'Japan doet alles om VS te weren'

TOKIO, 23 APRIL. Geen serieuze krant in Japan en de Verenigde Staten, die geen aandacht schonk aan de dertien pagina's die Glen Fukushima begin dit jaar vanuit Tokio had geschreven aan een paar vrienden in de VS. Geen wonder ook, want de zorgen van deze voormalige Amerikaanse handelsonderhandelaar over de blunders van de VS bereikten de Amerikaanse president persoonlijk.

In de kantlijn schreef Clinton: “Lezenswaardig en vaak accuraat, discussie nodig”. Veel passages met harde kritiek waren onderstreept. Een paar keer stond erbij: “Mee eens”. En hij gaf Mickey Kantor (handelsgezant), Lloyd Bentsen (minister van financiën), Tony Lake (veiligheidsadviseur) en anderen de opdracht het stuk ook te lezen. Ondertekend: “B”.

Weer geconfronteerd met dit document, op de dag dat Tsutomu Hata door de Japanse regeringscoalitie wordt aangewezen als nieuwe premier, zegt Fukushima: “Amerika maakt nog steeds een naïeve vergissing als het meent dat een Japanse regering zonder de LDP en een premier die praat over hervormingen, de voorboden zijn van dramatische veranderingen in Japan.”

Hij werkt nu voor een Amerikaans bedrijf in Tokio. Hij kent het land van haver tot gort. Fukushima: “De meeste Japanners vinden hun economie niet abnormaal. Als Ichiro Ozawa, de architect van het coalitiekabinet, spreekt van een 'normaal land', bedoelt hij dat Japan het enige land ter wereld is dat zijn leger niet mag gebruiken als buitenlands politiek instrument. Als Amerikanen spreken over Japan als een abnormaal land, bedoelen ze de economie. Ozawa niet”.

Japanse consumenten zullen volgens hem zeggen dat de prijzen in Japan hoog zijn, zeker als ze dezelfde Japanse produkten goedkoper in het buitenland kunnen kopen. De discountwinkels, die produkten buiten de distributiekanalen om goedkoop verkopen, hebben nu succes. Maar dat is geen bron voor politieke verandering in Japan, zegt hij. Japanse politici geloven volgens hem ook niet dat opening in het voordeel is van Japan. Ze geloven dat alleen als ze daarmee sancties kunnen voorkomen die de toegang van Japan tot buitenlandse markten verhinderen.

Politici, industriëlen, bureaucraten, velen heeft Fukushima gesproken die menen dat het Japanse economische systeem effectief is en van Japan de tweede economische mogendheid in de wereld heeft gemaakt. Hoewel ze best inzien dat - ondanks de rijkdom - veel Japanse burgers nog steeds een achterstand op het Westen hebben, zijn ze in de grond van hun hart diep tevreden met de status quo. Het handelsoverschot weerspiegelt de kracht van de economie, de geringe invoer van industrieprodukten houdt de werkloosheid laag, de weinige buitenlandse investeringen zijn niet in staat de bureaucratisch sturing van Japanse bedrijven te ondermijnen. Zouden er meer buitenlandse bedrijven naar Japan komen, dan brengen die onrust, Aids en sociale spanningen mee. Fukushima: “Het enige probleem is dus dat het buitenland almaar klaagt”.

Als bureaucraten zeggen dat ze voor opening van de Japanse markt zijn, dan in abstracto of concreet op het terrein van een ander ministerie, zegt hij. De bureaucraten hebben geen algehele visie, ze beschermen alleen gevestigde belangen, belangen van producenten op hun specifieke, departementale terrein. Producenten die tegen opening zijn van de Japanse markten, daarin gesteund door ex-bureaucraten die nu voor hun werken. Opening is geen bureaucratische missie''.

Amerika beseft volgens hem niet dat de belemmeringen op de Japanse markt buitengewoon complex zijn, een lange geschiedenis kennen en daardoor diep geworteld zijn. Fukushima: “Die kunnen niet zomaar door een hervormingskabinet worden weggenomen. Het vergt de medewerking van de bureaucraten en de industriëlen. Daarbij zegt Japan tegen Amerika: wij dwingen je niet onze produkten te kopen. Als je ze niet wilt, koop ze dan niet. Op zijn beurt zegt Amerika: wij willen jullie produkten blijven kopen, maar jullie moeten de onze ook kopen, zodat er meer evenwicht in onze handel komt. Maar het antwoord van Japan is: wij houden niet van jullie produkten, daarom kopen we ze niet. Veel Japanse industriëlen en bureaucraten vinden het nog makkelijker minder naar Amerika uit te voeren, dan om meer Amerikaanse produkten in te voeren. Maar Amerika wil die oplossing niet. Uit een theoretisch oogpunt is er veel voor het Amerikaanse standpunt te zeggen, maar het is de vraag of dat uit pragmatisch oogpunt ook zo is”.

Voor zover het gaat om overheidsaankopen van telecommunicatie of medische apparatuur, kunnen de bureaucraten - als ze willen - snel beslissen om meer in Amerika te kopen. Bij auto's, auto-onderdelen, verzekeringen hebben ze de medewerking nodig van de industrie. Daarbij is de invloed van de ministeries op de ene sector groter dan op de andere. Zo is bij verzekeringen de invloed van het ministerie van financiën heel groot. Maar neem glasplaat. Geen tarieven, geen ministerie dat de invoer belemmert, niks. De Amerikaanse industrie kan glasplaat dertig procent goedkoper verkopen in Japan. Maar de drie grote Japanse glasbedrijven hebben zo'n stevige controle op de distributie, dat ze Japanse handelshuizen die Amerikaanse glasplaat invoeren niet langer Japanse glasprodukten leveren.

Hij is er absoluut van overtuigd dat voor veranderingen die voordeel brengen aan Japanse consumenten, druk nodig is vanuit het buitenland. Zonder die druk zal Japan niets ondernemen. Japan wil geen nieuwkomers, zelfs geen Japanse nieuwkomers. Maar het gevaar van druk is dat, als ze wordt uitgeoefend zonder een goed besef van het effect op Japan, ze ressentimenten kan wakker maken. Veel Japanse studenten, zei onlangs een Japanse professor tegen hem, zijn anti-Amerika en pro-Azië, vooral pro-China. De Japanse media besteden veel aandacht aan sociale problemen in de VS. Het dédain van een paar jaar terug is voorbij. Er bestaat het besef dat Amerika de leiding herneemt op economisch gebied. Er is ook weer respect. Fukushima: “Maar Japan zegt niet, oh, Amerika maakt nu concurrerender produkten dan wij, dus moeten wij meer Amerikaanse produkten kopen. Japan wil juist zijn eigen produkten nog concurrerender maken, om buitenlandse te kunnen weren. De heersende gedachte is dat het nog meer alles op alles moet zetten om te winnen en op industrieel gebied Amerika te verslaan”.

    • Paul Friese