Spinoza

W.N.A. Klever: Zicht op Spinoza

88 blz., Heuff 1994, ƒ 22,50

In april 1655 raakte de toen drieëntwintigjarige Bento (Benedictus) de Spinoza in ernstig conflict met een zekere Anthonij Alveres, die hem het niet onaanzienlijke bedrag van ƒ 500,- verschuldigd was. Uiteindelijk liet de jeugdige koopman van joods-Portugese afkomst de schuldenaar arresteren en naar café 'De vier Hollanders' aan de Nes opbrengen, om er de betaling alsnog af te dwingen.

Maar toen Spinoza bij het café aankwam, aldus een notariële akte, “sloeg genoemde Anthonij Alveres de klager met zijn vuist op het hoofd, zonder dat deze ook maar iets gedaan had of een woord terug zei.” Nadat Spinoza geld was gaan halen ter bestrijding van de onkosten van de arrestatie, werd hij gemolesteerd door Gabriel Alveres, de broer van Anthonij, “zodat zijn hoed neerviel en genoemde Gabriel die hoed opraapte, neersmeet in de goot en vertrapte”. Het slot van de akte spreekt niettemin van een voor beide partijen bevredigende betalingsregeling. De schade aan Bento's koopmanshoed werd door de gebroeders Alveres vergoed, terwijl Spinoza de rekening van de kastelein voldeed.

De scène is terug te vinden in Zicht op Spinoza, een verrassend boekje waarin de Rotterdamse Spinoza-onderzoeker prof.dr. W.N.A. Klever in twintig 'tijdschetsen' (voor de helft eerder gepubliceerd in de bijlage Wetenschap & Onderwijs van deze krant) onderwerpen aansnijdt die, naar hij zegt, in een standaardbiografie ongebruikelijk zijn of worden verwaarloosd. Inderdaad gaat Spinoza's persoonlijkheid dikwijls schuil achter de 'moeilijke' proposities van de Tractatus theologico-politicus of de Ethica. In Zicht op Spinoza staan nu niet de ideeën centraal, maar de persoon.

Waar mogelijk laat Klever Spinoza en zijn tijdgenoten zelf aan het woord, een aanpak die de levendigheid van de bundel ten goede komt. Het is de hoogleraar in de eerste plaats om een vernieuwing van de beeldvorming rond de filosoof te doen. Slechts op enkele plaatsen werpt hij vragen op, zoals die of Spinoza wellicht om de agressieve bejegening door de gebroeders Alveres het koopmanschap eraan heeft gegeven, om zich zijn verdere leven aan de wetenschap te wijden.

Klevers Spinoza is een Spinoza van vlees en bloed. In Franciscus van den Enden, rector van de Latijnse school en in het Amsterdam van die dagen een universele geest, vond de ex-koopman een cartesiaans leermeester die hem, toen hij door de joodse autoriteiten wegens 'monsterlijke gedrag' dreigde te worden geëxcommuniceerd, in zijn huis opnam en hem Latijn, de taal van de wetenschap, leerde. Zijn leven lang is Spinoza om zijn 'horribele ketterijen en praktijken' beschimpt, voor 'een nieuwe Hannibal' uitgemaakt, of voor 'de vorst der atheïsten' en 'een helhond', en ook werd hij afgebeeld als een serpent, bijtend in zijn eigen staart.

Na onder andere te zijn ingegaan op Spinoza's houding ten opzichte van het experiment, de Euclidische methode en tijdswaarneming, besluit Klever met Spinoza's kritiek op René Descartes. Als jongeling had hij de Franse rationalist, die in Nederland asiel had gezocht, nog langs de Amsterdamse kades kunnen zien slenteren. Spinoza schafte zich het gehele oeuvre van Descartes aan, om zijn voorbeeld vervolgens van metafysica en katholieke geloofsleer te zuiveren en te 'verbeteren'. De beginselen van Descartes' fysica noemde hij aan het eind van zijn leven zelfs “nutteloos en absurd”, omdat de Fransman de inertie of rust van een ding of een systeem meende niet te hoeven verklaren. Voor Spinoza was er geen 'vanzelf'.

Ook niet voor de mens. Spinoza zag, aldus Klever, “de mens als een machientje in de grote machine; al wat hij doet wordt aangedreven en zijn wilsakten zijn mechanisch veroorzaakt”. Opvattingen die haaks stonden op de 'vrije wil' die het kerkelijk leergezag predikte. Maar tegelijk met zoveel invloed dat men tot ver na Spinoza's dood zich er openlijk van distantieerde, om niet voor 'spinozist' te worden uitgemaakt.

    • Dirk van Delft