PvdA beschuldigd van 'catenaccio'

De PvdA-spelers Kok, Wallage, Ritzen en Pronk als ijzeren verdedigingsring om het doel van de sociale zekerheid. 'Catenaccio-voetbal', zo betitelde premier Lubbers op zijn persconferentie de houding van de PvdA, die zich afzet tegen aanscherping van de WW en de bijstand en versoepeling van het ontslagrecht. Lubbers zag het eindeloos terugspelen op de keeper en het zinloos rondspelen van de bal al vorig jaar: geen doelpunten maken en de eigen nul met hand en tand verdedigen.

Alles is mogelijk. Maar het was dezelfde minister-president die nog eind vorig jaar de zegeningen van zijn kabinetten, ook die van het laatste, uitdroeg. Journalisten die er na vroegen, kregen ze zelfs op papier uitgereikt. Inmiddels is dat dus anders. In het kabinet had Lubbers al een paar keer op het 'catenaccio-spel' van de coalitiegenoot gewezen.

In de jaren zestig dokterde de Italiaan Nereo Rocco dit spelsysteem uit. Hij wilde als de trainer van de arme club Triestina met die zuiver defensieve tactiek spelen tegen rijkere, aanvallende clubs zoals AC Milan of Internazionale. De bal werd in de achterhoede rond gespeeld, en zo nodig hielden de verdedigers met harde tackles de opkomende aanvallers tegen. De tegenpartij werd met destructief voetbal van scoren afgehouden.

Rocco had zoveel succes met de formule dat AC Milan hem als trainer inhuurde. Ook de Argentijnse trainer Hellenio Herrera nam het systeem over, hij werkte het tot in de details uit en voerde het bij Internazionale, de concurrent van AC Milan, in. Ausputzers, zoals Picchi, en verdedigers als Fachetti veegden aanvallers genadeloos van de groene mat en hielden de bal eindeloos in bezit.

De grote verliezer van het catenaccio was de toeschouwer. Voetbal was niet om aan te zien, de eigen 'nul' heilig en doelpunten werden er amper gemaakt. Voor Lubbers zijn de prominente PvdA-politici de catenaccio-spelers van het kabinet die de nul in de sociale zekerheid veilig houden maar voor de werkgelegenheid geen resultaten boeken. (DJE)