Douceurtjes

Victor Loupan, Pierre Lorrain: l'Argent de Moscou. l'Histoire la plus secrète du PCF

296 blz., Plon 1994, ƒ 56,35

De opening van sommige partij-archieven in de ex-Sovjet-Unie maakt het mogelijk een tipje op te lichten van de sluier over de financiering vanuit Moskou van communistische partijen en aanverwante organisaties en activiteiten in het kapitalistische Westen. Loupan en Lorrain hebben dat gedaan, voor de Franse communistische partij (PCF) en men zou willen dat iemand ook eens in Moskou zou gaan kijken hoe het eigenlijk met de douceurtjes voor de Nederlandse kameraden stond.

Op ongeveer één miljard Franse franc becijferen de auteurs de totale financiële steun van Moskou aan de zaak van het communisme in Frankrijk door de jaren heen. En daar zijn dan nog niet weggevertjes als gratis Sovjet-papier voor het partijdagblad l'Humanité bij inbegrepen. De steun begon bijna meteen na de revolutie van 1917 en bestond aanvankelijk voornamelijk uit juwelen en andere waardevolle voorwerpen, in beslag genomen bij de Russische rijken. Dit was nog de romantische tijd van de wereldrevolutie, waarbij wij onder anderen de Nederlandse revolutionair Sebald Rutgers met een conspiratief koffertje vol sieraden tegenkomen.

In later tijden werden de uitkeringen gewoon gedaan in harde valuta. Ze zijn curieus genoeg bijna tot het bittere einde van de Sovjet-Unie doorgegaan. In 1987 nog besloot het Sovjet-politburo de eigen bijdrage aan het steunfonds, dat als organisatorisch orgaan voor de uitkeringen diende, te verhogen tot een bedrag van ongeveer 22 miljoen Amerikaanse dollar 's jaars. De andere landen van het Sovjet-blok waren trouwens goed voor 25 miljoen dollar op jaarbasis.

Dit alles vormt interessante lectuur, maar de vraag naar de macht van het geld is er natuurlijk niet mee beantwoord. De schrijvers tonen naar mijn smaak overtuigend aan dat Moskou met geld de trouw van de in 1920 van de sociaal-democraten afgescheiden Franse communisten heeft gekocht (hun 'bolsjevisering'). Curieus is ook de correspondentie waarbij de fellowtraveller-auteur Henri Barbusse in 1932 zijn weekblad Monde, nog jaren daarna als een links maar niet regelrecht communistisch orgaan gezien, min of meer aan Moskou verkwanseld heeft.

De Sovjet-kameraden, zo is bekend, hadden behalve geld af en toe andere middelen tot hun beschikking om de buitenlandse communisten tot het juiste standpunt over te halen, vakantiereisjes en mysterieuze verdwijningen niet uitgezonderd. Met die controle is het, kleine episoden als Roemeense afvalligheid of oprispingen van Euro-communisme daargelaten, vrij aardig gelukt. Het heeft alleen, weten we sinds 1989, evenmin als de Sovjet-Unie zelf, tot iets geleid. Al dat geld is in feite voor niets besteed. Die wetenschap geeft boeken als dit een wat melancholieke nasmaak.

    • Raymond van den Boogaard