Gentleman (2)

Bastiaan Bommeljé schrijft in zijn recensie van het boek van Beard, dat Engeland de Westerse beschaving vier pijlers heeft gegeven: het parlement, de vrije pers, het wolkje melk in de thee en de gentleman. Op allevier is nogal wat af te dingen.

Hoewel vazallen en hoge geestelijken met de Magna Charta in 1215 van hun leenheer, de Engelse koning, een aantal voorrechten wisten af te dwingen, kan pas met de invoering van de Bill of Rights van 1689 gesproken worden van een echte staatsregeling waarbij het parlement de machtsoverschrijding van de koning onwettig kon verklaren en correcties kon afdwingen. Vergelijk hiermee de Actie van Afzwering die in 1581 werd afgelegd door de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden, waarbij zij verklaarden dat de landsheer slechts door hen gedelegeerde soevereiniteit bezat en Philips II vervallen werd verklaard van zijn status van Heer der Nederlanden.

De vrije pers. In 1695 werd in Engeland de Licensing Act afgeschaft, een wet die censuur vooraf, de zg. preventieve censuur, mogelijk maakte. In de Nederlanden heeft censuur vooraf nooit bestaan, mede wegens het ontbreken van een sterk centraal gezag. Wel censuur achteraf, de repressieve censuur, omdat de stedelijke overheid publikatielicenties kon intrekken. Maar die mogelijkheid bestond ook in Engeland. Bijgevolg klaagden buitenlandse mogendheden wèl over de vermeende losbandigheid van de courantiers in de Nederlanden en niet in Engeland.

Nu de gentleman. In 1528 verscheen in Venetië 'Het boek van de Hoveling', door Baldassar Castiglione (Nederlandse vertaling 1991), Het gedrag van de ideale hoveling draait om twee begrippen: 'sprezzatura', het etaleren van een zekere achteloosheid en vermijden van gekunsteldheid, zelfs bij zaken die veel van je vergen, en 'grazia', innemend gedrag. Anton Haakman, de Nederlandse vertaler van het boek, schrijft dat het in 1561 in Engeland verscheen, daar zeer populair werd en dat het gedrag van de ideale hoveling de norm werd voor de Engelse gentleman, dus het was geen vinding van Engelse bodem.

Dat het wolkje melk in de thee gerekend kan worden tot een bijdrage aan de Europese beschaving is dubieus. De Spanjaard Ustariz verklaarde al in 1724 dat men in het Noorden zoveel thee dronk om het tekort aan wijn aan te vullen. Wijndrinkende landen drinken weinig thee en andersom. Het wolkje melk doet verdere afbreuk aan de reeds geringe spiritualiteit van thee.

Helaas, alleen de stoommachine is de Engelse bijdrage tot de beschaving.

    • A. Hoogendoorn Lochem