Sport

Nico Schulte: Eén bonk macht. Ongewone interviews over topsport

158 blz., Princep 1993, ƒ 14,90

De vraag 'Wat ging er door je heen?' mag blijkbaar niet meer gesteld worden. Enerzijds omdat die vraag zo dom klinkt en anderzijds omdat de mening heerst dat sportmensen niet zo veel denken en voelen en dat ze alleen maar doen. Misschien daarom draagt het boekje Een bonk macht van Nico Schulte de ondertitel Ongewone interviews over topsport. Het zijn inderdaad niet voor de hand liggende vraaggesprekken die Schulte heeft gehad. Hij sprak met doelman Hans van Breukelen, de ex-wielrenners Maarten Ducrot, Johan van der Velde en Fedor den Hertog, met de wielrenster Monique Knol, de judoka Irene de Kok, haar trainer Peter Ooms, marathonloper Gerard Nijboer, ultra-loper Jan Knippenberg en met Freek de Jonge, omdat hij al jaren aan 'topsport op de planken' doet.

Het ongewone aan de vraaggesprekken vindt zijn oorzaak in het feit dat Nico Schulte filosoof is, met een hevige interesse voor sport. Hij vroeg Hans van Breukelen: “Joris van den Bergh schreef lang geleden over mysterieuze krachten in de sport. Sommige Amerikaanse football-spelers zeggen dat in de hitte van het spel hun tijdsbesef verandert. Zegt jou dat iets?” En Van Breukelen antwoordde: “Natuurlijk. Ik heb ook dingen gehad dat ik achteraf dacht: hoe is dat nou mogelijk? Dat was gewoon een flits op televisie terwijl je zelf het idee had dat je alle tijd had. Heel eigenaardig is dat. En je hebt van die momenten, dan maak je een fout en dan denk je: jonge, jonge, hoe is dat mogelijk.”

Raakvlakken tussen de beleving van Freek de Jonge en die van veel topsporters blijken aanwezig. Alleen kan De Jonge zijn drijfveren en zijn gevoelsleven beter onder woorden brengen. Hij zegt: “Die extreme inspanning die mensen willen verrichten heeft, denk ik, tenminste zo heb ik dat zelf ook ervaren, toch iets te maken met in contact willen komen met je onderbewuste. En ik denk dat vooral duurlopers als ze een bepaalde grens overschrijden, ervaringen krijgen die ze niet zouden hebben als ze gewoon thuis op een stoel gaan zitten. We leven in een tijd waarin geen rituelen meer zijn, waarin geen offers meer gebracht kunnen worden, waarin geen eredienst meer is. Extreem doorredenerend denk ik dat de sporter in die zin in een soort religieuze traditie staat.” Op dat erepodium staan is misschien wel mooi, zegt hij, maar nooit zo mooi als je je voorstelt. “Daarom denk ik dat er zeker ook dat aspect van het offer in zit, iets willen geven, en dan misschien in extreemste zin.”

Marathonloper Gerard Nijboer heeft ervaren dat je me het lopen “heel direct wordt geconfronteerd met de mogelijkheden en de beperkingen van je lichaam. Je merkt dat het lichaam in automatismen vervalt. Net als ademhalen wordt bewegen ook een automatisme. Als je goed in conditie bent, dan word je niet snel moe. Dat geeft je een heel prettig gevoel van boven jezelf uitstijgen”.

Schulte legt ultra-loper Jan Knippenberg, die regelmatig meer dan 400 kilometer aan één stuk holde, de vraag voor of sport niet heel oppervlakkig is. Knippenberg: “Wie had er nou zo'n godsgruwelijke kritiek op sport? Dat waren toch vaak de mensen die het eigenlijk wel graag zelf wilden, maar het niet konden. Het streven naar volmaaktheid waarmee je bezig bent benadert kunst. Ook in topsport. Dan is het heel beperkt om sport minder te achten. Alleen, je moet het kunnen zien, dat moet je leren. Intellectuelen, die ook over de sport oordelen zoals recensenten, zien het niet. Er zijn werkelijk momenten in de sport dat je zegt: dit is fantastisch, hier praat ik nog dagen over. Dan denk ik: dit is geen haar minder dan kunst. De sporter kent de intellectueel niet, maar de intellectueel kent de sporter niet.”

Intellectuelen en mensen die veel aan hun hoofd hebben, voelen nauwelijks nog dat ze een lichaam hebben, zegt Nico Schulte tegen judoka Irene de Kok. Haar antwoord: “Het is eigenlijk een tekort in je gevoelsleven. Zo gefixeerd zijn op je verstand en je gedachten. Sporten is uiting van gevoel.”

Dat intellectuelen toch door de sport en vooral door het wielrennen worden geïntrigeerd, zegt Nico Schulte tegen wielrenner Johan van der Velde, komt door “het fysieke. Dat je zo totaal in je lichaam zit.” Johan: “Dat is het.”

    • Guus van Holland