Financiële steun aan voormalige Oostblok belangrijk onderwerp; IMF-voorman blijkt niet ongevoelig voor druk VS

WASHINGTON, 23 APRIL. Managing-director Michel Camdessus van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) noemde eergisteren de eerste vier maanden van dit jaar de 'meest intense in de recente geschiedenis' van het fonds. De overwegend enthousiaste Fransman, die vooruitblikte op de halfjaarvergadering van aanstaande maandag en dinsdag, heeft niet helemaal ongelijk. Met niet minder dan 76 landen lopen hervormingsprogramma's of wordt er over onderhandeld.

Als voorlopig hoogtepunt werd door de IMF-topman hoogstpersoonlijk, na zeer moeizame onderhandelingen in Moskou, overeenstemming bereikt over een krediet van 1,5 miljard dollar uit de speciale faciliteit voor landen die de overgang maken naar een markteconomie. Het past allemaal in het streven van Camdessus om alle aangesloten landen bij het IMF te betrekken en voor economische hervormingen te winnen.

Een jaar geleden aanvaardde het Interim-Comité (het hoogste IMF-orgaan) een 'Verklaring over samenwerking voor duurzame, wereldwijde groei', die vooral werd ingegeven door de ernstige economische vertraging sinds 1990 en het risico van een recessie in veel industrielanden. Bij het IMF heerst tevredenheid over wat inmiddels van de aanbevelingen is gerealiseerd. De korte rentetarieven in Europa gingen omlaag; de spanningen binnen het Europees Monetair Stelsel (EMS) ebden weg, al moest het stelsel daarvoor wel eerst ontploffen; in veel ontwikkelingslanden - vooral in Latijns-Amerika en Azië - is sprake van krachtige groei; de speciale leningsfaciliteit (STF) voor ex-communistische landen functioneert naar wens en hetzelfde geldt voor de speciale faciliteit (ESAF) voor de armste ontwikkelingslanden.

Camdessus toonde zich deze week dan ook een tevreden man. In de jongste World Economic Outlook gaat het IMF voor dit jaar uit van een economische groei van 3 procent en volgend jaar zelfs 3,7 procent, ofschoon Europa en Japan vooral dit jaar nog behoorlijk achterblijven. Het zijn al met al de beste vooruitzichten sinds 1988. Het gaat er volgens het IMF nu om, dat de economische expansie duurzaam wordt gemaakt en dat zoveel mogelijk landen ervan profiteren.

Daarmee duiken meteen twee kwesties op die zowel bij het Interim Comité als op de ministersbijkomst - zondag - van de zeven rijkste industrielanden (G7) de agenda zullen domineren. Het gaat om de sterke stijging van de lange rente in de afgelopen maanden en het veilig stellen van de economische hervormingen in Oost-Europa, in het bijzonder de voormalige Sovjet-Unie.

In de Verenigde Staten ging de kapitaalmarktrente (het rendement op langlopende staatsobligaties) de laatste drie maanden met zo'n één procentpunt omhoog tot 7,25 procent. Beleggers lieten zich kennelijk niet leiden door het argument van Fed-topman Alan Greenspan, die deze week steun kreeg van het IMF, dat hij met de verhoging van de korte rente inflatie juist vóór wil zijn. Zij vrezen eerder dat inflatie zal oplaaien nu de Amerikaanse economie haar capaciteitsgrenzen nadert. Economische adviseurs van de Amerikaanse regering hebben al berekend dat de hogere kapitaalmarktrente eenzelfde negatief effect op de groei kan hebben als een belastingverhoging met 60 miljard dollar.

Nu zou een stijging van de lange rente in de VS een mogelijke oververhitting van de economie kunnen voorkomen. Maar ook in Europa en Japan is sprake van een stijging van de rente op de kapitaalmarkt en daar heeft de economie haar capaciteitsgrenzen nog lang niet bereikt. En zo zou het lang verbeide groeiherstel weer in de kiem kunnen smoren.

Niet voor niets riep de Duitse minister van financiën, Theo Waigel, voor zijn vertrek naar Washington investeerders en beleggers op het vertrouwen te herstellen. Hoe dat moet? Alle deskundigen weten dat de kapitaalmarkt een wereldmarkt is. “Europa zal een lagere kapitaalmarktrente dus eerst moeten verdienen”, aldus een IMF-deskundige. Dat betekent dat de overheidstekorten in de Europese Unie, die weer zijn opgelopen tot gemiddeld 6,5 procent van het BNP omlaag moeten. Een aanbeveling, die ook in de World Economic Outlook is terug te vinden.

De Amerikaanse minister van financiën, Lloyd Bentsen, zong deze week het refrein dat de centrale banken in Europa de korte rentetarieven kunnen verlagen. Zijn onderminister Larry Summers weet de stijging van de kapitaalmarktrente aan de te kleine 'rentestappen' van de Bundesbank. Toch heeft de discussie hierover tussen de VS en Europa veel van haar scherpte verloren door beter wederzijds begrip. Ook Washington begrijpt dat de Bundesbank allereerst over de monetaire stabiliteit moet waken en door het feit dat de korte rentetarieven in veel Europese landen al behoorlijk zijn gedaald. De G7-ministers en het Interim-Comité van het IMF zullen weinig anders kunnen dan te erkennen dat ook zij 'de markt' niet kunnen verslaan.

De financiële steun aan de voormalige communistische landen zal in Washington minstens zo'n belangrijk gespreksonderwerp zijn. Zolang particuliere investeringen nog achterblijven zijn meer harde deviezen uit andere bron nodig voor de voortgang van het hervormingsproces. Camdessus heeft voor de derde achtereenvolgende maal zijn plan van stal gehaald om 36 miljard extra SDR's (Speciale Trekkingsrechten, het door het IMF in 1970 gecreëerde papiergoud, gelijk aan ruim 90 miljard gulden) aan de IMF-leden toe te wijzen. De voormalige Sovjet-staten zouden daar dan ook in ruime mate van kunnen profiteren. Sinds de laatste uitgifte van SDR's in 1981 hebben 37 landen zich bij het IMF-aangesloten, die nooit van het 'papier goud' hebben kunnen profiteren.

De industrielanden delen weliswaar deze rechtvaardigsgrond van Camdessus, maar zij voelen er toch niets voor uit vrees dat de creatie van nieuwe SDR's de inflatie zal aanwakkeren en de hervormingswil in sommige landen zal verzwakken. Een alternatief voorstel om trustfondsen op te richten waarin landen vrijwillig ongebruikte SDR's kunnen storten, waaruit dan weer kredieten kunnen worden verstrekt, zal het waarschijnlijk ook niet halen. Volgens Camdessus zou een dergelijke constructie het leningrisico voor het IMF verkleinen, omdat meer schouders de lasten dragen.

De IMF-topman paaide eergisteren de industrielanden met het argument dat zij sterk zullen profiteren van toenemende koopkracht in ex-communistische landen. Bovendien, zo zei hij, is er voor een verhoogde toewijzing van SDR's geen parlementaire goedkeuring nodig. Met dit laatste raakte de IMF-topman een gevoelig punt. Zeker in de Verenigde Staten is in het Congres nauwelijks steun te vinden voor een extra miljardenpost op de begroting. Duitsland levert met onder meer exportkredieten en directe bilaterale hulp verreweg het grootste deel van de financiële steun, terwijl de VS het nogal laten afweten. Volgens IMF-deskundigen zal het probleem van een eerlijker burden sharing bij de hulp aan Oost-Europa dan ook zeker aan de orde komen in het Interim-Comité. Bonn heeft al meermalen aangegeven aan de grens van zijn financiële mogelijkheden te zitten.

In kringen van de Executive Board (het bestuur) van het IMF meent men dat de sterke druk van Washington op het fonds, enkele maanden geleden ingezet door vice-president Al Gore, om sneller krediet aan Moskou te verstrekken, niet alleen een politieke achtergrond heeft - de VS heeft baat bij een stabiel Rursland - maar ook een financiële. Als het IMF flink met kredieten over de brug komt, hoeft de regering van president Clinton immers minder snel bij het Congres aan te kloppen voor bilaterale steun. Een hoge functionaris van het Amerikaanse ministerie van financiën suggereerde deze week dat Rusland reeds in de vroege herfst een zogenoemd 'standby' krediet van drie miljard dollar zou kunnen krijgen. Camdessus was veel voorzichtiger en sprak alleen over het beginnen van onderhandelingen. In de Executive Board valt te horen dat Rusland aan een 'standby nog lang niet toe is. Is Camdessus dan vatbaar voor de Amerikaanse druk? Dat wordt in de Executive Board niet categorisch tegengesproken. “Je kunt niet de illusie hebben dat ie zich volledig losmaakt van de grootste aandeelhouder van het IMF,” zegt een van de leden.

    • Hans Buddingh'