De werkelijkheid...

VOOR DE GEPLAAGDE coalitiegenoten op weg naar een historische verkiezingsnederlaag was het een voetnoot in een campagne die toch al in het teken staat van slecht nieuws. De werkloosheid neemt met achttienduizend personen per maand toe. Dat gaat hard de verkeerde kant op en spoedige verbetering is niet in zicht. Want wat economische groei betreft dreigt Nederland in 1994 na Griekenland het magerste resultaat van heel West-Europa te boeken, zo meldt het Internationale Monetaire Fonds.

Zo'n momentopname van één jaar geeft een vertekening, want in 1993, toen de economieën van een aantal Westeuropese landen flink krompen, hield Nederland verhoudingsgewijs redelijk stand. En in een ander jaar, 1990, deed Nederland het aanzienlijk beter dan het Europese gemiddelde. Bovendien: een open economie is afhankelijk van de ontwikkelingen buiten haar grenzen, het is dus ook een beetje overmacht.

MAAR DAARMEE is niet alles gezegd. Ieder land heeft ter verontschuldiging nu eenmaal zijn specifieke omstandigheden. Duitsland beleefde in 1993 een enorme recessie, maar heeft althans de Duitse hereniging gerealiseerd. Het curieuze van Nederland is de nivellering van de groeicijfers: zelfs Zwitserland laat grotere uitschieters naar beneden en naar boven zien. Het nationale dekbed van de sociale zekerheid met haar gegarandeerde koopkracht voor miljoenen uitkeringsafhankelijken voorkomt enerzijds dat de economie wegzakt in een diepe recessie, maar smoort anderzijds de kans op een krachtig herstel.

De nieuwe cijfers over de werkloosheid zijn daarom van een treurige onvermijdelijkheid. In een stilstaande economie neemt het aantal banen af. Een arbeidsmarkt waar politici tot het hoogste doel hebben uitgeroepen om tot het jaar tweeduizend met de inkomens voor iedereen op de nullijn te blijven, stagneert. Groei genereert banen en schept de mogelijkheid voor inkomensverbetering.

OOK DE OVERIGE landen van continentaal West-Europa hebben te maken met lage groei en oplopende werkloosheid. In al deze landen bestaat een model van sociale zekerheid, dat lang is aangeprezen als een vorm van rechtvaardigheid, maar waarvan de tekortkomingen onder druk van de omstandigheden steeds scherper aan het licht komen. De prijs van de sociale zekerheid bestaat uit de hoge omslagkosten die arbeid duur maken, het hardnekkige streven naar zelfbehoud van uitkeringsbureaucratieën en de uitsluiting van degenen die buiten de gevestigde arbeidsmarkt staan. Als de arbeidskosten zich niet aan de omstandigheden aanpassen, of niet overeenstemmen met het niveau van scholing, dan vertaalt zich dat in werkloosheid. Het is meer dan een karikatuur dat de Westeuropese zorg voor rechtvaardigheid heeft geleid tot inactieven met redelijke uitkeringen, terwijl het 'Amerikaanse model' veel, maar slecht betaalde werkgelegenheid oplevert.

DE AANPAK VAN de werkloosheid in Nederland moet beginnen bij een herziening van de sociale-zekerheidsarrangementen. Dat is de omvangrijkste uitdaging waarvoor Nederland zich gesteld ziet sinds de uitbreiding van de sociale zekerheid na de Tweede Wereldoorlog. (De angst van een coalitiepartner om ook maar een beetje risico aan te gaan bij het ontslagrecht om althans eens te beproeven of meer mensen zo met werk in aanraking komen, is veelzeggend.) De enige zekerheid is dat Nederland, als er niets gebeurt, blijft hangen op de economische nullijn. Ieder procentpunt werkloosheid kost de economie ruim vijf miljard gulden niet-gerealiseerde welvaart per jaar. Dat is een prijs die geen enkele samenleving zich blijvend kan veroorloven.

...en de campagne

HET ZIJN DE politici die in eerste instantie deze boodschap zullen moeten uitdragen. Maar wie de lijsttrekkers de afgelopen weken over het beeldscherm langs zich heen zag trekken, zal weinig geluiden in die richting hebben gehoord. Bij hen ging het over zaken als koopkracht en een basisstelsel in de sociale zekerheid. Stuk voor stuk afgeleiden van het kernprobleem waarNederland - de internationale vergelijkingen bevestigen het opnieuw - mee zit, namelijk de hoge mate van inactiviteit. Een probleem dat in de programma's van alle partijen een prominente rol inneemt, maar in de verkiezingscampagne steeds meer op de achtergrond raakte.

In elk geval hebben de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek er toe geleid dat campagne en inhoud van de partijprogramma's elkaar weer hebben ontmoet. Opeens stond werkloosheidsbestrijding centraal op de diverse partijbijeenkomsten in het land. De toon van de lijsttrekkers was overeenkomstig de ernst van de situatie. Er vielen kwalificaties als sociale schande en menselijk drama. Daarna werd al gauw overgestapt op de schuldvraag. CDA-lijsttrekker Brinkman noemde het jammer om op deze manier gelijk te krijgen. En volgens VVD-leider Bolkestein was het beleid van het kabinet een belangrijke oorzaak van de explosieve groei van de werkloosheid.

MAAR HOE STAAT het met de oplossing? Het is nog maar twee maanden geleden dat de ene partij nog trotser was dan de andere op de doorberekeningen van hun programma door het Centraal Planbureau. Honderdduizend banen erbij in de komende vier jaar was de 'Kamerbreed' omarmde doelstelling. Het Centraal Planbureau hoefde geen partij teleur te stellen. Alle kwamen ze op hun manier in de buurt van het zo begeerde aantal. Wie de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek hierbij betrekt, ziet dat 100.000 banen net voldoende zijn om de werkloosheidsgroei van een half jaar op te vangen. Ook toen het Planbureau in februari zijn berekeningen presenteerde, was al duidelijk dat de voorziene extra banen de werkloosheidsgroei slechts zouden afremmen. Het was de kant van de balans waar de partijen op dat moment niet in geïnteresseerd waren.

Toegegeven, het is een weinig aanlokkelijk vooruitzicht campagne te moeten voeren met de boodschap dat over vier jaar de werkloosheid alleen nog maar hoger zal zijn dan nu. Het zou de erkenning zijn dat het programma op dit punt tekortschiet. Maar nog erger is het als de werkelijkheid wordt verdrongen. De nieuwste werkloosheidscijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek houden de politiek de spiegel voor. Het wachten is op een echt antwoord. Een antwoord dat liefst nog voor 3 mei wordt gegeven.