Djerzic: 'Als de oorlog klaar is, ga ik weer slapen'

ROTTERDAM, 22 APRIL. In een nieuwbouwwoning in de Rotterdamse wijk Feijenoord staat op een bijzettafel de 27 mc-zendapparatuur van Nazim Djerzic. Met de microfoon in zijn hand, zit de 46-jarige Bosniër gebogen voor het toestel en draait aan de knoppen. Hoge fluittonen en gekraak vullen de huiskamer. De hele dag al probeert Djerzic tevergeefs contact te krijgen met Gorazde. “Imali koga tamo?” herhaalt hij steeds: Is daar iemand?

Gisteren nog had hij contact met Victor Sestan in Gorazde, de stad die nu al dagenlang wordt belegerd door Serviërs. “Ik heb nu geen tijd voor je vragen”, had Sestan gezegd. “Nog vijftien minuten en mijn accu is leeg. Vertel jij de wereld wat hier gebeurt.” En vanuit zijn huis had Sestan verslag gedaan van de gebeurtenissen op straat. Lijken van kinderen en vrouwen. Een arts die een gewonde te hulp schoot werd van achter neergeschoten. Sestan telde hardop de dode lichamen, maar na een paar honderd was hij opgehouden. “Wij zullen vechten tot de laatste man”, had hij over de radio gezegd. “Maar zorgen jullie alsjeblieft voor onze vrouwen en kinderen.”

En nu heeft Victor Sestan de hele dag nog niet gereageerd. Heeft hij moeten vluchten? Is zijn accu niet opgeladen? Op de leren poef in de Rotterdamse huiskamer heft Djerzic zijn armen omhoog. “Ik weet het niet. Ik weet het werkelijk niet.” Wel sprak hij die dag met radio-amateurs in Olovo en Sarajevo, maar uit Gorazde bleef het stil. Djerzic zoekt verder op de golflengte van Bosnische radio-amateurs in Europa. Dan klinkt uit het toestel Servo-kroatisch met een Spaans accent. Djerzic zucht. Ook de Bosnische Spanjaard heeft de hele dag nog niets uit Gorazde vernomen.

“De toestand is dramatisch, kan niet erger”, zegt Djerzic. Hij werkt als lasser, maar “snippert” een paar dagen. Zijn plaats nu is voor de radio, vertelt hij. Het is nog maar twee maanden geleden dat hij de zendapparatuur aanschafte. Aanvankelijk om met zijn eigen familie in de buurt van Tuzla contact te krijgen, maar inmiddels heeft hij al meer dan honderdvijftig Bosnische vluchtelingen 'hier' in contact gebracht met hun familie 'daar'. Djerzic laat een schrift zien met tientallen Bosnische namen en giro- en banknummers. Iedereen weet hem te vinden, zegt hij. Vanochtend belde een Duitse mevrouw. Ze had hem gesmeekt: alsjeblieft, probeer uit te zoeken, is mijn broer in Gorazde dood of niet dood.

Als Djerzic iemand heeft gevonden, probeert hij te regelen dat die persoon naar Victor Sestan gaat. Dan zorgt hij dat hij de familie aan de telefoon heeft. De hoorn wordt op de radio gelegd en ze kunnen praten. De gesprekken zijn altijd hetzelfde, vertelt Djerzic: Hoe gaat het? Hebben jullie voldoende eten? Is die en die nog in leven? “Veel huilen”, zegt Djerzic. “Die kant huilen, deze kant huilen. Ik huilen.” Soms, op dagen dat het hem te veel wordt, trekt hij de telefoon eruit. “Maar iedere keer als ik iemand vind is mijn hart vol.” Dus zit hij zo vaak mogelijk van 's ochtends vroeg tot diep in de nacht voor de radio.

Inmiddels is zijn vrouw Kadira de kamer binnengekomen. Ze zet een pot Turkse koffie op tafel. Kadira is niet blij met de zendapparatuur. Het is al niks dan slecht nieuws op de televisie en dan ook nog eens de hele dag dat gefluit en gepiep. Ze hoort niks anders meer in haar hoofd. Vorige week was ze opeens heel boos geworden. “Ik ga jou en je zender het raam uitgooien”, had ze tegen haar man geroepen. De volgende dag vond ze dat ze zich had aangesteld. “We moeten helpen. Boodschappen doorgeven.” Maar ze maakt zich zorgen om haar man. Ze wijst naar de zwarte kringen rond zijn ogen. Djerzic haalt zijn schouders op. “Als de oorlog klaar is, ga ik weer slapen.”

Om zes uur gaat de zendapparatuur even uit. Via een schotelantenne op het balkon haalt Djerzic het Kroatische journaal binnen. Beelden van demonstrerende Servische vrouwen die een konvooi van de VN-vredesmacht tegenhouden. Op de televisie ziet Djerzic wat hij vanochtend al van een radio-zendamateur in Sarajevo hoorde.

    • Monique Snoeijen