Gert-Jan Theunisse traint vaak tien uur per dag, maar wordt er finaal afgereden; 'Ik voel me beregoed, heb absoluut geen excuses'

HOEI, 23 APRIL. Zijn geest zit vol onbegrip. Hij traint als een beest, soms tien uur per dag, stelt zijn hele privéleven af op het fietsen, kruipt steeds vroeger onder de wol. En dan wordt hij er in Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl zonder pardon finaal afgereden. Opgeblazen, mentaal vernederd. Gert-Jan Theunisse vreest het ergste voor de laatste belangrijke klassieker in april, vandaag op vaderlandse bodem: de Amstel Goldrace.

De 31-jarige Theunisse begrijpt het niet, vraagt zichzelf al dagen af waar hij eigenlijk nog voor traint, waarom zijn sterke lichaam de tempoverhogingen van Italiaanse collega's niet kan volgen. “Ik voel me beregoed, heb absoluut geen excuses. En dan word je er zo afgereden als in de Waalse Pijl. Een wedstrijd waar ik altijd met de besten ben meegegaan, net als in Luik-Bastenaken-Luik. Wedstrijden die me liggen”, klinkt het ontgoocheld.

Op het moment dat Argentin, Furlan en Berzin woensdag veel te sterk waren voor het peloton, constateerde de renner uit de ploeg Priem dat zijn lichaam de extra belasting niet kon verdragen. “Toen die drie wegreden dacht ik: 'ga mee, ga mee'. Maar in plaats van te versnellen, blies ik mezelf volledig op. Je denkt dat het goed met je gaat en dan krijg je zo'n knal te verwerken.”

Bij de fysieke testen scoort hij maximaal, hij heeft een enorme inhoud. “Ik ben kerngezond en train vaak tien uur per dag. Ik kan moeilijk in het donker, tot diep in de nacht op de fiets gaan zitten. De ploegleiding weet dat ook, maar de resultaten blijven gewoon uit”, zegt hij met een brok van teleurstelling in zijn keel.

Theunisse, dit seizoen weer samen met de evenmin presterende Steven Rooks, wil graag. “Te graag, misschien.” Hij vindt dat hij iets heeft goed te maken na enkele slechte jaren die ook nog eens ontsierd werden door dopinggevallen. “Na Luik-Bastenaken-Luik zat ik in een dal. Ik werd als een beginneling weggereden. Dat valt dubbelhard tegen als je er zoveel van verwacht. Dit heb ik gewoon nog nooit meegemaakt. Het is allemaal erg frustrerend.”

Op zijn hotelkamer praat hij veel met Rooks. Over zijn onmacht, zijn frustraties. Misschien traint hij teveel of verkeerd? “Nee. Ik heb in het verleden alles al geprobeerd, fysiek ben ik super. Alleen kan ik dat op de fiets niet waarmaken.”

De overmacht van de Italianen boezemt hem angst in. Zij hebben het peloton in hun greep, rijden weg wanneer ze maar willen. “Daar denk ik voortdurend aan. Zo gaat het straks ook in de Amstel Goldrace. Voor het eerst heb ik angst voor een koers. Dat is me nog nooit overkomen.”

Na de Nederlandse wereldbekerklassieker neemt een groot gedeelte van het peloton rust. Theunisse niet, hij moet maandag starten in de Ronde van Spanje. Van ploegleider Priem. Al is er niet net als vorig jaar sprake van een straf. “De ploegleiding heeft heus wel in de gaten dat ik er helemaal voor leef. Maar ik verdien nu eenmaal veel. Dan moet je vaak ergens verschijnen.”

Liever was de Nederlander er ook even een tijdje tussenuit geknepen. Om de klappen van het voorseizoen te verwerken, zijn gedachten weer op orde te brengen. “Ik heb dit seizoen al ontzettend veel gereden. Na de klassiekers in een zware ronde stappen is geestelijk en lichamelijk een enorme opgave. Maar ik heb me maar aan te passen. Voor Rooks ligt de zaak gemakkelijker. Hij verdient een stuk minder. Dat zegt Priem tenminste.” (ANP)