Papieren tijgers

In deze rubriek wordt regelmatig aangeraden zelf te beleggen door spaargeld, obligaties, aandelen en opties volgens eigen eisen en wensen te combineren tot een recept waarvan rendement en risico van tevoren bekend zijn.

Niet iedereen kan dit zelf, maar een bank of commissionair zal (onervaren) beleggers graag helpen, althans binnen bepaalde grenzen. Een bemiddelaar kan en zal geen fantastisch resultaat kunnen beloven of garanderen èn ook nog een risicoloze opzet. Wantrouw adviseurs die dit wèl doen of suggereren.

Zelf doen dus of daarmee beginnen door combinaties op papier te zetten om ze te volgen in de tijd. Hoe staat het met vijf van die papieren tijgers uit de afgelopen anderhalf jaar?

Net voor begin 1993 koopt de vader van een gezin voor 30.000 gulden 30 stuks à 1000 gulden van de toen uitgegeven 7,5 % staatslening 1993 die in 2023 afloopt. Om ook iets in aandelen op te bouwen koopt hij voor 6.000 gulden 3 opties ABN Amro (aandeel 50,30) put januari 1995 uitoefenprijs 45 op 1,70; ING (54,20) put januari 1995 47,50 op 2,10; KLM (24,80) call oktober 1995 20 op 9,50 en Philips (19,40) call oktober 1995 20 op 5,70.

Deze portefeuille stond gisteren, naast de 1 januari betaalde 2.250 gulden rente, op een papieren, onbelaste koerswinst van 15.315 gulden of 42,5 procent.

De obligaties gingen van 100 naar 102,35, winst 2,35 procent of 705 gulden. De put-opties boekten verlies: ABN Amro 420,00, ING 600,00. De calls waren niet te stuiten: KLM winst 6.630,00 en Philips 9.000,00. Opmerkelijk: 13 januari stonden de 2023-obligaties op 118,40, achteraf gezien tijd om winst te nemen. Tot zover het recept van staatsleningen en lange opties.

Een huisman bewaakt het familiekapitaal met onder meer 1.000 Unilever, die in februari 1993 196.500 gulden (aandeel 196,50) waard zijn. Hij wil een deel van de koerswinst verzilveren en tevens bescherming kopen, op deze manier: Schrijf op 400 aandelen 4 calls oktober 1994 uitoefenprijs 150 op 54,00. Deze actie levert 21.600 gulden op, in ruil voor de mogelijke verkoop op 150 gulden.

Koop 10 puts oktober 1997 185 op 10,00 voor 10.600 gulden en verzeker (verkooprecht) alle 1000 Uni's tot de afloopdatum in 1997 op 185 gulden.

Hoe is de stand nu? Unilever doet 208,50, de call 150 circa 59,50 zijn nog even duur. De papieren winst op de 600 niet met calls beschreven stukken is 7.200 gulden. Per saldo bedraagt de winst bij liquidatie (alles opruimen) bijna 10.000 gulden: winst op verkoop 1.000 aandelen 12.000 gulden; koop/sluiten 4 calls verlies 2.200 gulden en verkoop/sluit 10 puts op bijna dezelfde koers als de koopprijs. Begin januari deed Unilever 224,50 en lag de liquidatiewinst op 14,5 mille.

Philips mag natuurlijk niet ontbreken bij de papieren tijgers. Neem de straddle oktober 1996 met uitoefenprijs 25 gulden, een combinatie van een call en een put. De call kost begin mei 1993 (aandeel 25,60) 6,70 en de put 3,70. Een speculatieve opzet van 1040 gulden per paar.

En begin januari? Het aandeel doet 43,30, de call 20 gulden en de put nog 1,00. Samen 2100 gulden, een verdubbeling van de geringe (vergeleken met 100 aandelen) investering.

Gisteren zag het er zo uit: het aandeel 55,40, de call 31,00 en de put 0,50. Samen 3150 gulden, een winst van 200 procent. Tijd om winst op de call te nemen?

Een belegger koopt in september 1993 237 aandelen Koninklijke Olie (koers 181,60) om in het vervolg 2.000 gulden (onbelast) dividend te ontvangen. Hij koopt als bescherming 3 put-opties oktober 1997 180 voor 1.450 gulden per 100 aandelen. Daarmee komt de investering op 47 duizend gulden. Extra schrijft hij 2 calls april 1994 180 en ontvangt hij tweemaal 1.300 is 2.600 gulden.

Hoe ziet dit oliestelletje er op 10 januari uit? Olie 208,60, de call 33,00 en de put 8,50 bieden en 10,00 laten. Liquidatie levert 1.800 winst op, maar dat is niet de bedoeling.

Vorige week vrijdag, bij de afloop van de april-series, moest deze belegger beslissen over zijn 2 calls april 180. Een in-the-money optie, want het aandeel noteerde rond 208,00. Hij besluit de 200 aandelen te leveren op 180, de uitoefenprijs van de optie, en maakt 11,40 koerswinst per aandeel. Het slotdividend over 1993 (4,90) voor 200 aandelen loopt hij mis.

Daarna bestaat de positie uit 37 aandelen en 3 puts oktober 1997 180. Wat nu? De belegger beraadt zich over het schrijven van bij voorbeeld 2 puts mei 200 (koers vrijdag 2,80) om de aandelen weer terug te krijgen. Daar is geen haast bij.

Ten slotte Ahold. Half november 1993 staat Ahold op 46,80. De koper van 400 stukken schrijft 2 calls oktober 1996 45 gulden en ontvangt 2.000 gulden. Van die opbrengst koopt hij voor 4 puts oktober 1996 45 voor 1.600 gulden, een gratis verzekering dus. De combinatie ziet er nog goed uit. Aandeel 47,70, lange call 10,70 en put 4,70.

Wie altijd koersen van opties en onderliggende waarden wil opopvragen kan gebruik maken van de via de telefoon sprekende computer van de Optiebeurs. De afdeling Voorlichting van de beurs (020-5504550) verstrekt desgevraagd een handleiding.