Sojourner Truth (±1797-1883); Zwart en excentriek

Carleton Mabee en Susan Mabee Newhouse: Sojourner Truth - Slave, Prophet, Legend 293 blz., geïll., New York University Press 1993, ƒ 73,15

Sojourner Truth is een van de meest legendarische vrouwen uit de Amerikaanse geschiedenis. In de periode van de Amerikaanse burgeroorlog trok zij kriskras door de Verenigde Staten en sprak op protestvergaderingen tegen de slavernij, op conferenties voor vrouwenkiesrecht en op religieuze opwekkingsbijeenkomsten. Sojourner Truth was slavin geweest, haar huid was zwart als ebbehout. Ze mat meer dan één meter zeventig, een voor die tijd reusachtige lengte, en haar stem was zo zwaar als die van een man.

Haar optreden was doorgaans provocerend en hilarisch, en menigmaal werd ze onthaald op boe-geroep en fluitconcerten. Toen een blanke man uit het publiek haar eens toeriep dat ze een travestiet was, zou ze terstond het bovenstuk van haar jurk hebben losgetrokken en haar borsten ter inspectie hebben aangeboden. In 1852 hield zij voor een aanvankelijk roerig gezelschap van welgestelde blanke 'suffragettes' een meeslepend pleidooi voor internationale vrouwensolidariteit. Het refrein van haar toespraak luidde: 'And Ar'n't I a Woman?' Het werd de bekendste slogan van de vrouwenbeweging in de negentiende eeuw.

Tijdens haar leven werd Sojourner het voorwerp van verheerlijking en mythevorming. Later, in de woelige jaren zestig van deze eeuw, werd ze voor veel zwarte activisten onder wie Angela Davis, een belangrijke inspiratiebron. Vele boeken en artikelen zijn inmiddels over haar verschenen. Eind vorig jaar voegde zich daarbij Sojourner Truth: Slave, Prophet, Legend van de Amerikaanse historicus Carleton Mabee. Naar eigen zeggen is zijn biografische studie vooral bedoeld om in Sojourners leven waarheid en mythe van elkaar te scheiden. Eerder won Mabee de Pulitzerprijs met American Leonardo: A life of Samuel F.B. Morse.

Nederlands

Sojourner Truth werd omstreeks 1797 geboren in een stadje in de staat New York. Haar oorspronkelijke naam luidde Isabella. Ze was het eigendom van een Nederlandse familie. Het Nederlands werd dan ook haar eerste taal. Later zou ze een vreselijk steenkolen-Engels spreken. Een kortstondig huwelijk met een medeslaaf resulteerde in vijf kinderen. In 1826 vluchtte zij. Nog geen jaar later werd in de staat New York de slavernij officieel afgeschaft. Een van haar kinderen werd illegaal doorverkocht naar het diepe zuiden, maar met hulp van bevriende Quakers wist Isabella die verkoop via de rechtbank ongedaan te maken - het was een unicum dat in die tijd een zwarte vrouw een rechtszaak won. Vervolgens trok Isabella naar de stad New York waar ze zich aansloot bij een religieuze sekte waarvan de leider naderhand een moordlustige oplichter bleek.

Toen Isabella tegen de vijftig liep, begon ze haar kruistocht tegen racisme en seksisme. “God roept mij, ik moet gaan.” Ze nam toen de naam Sojourner Truth aan. “De Heer gaf mij de naam Sojourner omdat ik de opdracht heb het land af te reizen om de mensen hun zonden te tonen en om voor hen een teken Gods te zijn. Daarna vroeg ik de Heer om nog een naam omdat iedereen twee namen heeft en de Heer gaf mij de naam Truth, omdat ik de mensen de waarheid verkondig.” Sojourner bleef analfabeet.

“I can't read, but I can read persons,” zo placht zij zich te verontschuldigen. Mabee vermoedt dat zij aan een zeer ernstige vorm van woordblindheid leed.

Sojourner voorzag in haar levensonderhoud door het verkopen van foto's met haar beeltenis. Bovendien verkocht ze Narrative of Sojourner Truth, een boekje waarvan ze er altijd, in haar onafscheidelijk tas, een paar met zich mee droeg. Het was haar levensverhaal opgetekend door een ghost-writer. Mabee verhaalt dat Sojourner zich onuitgenodigd aankondigde bij Harriet Beecher Stowe, de schrijfster van De Negerhut van Oom Tom (Uncle Tom's Cabin), na de bijbel in Amerika toen het meest verkochte boek. Stowe raakte door Sojourner gefascineerd en schreef over haar een artikel in de Atlantic Monthly, waarin zij Sojourners excentriciteit hogelijk romantiseerde. Zij noemde haar lyrisch de 'Libische Sibille' en liet haar daarmee abusievelijk stammen uit het blanke Noord-Afrika in plaats van uit zwart Afrika beneden de Sahara.

Geïnspireerd door Stowe's verhaal maakte de beeldhouwer William Wetmore Story zijn bekendste sculptuur. Zijn in wit marmer gehouwen 'Libische Sibille' was bedoeld als een 'anti-slavernij preek in steen'. Op de wereldtentoonstelling in London in 1862 werd het een publiekstrekker. Story's beeld vertoonde overigens geen enkele gelijkenis. De beeldhouwer had Sojourner zelfs nooit gezien en naar de toenmalige esthetische normen gaf hij zijn beeld een blank uiterlijk. De Sibille straalde geen enkel activisme uit, maar zat in een passieve, nadenkende houding, waarmee zij voldeed aan het blanke ideaalbeeld van een zwarte ex-slavin.

Uiteraard bericht Mabee over Sojourners fameuze interruptie tijdens een toespraak van Frederick Douglas, de grote zwarte voorman in die tijd. Toen deze zei te betwijfelen of de afschaffing van de slavernij zonder bloedvergieten zou kunnen geschieden, klonk plots Sojourners diepe indringende stem: 'Frederick, is God gone?'

Sojourner was een voorstander van geweldloosheid. Toen eenmaal de burgeroorlog was uitgebroken, zou ze evenwel bij president Lincoln er persoonlijk op hebben aangedrongen ook zwarte vrijwilligers te recruteren. Na afloop van de burgeroorlog hielp zij talloze ex-slaven bij hun verhuizing naar het noorden. De zwarte verhuizing uit het zuiden, die later de grote Exodus genoemd zou worden, moedigde zij ten zeerste aan. “De negers zouden in het zuiden toch nooit een deel van leven krijgen”, zo zei zij. Er zijn zelfs historici die hebben betoogd dat Sojourner geijverd zou hebben voor een onafhankelijk zwart thuisland in het westen van Amerika. Mabee weerspreekt dit. Volgens hem zou Sojourner vooral een vreedzaam samenleven van blank en zwart hebben voorgestaan.

Markant

Tot aan haar dood in 1883 bleef Sojourner onversaagd strijden voor gelijke burgerrechten voor vrouwen. Zwarte vrouwen hadden die rechten volgens haar meer nodig dan wie ook, omdat ze zich moesten beschermen tegen hun zwarte mannen. De zwarte man zou immers van zijn vroegere meester hebben geleerd tegen zijn zwarte vrouw 'net zo slecht te zijn als een tiran'. Veelal gebruikte zij ook theologische argumenten: “Waar kwam Christus vandaan? Van God en een vrouw! Mannen hadden er niks mee van doen.” En met een ijzeren logica wist ze zelfs de door Eva veroorzaakte zondeval in haar voordeel om te buigen: “Als Eva in haar eentje sterk genoeg was om de wereld op z'n kop te zetten, dan moet het nu alle vrouwen samen zeker lukken de aarde weer recht te krijgen.”

Mabee toont aan dat veel verhalen over Sojourner overdreven of geheel verzonnen zijn. Maar zij was een markante vrouw, zoals onder meer blijkt uit de volgende anekdote. Toen eens een blanke man haar zei dat hij om haar toespraak niet meer gaf dan om een vlooiebeet, riep Sojourner uit: “Dat kan wel zijn, maar als de Heer het wil, laat ik je niet meer ophouden met krabben.”

    • Thomas Bersee