'Huisbankier' Femis waste voor hasjhandelaren miljoenen wit

Als een spin zat de in februari 1991 opgerolde Femisbank in een internationaal financieel web rond één van de grootste hasjbendes in Nederland. Femis kon uitgroeien tot de huisbankier van hasjhandelaren met behulp van de diensten van notarissen, advocaten en accountants, van wie er enkele recentelijk zijn gearresteerd. Via rekeningen bij Femis werd hasjgeld geïnvesteerd in nieuwe drugstransporten en in de legale economie. Ook rekeningen van brave, nietsvermoedende reguliere banken zijn gebruikt voor de witwasroutes. Reconstructie van een zaak waarnaar het justiteel onderzoek nog steeds loopt.

Na een lange, winterse oversteek van de Noord-Atlantische oceaan vaart het hasjschip Coral Sea 2 begin januari 1991 de Amsterdamse haven binnen. Het schip is zijn tocht begonnen bij de kust van Pakistan en is eerst naar het Canadese Nova Scotia gevaren waar enige tienduizenden kilo's hasj zijn gelost. Als het inmiddels lege schip in Nederland aankomt, arresteert de douanerecherche alle opvarenden op verdenking van de smokkel van 20.000 kilo hasj.

Een maand later doen de politie en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst (Fiod) een inval bij de Femis-'bank' in Baerle-Nassau, enkele dagen voor de ondergang van deze spaarinstelling. In de kluizen worden wapens en juwelen aangetroffen. Adressen in Dubai, Singapore, Zwitserland en Jersey komen voor in de administratie. Maar de meest sensationele vondst is het bedrag voor de aankoop van het kort daarvoor in beslag genomen schip Coral Sea 2 op een Femis-rekening, waarvan geld is afgeboekt naar Singapore.

Deze ontdekking is het begin van een nog altijd lopend justitieel onderzoek, waaruit onder meer blijkt dat Femis de spin is geweest in een internationaal financieel web rond één van de grootste hasjbendes in Nederland. Honderden miljoenen guldens aan hasjgeld zijn geïnvesteerd in nieuwe transporten en in de legale economie via Femis en de rekeningen van reguliere banken. Duidelijk is dat Femis kon uitgroeien tot de huisbankier van de hasjhandelaren dank zij de diensten van notarissen, advocaten en accountants, van wie er enkele recentelijk werden gearresteerd. Ook de omstreden zakenman R.J. Doorn, die in 1991 voor fraude werd uitgeleverd aan Zwitserland, blijkt een rol te hebben gespeeld bij het 'verwerken' van de zwarte geldstromen.

Bij de Amsterdamse rechtbank was afgelopen week een glimp te zien van de manier waarop hasjgelden naar de financiële 'bovenwereld' vloeiden en in luxe-goederen werden omgezet. Tegenover een wereldkaart met in viltstift getekende zeeroutes en een twaalf meter lang dossier stonden Cees H. en Johan van R. terecht op verdenking van het organiseren van via Femis betaalde hasjtransporten. Cees H., wegens zijn geringe lengte ook wel 'Puk' genoemd, bleek onder een valse naam zaken te hebben gedaan met twee Nederlandse banken in Luxemburg en met een trust op Jersey. In de persoonlijke kluizen van Cees H. en zijn toenmalige vriendin was een 'pandjeshuis'-collectie aangetroffen: een Rolex-horloge, een goudkleurige armband, oorbellen en andere juwelen.

De bron van de luxe-goederen gaat terug naar de uitgestrekte hennepplantages in Pakistan en Afghanistan, waarvan jaarlijks vele tonnen hasj wordengeoogst. De Nederlandse hasjhandelaren, waartoe Cees H. en Johan van R. behoren, rusten in Singapore - een van de grootste havens ter wereld - de boten uit met leeftocht en bemanning. Voor de kust van Pakistan worden de plakken hasj in de schepen geladen. Die varen vervolgens langs Kaap de Goede Hoop en de westkust van Afrika naar West-Europa, de Verenigde Staten en vooral Canada.

De organisatie smokkelt tussen 1986 en 1992 honderdduizenden kilo's hasj, waarvan in een aantal schepen 280.000 kilo is teruggevonden. In 1992 vervoert een bij Canada onderschept schip 118.000 kilo hasj, een kwart van de totale jaarlijkse oogst in Pakistan. De verkoop van de hasj brengt honderden miljoenen dollars op aan baar geld, volgens een ruwe schatting 800 miljoen gulden.

De miljoenen dollars contant geld stellen de hasjbende voor grote problemen. De hasjhandelaren willen het geld investeren in de aankoop van nieuwe hasj en voor het uitrusten van nieuwe schepen. Daarnaast willen ze ook zélf genieten van de miljoenen die binnenstromenen. Groot obstakel is dat de enorme hoeveelheden contant geld daartoe eerst in het legale betalingscircuit moeten worden gebracht. Pas in deze 'witte' gedaante zijn de miljoenen bruikbaar voor nieuwe investeringen en voor de persoonlijke verrijking van de hasjhandelaren.

Uit onderzoeksverslagen blijkt onder meer dat koeriers van de Nederlandse drugsorganisatie in 1989 het geld contant van vooral Canada naar West-Europa brengen. Half november 1989, bij voorbeeld, reizen drie Nederlandse koeriers via Den Haag, Luxemburg en Zürich naar Canada en keren volgens dezelfde route met circa 8,5 miljoen Canadese dollars terug naar Nederland. De organisatie wisselt dit geld vervolgens in bij Nederlandse banken en koopt erdiamanten voor.

De geldtransporten en de wisseltransacties bij de banken verlopen eind jaren tachtig echter steeds moeizamer door het verscherpte toezicht in Europa op het bankwezen in de strijd tegen het 'witwassen' van misdaadgeld. Ook girale overboekingen via brievenbusmaatschappijen wekken steeds meer wantrouwen. Zo wordt in 1989 tevergeefs getracht met behulp van een bedrijf in Liechtenstein geld op rekeningen van de Nederlandse banken ABN en NMB te storten.

De hasjhandelaren gaan daarom op zoek naar nieuwe wegen om hun geld te 'verwerken'. Begin jaren negentig komen zij uiteindelijk terecht bij de Femis-vestigingen in Baarle-Nassau, Rotterdam en vooral Zeist. Femis is op dat moment voornamelijk bekend als spaarinstelling, waar ongeveer 2.300 spaarders hun zwart verdiende geld buiten het bereik van de fiscus houden. De cliënten zijn nagenoeg ongrijpbaar voor nieuwsgierige autoriteiten die in de wet nauwelijks handvatten weten te vinden om Femis aan te pakken. De Belgisch-Nederlandse grens loopt dwars door het hoofdkantoor van Femis in Baarle-Nassau. Controles kunnen gemakkelijk worden ontweken door de administratie simpelweg enkele meters, van Nederland naar België of andersom te verplaatsen. Van toezicht door De Nederlandsche Bank is bovendien geen sprake, omdat Femis, die was opgericht in 1976, formeel geen bank is. Femis is niet meer dan een soort beleggingsclub waarvan de rekeninghouders tegelijk ook aandeelhouders waren. De clientèle van Femis blijft anoniem met een zogenoemde 'nummerrekening', die wordt aangehouden onder een zescijferige code en een verzonnen naam. Voor bancaire handelingen, zoals overboekingen, moet Femis gebruik maken van bankrekeningen bij andere banken.

Op 9 maart en op 19 april 1990 openen de drugshandelaren gezamenlijk bij Femis in Zeist een serie rekeningen onder zesletterige codenamen als 'meloen' en 'banaan' en de namen 'Prins' en 'Keyser' waaraan nummers waren toegevoegd. Tot nu toe is 80 miljoen gulden achterhaald die via deze nummerrekeningen is weggesluisd. Achter de meeste van de codenamen schuilt de Utrechtse zakenman Ron G., die optreedt als beheerder van de rekeningen en daarin bij Femis wordt vertegenwoordigd door de advocaat Bob van der G. Enkele rekeningen behoren toe aan de hasjhandelaren Johan van R. en Cees H, die afgelopen week terecht stonden. Een rekening komt op naam van een Duitse crimineel, die in opdracht handelt van één van de leiders van het syndicaat.

Johan van R. en Cees H. zijn volgens onderzoeksverslagen ondergeschikt aan de driehoofdige leiding van de hasjbende, voor wie Ron G. en zijn raadsman Bob van der G. financiële hand- en spandiensten verlenen. Johan van R. en Cees H. vervoeren de hasj in opdracht van de top van het syndicaat. De Utrechter Ron G. treedt blijkens dezelfde documenten op als accountmanager van de rekeningen bij Femis. Mede daarom is Ron G., die zijn in de prostitutie verdiende vermogen heeft geïnvesteerd in onroerend goed en horeca-gelegenheden, in februari van dit jaar gearresteerd. De advocaat Bob van der G. in Soest, de raadsman en vertegenwoordiger van Ron. G, is vorige maand opgepakt op verdenking van criminele praktijken.

Een deel van het geld waarmee Ron G. een aantal nummerrekeningen opent, is formeel afkomstig van het bedrijfje Riggins, een dochteronderneming van Codowell SA. De Zwitserse beheersmaatschappij Codowell is sinds jaar en dag het vehikel van de omstreden zakenman Robert Jan Doorn, adviseur en hoogstwaarschijnlijk mede-eigenaar van de kluwen bedrijfjes die opereerden onder de vlag R & R. Doorn komt 1991 in het nieuws door zijn vergeefse pogingen om het vastgoedfonds VHS in te lijven en schrijft datzelfde jaar geschiedenis door als eerste Nederlander te worden uitgeleverd aan Zwitserland vanwege zijn betrokkenheid bij een omvangrijke aandelenzwendel.

De gelden die Riggins bij Femis binnensluist zijn de opbrengsten van de partijen hasj die in Noord-Amerika worden afgezet. Van de 80 miljoen gulden die op Femis-rekeningen is teruggevonden is 60 miljoen afkomstig van de door Ron. G. vertegenwoordigde handelaren en 20 miljoen van Johan van R. en Cees H.

Nadat de rekeningen zijn geopend worden de Amerikaanse en Canadese dollars in een koffer naar Nederland gebracht, vaak eerst omgewisseld in Nederlandse guldens, en dan contant op de nummerrekeningen gestort. Justitie ontdekt deze financiële verbinding tussen het Noordamerikaanse continent en het kantoor in Zeist later door louter toeval. De opbrengst is één keer namelijk per ongeluk via een Canadese bank overgeboekt in plaats van door koeriers over de Atlantische oceaan vervoerd.

De drugsopbrengsten op de nummerrekeningen bij Femis worden vervolgens gebruikt voor drie soorten investeringen: in nieuwe hasjtransporten, voor de aankoop van schepen en voor persoonlijke consumptie. Het verwerken van de drie geldstromen geschiedt door talloze overboekingen - bekend als 'giraal kriskrassen' - die soms worden onderbroken door contante stortingen. Femis heeft als niet-bankinstelling geen toegang tot het internationale betalingsnetwerk van de banken. Voor overboekingen maakt Femis daarom gebruik van een rekening die wordt aangehouden bij de vestiging van de toenmalige NMB-bank (tegenwoordig ING) in Helmond.

Wanneer de oogsttijd van de hasj in Pakistan is aangebroken maakt Femis grote bedragen over naar een vestiging van de beruchte zwartgeldbank BCCI in de oliestaat Dubai. Deze bedragen, bedoeld als betaling voor de te leveren hasj, komen op rekeningen van Pakistaans drugshandelaren. Soms wordt het geld in Dubai ook contant opgenomen en naar Pakistan gebracht.

Het in de vaart houden van de drugsboten kost ook geld: dat wordt door Femis overgemaakt naar rekeningen in Singapore. Met dat geld worden de boten gekocht in onder meer Thailand. In Singapore worden de schepen verbouwd en voorzien van een bemanning en proviand, voordat de lading bij de kust van Pakistan wordt opgehaald.

De handelaren benutten hun hasjgeld ook voor aankoop van huizen, boten en andere aardse genoegens. Een aantal van de hasjhandelaren verblijft het grootste deel van het jaar in zonnige oorden, waarbij vooral Zuid-Spanje populair is. Daartoe sluizen zij via de Femisbank een deel van het geld naar het Kanaaleiland Jersey. Daar beheert een advocatenkantoor een aantal trusts, met onder elke trust tien brievenbusmaatschappijen. De brievenbusmaatschappijen, die in onder meer Zwitserland bankrekeningen aanhouden, worden gebruikt voor 'consumptieve' aankopen in onder meer Spanje en in mindere mate 'zakelijke' betalingen. Door gebruik te maken van de trusts op Jersey wordt de ware herkomst van het geld verdoezeld, een veelgebruikte witwaspraktijk.

De handelaren 'witten' het hasjgeld ook door de beproefde methode van de aankoop van diamanten. De crimineel koopt dan met contant geld stenen bij een diamantair en verkoopt die later met winst terug aan diezelfde diamantair. Het verschil, de transactiewinst, is met aan- en verkoopcontracten te verantwoorden en dus 'wit'. De diamanten werden vooral gekocht bij diamantair TTS in Antwerpen, waarvan de eigenaren volgens een onderzoeksrapport “bekende drugshandelaren” zijn.

De déconfiture van Femis betekent begin 1991 het einde van de goeddraaiende 'witwas'- en investeringsmachine. John van R. en Cees H. hebben later in 1993 tegenover de douane-recherche verklaard dat zij “enkele miljoenen zijn kwijtgeraakt” bij het faillissement van Femis.

Het omvallen van Femis wordt ingeluid door De Volkskrant die kort voor kerst 1990 een verhaal afdrukt over de wijze waarop de Duitse eigenaren tientallen miljoenen aan spaargeld hebben weggeroofd van de rekeningen. Gealarmeerd door deze publikatie doen de hasjhandelaren hun uiterste best om hun miljoenen te redden uit de boedel van hun huisbank.

Op 29 december 1990 probeert rekeningbeheerder Ron G. 17,5 miljoen gulden van de rekeningen af te halen, maar de directie weigert hem het geld mee te geven. De handelaren doen vervolgens met succes een beroep op het financiële en juridische establishment, waarmee al goede contacten bestaan. De advocaat Oscar H., tot voor kort werkzaam bij het respectabele advocatenkantoor Boekel de Nerée, en Bob van der G. worden ervan verdacht een methode te hebben verzonnen om de miljoenen te redden. In februari en maart van dit jaar zijn beiden om die reden opgepakt, samen met accountant Rob B. van (tot voor kort) het vooraanstaande kantoor Deloitte & Touche.

In de wegsluis-route die wordt verzonnen, spelen dezelfde girale wegen en juridische foefjes een rol die de geldstromen via Femis kenmerken. Onder bedreiging van de hasjhandelaren maakt de directie van Femis op 4 januari 1991 het bedrag van 17,5 miljoen gulden wel over en wel op de rekening van het advocatenkantoor van Bob van der G. bij de NMB-bank.

Kort na 4 januari komt het geld op een rekening van de Ierse rechtspersoon Goody bij de bank Indosuez in Luxemburg. Bankemployée Huib L. opent op verzoek van zijn kennis Van er G. snel een rekening. Nadat 17,4 miljoen gulden - onderweg was 100.000 gulden 'kwijtgeraakt' - is overgemaakt naar bank Cantrade in Basel, wordt de rekening weer gesloten.

Op 29 januari 1991 wordt een bedrag van 17,2 miljoen gulden overgemaakt naar de Zwitserse bank Hypotheken und Handelsbanken Winterthur in Winterthur op rekeningnummer 104.888.603 ten name van Espanada Investments Limited, een van de brievenbusmaatschappijen op Jersey. Bijna een maand later, op 24 februari, ontvangt Van der G. zijn beloning: een bedrag van 162.500 gulden wordt overgemaakt naar Schweizerische Kreditanstalt in Zürich op rekeningnummer 323.123 ten name van Interasset Finance AG, eigendom van Van der G.

Justitie die begin februari een inval had gedaan, ontdekt het wegboeken van het geld en gaat er achteraan. In Luxemburg is het geld dan al weg, maar het bezoek van justitie is voor Indosuez voldoende aanleiding om medewerker Huib L. de laan uit te sturen. Meer succes heeft justitie in Zwitserland, waar de autoriteiten beslag legden op het geld.

Nadat justitie en Fiod beslag hebben gelegd op Zwitserse miljoenen, zoekt de hasjbende naar een methode om toch over de 17 miljoen te kunnen beschikken. Oscar H. spant in april 1992 een kort geding aan tegen de staat om het beslag van het geld te krijgen en komt daarvoor met twee notarisverklaringen op de proppen die in de maanden daarvoor zijn opgesteld. Als fictieve eigenaar van het geld wordt de Surinaamse rijsthandelaar Shyam G. naar voren geschoven, een cliënt van Oscar H.

Binnen de hasjbende wordt G. namelijk, ondanks zijn arrestatie en vrijlating vorig jaar, beschouwd als het minst kwetsbaar voor justitie. Shyam G. heeft een zijdelingse relatie met de hasjbende: één van de onderschepte hasjboten is eigendom van het Antilliaanse bedrijf EMT, opgericht door deze Surinaamse rijsthandelaar. De recentelijk gearresteerde accountant Rob B. van Deloitte & Touche is overigens bij EMT betrokken geweest.

Op 28 januari 1992 heeft Shyam G. bij notaris Hari Narayen Ramkarran in Georgetown, Brits Guyana, een verklaring laten opstellen. Daarin wordt gesteld dat een groep ondernemers onder wie S. G. in het Caraïbisch gebied eigenaar is van het geld. Het geld zou afkomstig zijn uit de “handel in rijst en hout” en een deel zou in verband met valuta-restricties zijn achtergehouden op de Antillen. Een ander deel zou via de nummerrekeningen bij de Femisbank zijn overgebracht naar een rekening in Zwitserland. “Eén persoon en een advocaat” mogen deze overboekingen verrichten. Het gaat daarbij om Ron G. en de advocaat van Shyam G. in Nederland, Oscar H.

Van der G. heeft kort ervoor, op 21 oktober 1991, een verklaring laten vastleggen bij notaris mr. Hendrik Over, kantoorgenoot van Oscar H. bij Boekel de Nerée. Ook hierin wordt gesproken over een groep Caraïbische ondernemers “onder leiding van Shyam G.”. Om de betrokkenheid van Ron G. te verklaren zegt Van der G. dat zijn cliënt ook hoort bij deze groep (“van wie ik alleen G. bij name ken”). De centrale rol in de transactie dicht hij toe aan zijn confrère Oscar H: “De legitimatiestukken met betrekking tot de rekening bij Femisbank heb ik ter hand gesteld aan mr. O. H.”

De rechter laat het beslag ondanks de notarisverklaringen in tact. Dat is een succes voor justitie die met het beslag eigenlijk voor het eerst greep heeft gekregen op de zwarte geldstromen.

De opsporingsautoriteiten in Nederland, Canada, Zwitserland, Italië en de Verenigde Staten hebben al sinds 1989 een redelijk beeld van de wereldwijd opererende Nederlandse hasjbende. Onder de naam 'Octopus' brengen justitiële autoriteiten sinds eind jaren tachtig witwaspraktijken van drugsorganisaties in kaart. Pas na de ondergang van de Femisbank en het onderscheppen van de Coral Sea 2 in 1991 heeft justitie in Nederland goed zicht gekregen op de geldstromen die van levensbelang zijn voor de multinationale hasjonderneming.

De Femis bank zélf is nu grotendeels geschiedenis. Onder de naam 'Kolibrie' worden van tijd tot tijd verdachten in de grote hasjzaak gearresteerd dan wel - zoals afgelopen week - voor de rechter gebracht door het openbaar ministerie in Amsterdam. De voormalige directeuren van Femis worden door justitie in Breda nog steeds verdacht van het wegsluizen van spaargelden en het ongeoorloofd uitoefenen van het bankbedrijf. Wat betreft de witwaspraktijken richt het onderzoek zich vooral op de hasjcriminelen zélf en hun juridische adviseurs.

Nadat Femis in 1991 is opgerold zit het misdaadsyndicaat wederom met een levensgroot probleem: waar moeten de miljoenen aan contant geld heen. De vraag is langs welke financiële instellingen de zwart-geldstromen nu lopen.

    • Karel Berkhout
    • Paul Wessels