassa als energiebron.

Uiteraard staat het streven naar een zo efficiënt mogelijk gebruik voorop. Zo kan de in geïndustrialiseerde landen gebruikelijke omweg - eerst elektriciteit opwekken waarmee vervolgens bijvoorbeeld pompen kunnen draaien - soms beter achterwege blijven. Vaak is het efficiënter een pomp rechtstreeks aan te drijven met een windmolen of de warmte van de zon direct voor een drooginstallatie te gebruiken. De gids geeft van deze technische mogelijkheden diverse voorbeelden. Daarnaast komen verschillende installaties voor de opwekking van elektriciteit aan bod.

Wie wil weten waar hij de zo begeerde windturbine of biogasinstallatie kan betrekken, kan terecht bij het belangrijkste deel van dit handboek, het uitgebreide overzicht van bedrijven die de benodigde 'hardware' kunnen leveren. Van de ruim vijfhonderd genoemde bedrijven uit veertig landen worden de relevante produktgegevens genoemd. Een overzicht van adviserende organisaties is ook opgenomen.

Is de technische keuze gemaakt, dan is het zaak het begin van het boek opnieuw te raadplegen. Zomaar een energie-installatie in een afgelegen gebied aanleggen heeft weinig zin, aldus prof. Wim Hulscher van de Universiteit Twente in het tweede deel van de inleiding, als niet tegelijk de gehele infrastructuur daarop wordt afgesteld. Zo zal bijvoorbeeld ook in het onderhoud van de installatie moeten worden voorzien. En het is tevens van belang de bevolking bij de ontwikkeling te betrekken, want “er zijn altijd zowel groepen die voordeel hebben als groepen die nadeel ondervinden van technologische veranderingen”.

    • Rijkert Knoppers