Mug maakt emoties los over zwalkende Generatie Nix

Voorstelling: Onder Controle door Mug met de gouden tand. Idee, regie, spel: Hans Klasema, Rafaël Troch, Hendriens Adams, Marcel Musters, Joan Nederlof. Gezien: 21/4, Toneelschuur, Haarlem. Nog te zien: t/m 15/10 in het hele land.

Zelden wordt het thema van een voorstelling zo op een presenteerblaadje aangeboden als in Onder Controle van Mug met de gouden tand. Kunst is immers stilering, maskerade, door een verpakking-met-strik aan het oog onttrokken inhoud. Onder Controle begint echter met een intentieverklaring. Rafaël Troch zegt gefascineerd te zijn door 'geconditioneerdheid', Hendrien Adams vraagt zich af 'waar het ideaal is', Joan Nederlof prevelt iets idioots over 'de heelheid van de dingen' en Marcel Musters heeft 'problemen met dik en dun' en bedenkt nog spontaan: “Oh ja, ik maak alles dood wat ik liefheb” en hij lacht ontwapenend.

De titel van de voorstelling is verklaard, eigenlijk kunnen we naar huis. Maar dan. Met new age-achtige vaagheid worden de problemen en interesses gekoppeld aan water: dat stroomt, het is nat, zo hard als beton en toch transparant, enfin, de associatie is zo duidelijk als wat. Er wordt een teil met water het toneel op gesleept en daarin worden de komende vijf kwartier lakens uitgespoeld, hoofden ondergehouden, tanden gepoetst. Tussendoor huilt Troch over zijn jeugd, noodt Musters het publiek te pas en te onpas tot participatie, doen de twee meiden in hun nakie een even hitsig als denkbeeldig 06-gesprekje na, en geeft men zich bij tijd en wijle over aan moordpogingen en wrede spelletjes. En regelmatig plaatst men zichzelf, de anderen of het publiek voor de vraag waarheen en waartoe.

De helderheid van het begin slaat na twee minuten om in chaos. Enige constante daarin zijn de armen van de ene speler die achter de ander gaat staan, en diens armen vervangt.Het is een beeld van amputatie en prothese, onmacht en solidariteit, van afhankelijkheid en misbruik daarvan, van verminking en heling, verdriet en troost. Al dat hogere wil ik er wel in zien, omdat de stennis die Mug maakt zo aanstekelijk en overtuigend is. Het persoonlijke is politiek en vice versa: zo'n soort gedachte moet aan deze voorstelling ten grondslag liggen. En: we staan hier en kunnen niets anders.

Vaker dan een enkel moment is die aanpak flauw en af en toe zelfs pijnlijk, maar Mug verstaat de kunst om dat effect uit te buiten. Als na een schermutseling en verbaal gehakketak een stilte valt en de spelers wat gaan staan schutteren, houd je je hart vast. Maar juist daarom is de opluchting zo groot, dat er een hilarische zoenscène volgt en een ongelooflijk ontroerende polonaise. In de 'voorstudie' Videogames, die Mug enkele maanden geleden verkende het gezelschap met succes 'de rand van het gênante'. Dat doet het nu weer, even bedreven. Het schrikt niet terug voor het ongemakkelijke en toont vertrouwen in de goede afloop, wat er ook gebeurt.

Dit sferische soort theater, waarvan de Duitse choreografe Pina Bausch de ongeëvenaarde grondlegster is, ontaardt heel snel in wezenloos gedoe. In zijn goede vorm weekt het emoties los en ontroert het. Dat gebeurt bij Mug. We kijken naar een zwalkende generatie, die tobt, maar niet eens weet waarover. Generatie Nix zijn ze al genoemd, door erflaters die in een andere tijd hebben kunnen opbloeien en het bovendien met zichzelf getroffen hebben. Ik vind ze helemaal niet niks, niet zij zijn het ongeleide projectiel maar de tijd waarin ze leven. Ik vind ze aardig en energiek en erg geestig. Kijk maar naar Nederlof die zo schaamteloos komisch kan zijn, dat ze ieder vermoeden van oppervlakkigheid ontkracht. Ze is, zou je bijna denken, het resultaat van een reeds gewonnen strijd.

    • Pieter Kottman