'Italië heeft ook lang gewacht op een nieuwe held'

HEERLEN, 23 APRIL. Als ploegleider van GB-MG heeft Patrick Lefèvere drie jaar ervaring met Italiaanse wielrenners. De Belg zou graag een Nederlander in zijn team willen hebben. “Maassen bijvoorbeeld, ik durf te beweren dat Frans dan weer tot hele grote prestaties komt, dat hij weer een topper wordt. Als hij ten minste bereid is hetzelfde te doen als onze jongens.”

Volgens Lefèvere “rijdt Maassen niet alleen te lang in dezelfde ploeg, waar de mot in zit. Vorig seizoen reden ze ook veel te veel wedstrijden. Maassen en andere Nederlandse en Vlaamse coureurs van Raas zijn verder een beetje op elkaar uitgekeken, ze inspireren elkaar niet meer. Ze zijn aan een verfrissing toe.” Als Maassen of Nijdam naar de Belgisch-Italiaanse brigade zou verhuizen, zal het tweetal volgens Lefèvere “wel even vreemd opkijken”. “Ik wil die twee niet lui noemen, maar 's winters doen ze wat ze hier in het noorden al van vader op zoon doen: ze trekken de riemen een poosje los. En dat kun je je niet meer permitteren. In januari ben ik met onze Belgen naar Italië geweest voor een oefenkamp. We kwamen toe aan 4.000 kilometer. Dat is heel wat, dachten we, tot we Cassani tegen kwamen. Die had al 7.000 kilometer in de benen. Die mannen stoppen 's winters niet meer. Cassani, Sciandri en ook Tsjmil gaan in die periode op eigen kosten naar Lazerotti. Dat zie ik Hollandse renners niet doen. Dus beginnen ze de competitie met een achterstand, die ze niet meer inhalen.”

Coureurs als Maassen en Nijdam, weet Lefèvere, “beseffen intussen best dat het anders moet. Ze gaan de trainingskilometers opvoeren. Maar dat gebeurt in eigen land, bij een temperatuur van nul tot vijf graden, soms in de regen. De Italianen rijden bij een temperatuur die tien graden hoger ligt. Bovendien kunnen ze gerichter trainen, omdat hun parcours veel heuvelachtiger is.”

Italië is momenteel verreweg de beste wielernatie, maar dat kan volgens Lefèvere snel weer veranderen. “Tien jaar geleden waren de Azzuri nergens. Toen stonden zij beneden en zaten de Nederlanders - Raleigh, Panasonic - hoog op de tribune. Ik zie een paar goeie renners in Nederland. Van Bon is toch een talent, Dekker óók. Als die twee leven zoals een prof dat moet doen, dan staan ze er over een paar jaar. In de Benelux willen ze meteen een nieuwe Merckx, Kuiper, Raas of Zoetemelk. Jonge jongens worden geacht onmiddellijk goed te presteren. In Italië zegt de ploegleiding: 'Ben je ziek, okee jongen, vergeet alle klassiekers en bereid je voor op het naseizoen'. In Nederland en België roepen ze: 'Voel je je niet goed? Kruip in je bed, maar zorg dat je er overmorgen weer bent'. Nogmaals, geduld: De meeste Italianen stoten pas door als ze achter in de twintig zijn.”

De Italiaanse ploegleider Davide Boifava beaamt dat laatste. “De Nederlanders?” Hij zegt dat men zich in de Benelux geen zorgen hoeft te maken. “Het is een cyclus, Italië heeft na Moser en Saronni ook lang gewacht op een nieuwe held. Rooks en Theunisse zijn op hun retour, er komen best weer opvolgers. De mentaliteit? Ach. Misschien is de jeugd van Zuid-Europa wat harder. Wellicht heeft het noorden te veel andere mooie dingen te bieden waar de jongeren op af gaan. De disco en zo, raak je daar aan verslaafd dan word je nooit een goeie coureur.”

Sean Kelly sluit zich daarbij aan. “Kuiper en Zoetemelk deden meer voor hun vak dan de huidige Nederlandse lichting”, verzekert de Ierse veteraan. “Maar ik denk dat dat verschijnsel niet een probleem van jullie land is. Ook elders zie je de 'oorbellen-generatie', van wie er velen de training schrappen als er donkere wolken aankomen. Neem het van mij aan: Holland is niet afgeschreven. Het is wachten op de doorbraak van één talent. Komt die, dan raken anderen enthousiast en zijn er zo weer veel. Zo ging het ook in Italië.”

De grijze eminentie Adriano de Zan, wielerverslaggever van de Italiaanse televisie, meent dat het huidige Italiaanse succes te maken heeft met “liefde voor de fiets”. “In mijn land prefereren veel jongeren de fiets boven de disco. En ook als ze prof zijn rijden ze niet voor het geld, de meesten verdienen trouwens niet zo veel. Het is echt kwestie van passie.” Moreno Argentin moet lachen om die mooie woorden. “Ik rijd voor het geld, maar ik doe ook alles voor het vak. Nederland? De trainingsaanpak in de Benelux loopt gewoon twintig jaar achter. De renners doen daar 's winters niets. Als wij Italianen trainen gaan zij op vakantie. Wij sterker dankzij bloeddoping? Onzin. Ik wil bij elke controle bloed afstaan.”

    • Guido de Vries