De vrouwengek in de psychoanalyse

Volgens de psycholoog John Kerr is psychoanalyse geen wetenschap, eerder een kunstvorm, een ambacht of zelfs een religie. Volgens H.C. Halberstadt-Freud is zij ook wetenschap, maar meer nog een mengsel van alle vier, 'waarbij meestal het eerste, maar ook wel eens het laatste element overheerst'.

John Kerr: A Most Dangerous Method. The story of Jung, Freud & Sabina Spielrein 607 blz., Sinclair Stevenson 1994, ƒ 83,-

De relatie tussen Freud, Jung en Sabina Spielrein vormt een spannend epos over de pionierstijd van de psychoanalyse. Spielrein begon haar carrière als patiënte van Jung, werd vervolgens zijn maîtresse en tenslotte zijn collega. De privé-emoties van de drie protagonisten zijn te lezen in hun brieven en te reconstrueren uit hun publikaties. Het is historisch gezien boeiend om te achterhalen hoe subtiel hun eigen ervaringen verweven zijn met het ontstaan van de psychoanalyse als wetenschap.

Aan het begin van deze eeuw waanden Freud en zijn medewerkers zich, niet ten onrechte, gevangen in een te klein psychoanalytisch getto. Uit het katholieke en antisemitische Wenen trachtte Freud een internationaal forum voor de psychoanalyse op te richten. Het kon geen kwaad om een niet-jood, een protestant bovendien, als voorzitter van deze internationale Vereniging voor Psychoanalyse te laten functioneren, zeker wanneer het ging om het verbreiden van een theorie over seksuele fantasieën als oorzaak van neurosen. Jung, die 20 jaar jonger was dan Freud, werd de uitverkoren 'zoon'. Hij was een knappe kop en bovendien een imposante verschijning met een dynamische geest. Jung leidde als jonge psychiater een afdeling in het door Bleuler en Binswanger beroemde Burghölzli, een kliniek voor geesteszieken in de buurt van Zürich.

Jung had zelf contact met Freud gezocht omdat hij belangstelling had voor diens hysteriebehandeling. Hij begreep dat het leren luisteren naar wat de patiënt te vertellen heeft, een revolutionaire vondst was. Jung probeerde Freuds nieuwe theorie over de seksuele oorsprong van de neurose uit op een pas aangekomen jonge patiënte uit Rusland. Sabina Spielrein, wier naam in dit verband iets grappigs had, was een adolescent uit een ontwikkeld joods milieu; ze leed aan masochistische fantasieën en dwangmatige masturbatie.

Regelmatig verkeerde zij in een psychotisch delirium en was een behoorlijk onhandelbare en moeilijk te temmen patiënte. Jung zag al gauw dat ze niet alleen veel aandacht eiste, maar ook hyperbegaafd was en boeiend om mee te praten. Naast hypnose en suggestie onderwierp hij haar aan zijn splinternieuwe woordassociatietest: deze test, die aangaf welke 'complexen' (een woord van Jung) in de onbewuste fantasie een rol speelden, was geïnspireerd op Freuds psychoanalyse.

Daarnaast hield Jung lange gesprekken met Spielrein, in de hoop zijn patiënte positief te beïnvloeden. Hij verkeerde in de overtuiging Freuds methode te volgen, maar was onkundig van het begrip 'overdracht'. Freud zelf had zojuist door schade en schande de werking van de negatieve overdracht ontdekt: bij de analyse van zijn beroemd geworden patiënte 'Dora', ook een adolescent, die voortijdig haar behandeling staakte. De twee gesprekspartners Jung en Spielrein raakten binnen de kortste keren verliefd op elkaar. Zonder een goed begrip van wat er in een overdrachtsrelatie gebeurt is de psychiater even hulpeloos als de patiënt en Jung ging helemaal voor de bijl.

Spielrein en de nog niet zo lang getrouwde Jung begonnen een geheime relatie, die niet Jungs eerste en evenmin zijn laatste was. Dit leidde niet alleen tot ellenlange gesprekken en het volpennen van dagboeken, maar ook tot een uitvoerige correspondentie, en een niet onaanzienlijk deel van beider theorievorming. De behandeling had dus kennelijk wèl geholpen - niet het minst doordat Sabina Spielrein haar ingewikkelde, gekmakende milieu achter zich had kunnen laten en zich ver van huis onder behandeling had gesteld.

Sabina ging, eenmaal uit de kliniek, medicijnen studeren in Zürich. Haar loopbaan nam vervolgens een snelle en wonderbaarlijke vlucht. Van patiënte werd zij arts, vervolgens psychiater en tenslotte psychoanalyticus: zo werd zij collega van Freud en Jung. Ze droomde een 'Siegfried' van Jung te mogen baren, maar toen Emma Jung het ene kind na het andere kreeg gaf Sabina tenslotte de hoop op en vertrok naar Wenen. Zij vroeg een consult bij Freud aan, en zocht zijn hulp voor haar liefdesperikelen. Freud zag wel wat in Spielrein en nodigde haar uit voor zijn woensdagavondsessies. Op die vermaard geworden zittingen werd onder collega's over de psychoanalytische theorie en praktijk gediscussieerd.

Jung, die van zijn kant al eerder behandelingstechnische hulp bij Freud had gezocht om uit de knoop met Sabina te raken, begon achter haar rug een correspondentie met de meester over hun problemen. Freud liet zich niet verleiden om partij te kiezen en hield de nodige afstand. Er stonden andere, meer politieke belangen op het spel die te maken hadden met Freuds pogingen om van de psychoanalyse een beweging te maken.

Freuds brieven aan Jung hebben bijna de toon die bij verliefdheid en verleiding hoort. Jung van zijn kant vleit de meester en dweept uitbundig met hem. Op deze hoogstaande idylle moest wel een denderende desillusie volgen. Helaas werden Freud en Jung, vooral sinds hun gezamenlijke Amerikaanse voordrachtstournee, elkaars rivalen en raakten steeds meer vervreemd van elkaar. Een discussie met Freud was nooit gemakkelijk geweest. De meester hield niet van meningen die te veel van de zijne afweken en hij neigde ertoe rebelse collega's in de ban te doen. Jung van zijn kant had er genoeg van om als 'zoon' van Freud door het leven te gaan en begon zijn onafhankelijkheid op te eisen. Geïrriteerd door de patriarchale methodes waarmee Freud zijn kudde bij elkaar trachtte te houden ging Jung meer en meer zijn eigen weg. Hij dreef steeds verder af van Freuds seksuele theorieën. Bovendien had hij een voorliefde voor mystiek en occultisme, iets waar Freud ook al niet veel mee op had.

Jung trad in de voetsporen van zijn voorvaderen, die overwegend dominees waren. Tot Freuds verdriet begon hij zijn eigen versie van de heilige graal te prediken. Jung ontwikkelde een gepopulariseerde en religieuze, in feite verchristelijkte psychoanalytische boodschap, die er - met zijn zoetgevooisde formuleringen - bij het publiek gemakkelijk inging, zo gemakkelijk als hij terecht had vermoed. Tegelijk met zijn tanende bewondering voor de meester kwam Jungs latente antisemitisme (volgens Freud, maar ook volgens Kerr) steeds sterker op de voorgrond. Onverkwikkelijke steken onder water over en weer volgden. Uiteindelijk leidden de persoonlijke en zakelijke controversen tussen Freud en Jung tot een definitieve breuk en een scheiding der wegen. Het kind van de rekening was de wetenschap, want ieder ging met zijn eigen waarheid ervan door. Jung reisde ten tweeden male naar Amerika, nog steeds als president van de Internationale Psychoanalytische beweging, en werd beroemd met zijn eigen versie van de leer.

Dit alles bewijst, volgens Kerr, dat psychoanalyse geen wetenschap is, eerder een kunstvorm, een ambacht of zelfs een religie. Naar mijn mening is het een mengsel van alle vier, waarbij meestal gelukkig het eerste, maar ook wel eens het laatste element overheerst.

Hoewel Kerr Jungs betekenis even hoog schat als die van Freud, stelt hij Jung consequent voor als een vrouwenverleider, een leugenaar en een bedrieger. Niet alleen hield Jung er altijd ingewikkelde, langdurige en intensieve buitenechtelijke relaties met patiënten of medewerksters op na, ook op andere gebieden schrok hij voor een leugen nooit terug. Hoewel Freud ook niet vrij was van listen en lagen was hij geen vrouwengek. Seksualiteit speelde in zijn leven een nogal ondergeschikte rol. Hij was alles behalve een sensueel type.

Kerr beweert niettemin dat Freud zijn vrouw bedroog met zijn in huis wonende ongetrouwde schoonzuster Minna. Dat zou blijken uit een reis naar Rome, uit de periode toen ze beiden al bezadigde mensen van meer dan middelbare leeftijd waren. Kerr voert een veel later uit de herinnering opgetekende mondelinge bewering van Jung aan als bewijs. Vijftig jaar later, en lang na Freuds dood, zou Jung in dit interview gezegd hebben dat Minna hem bij zijn eerste bezoek aan 'de professor' in Wenen stiekem in vertrouwen had genomen. Zij zou bij hem haar nood geklaagd hebben over haar geheime verhouding met Freud. Minna zou, als oudere vrouw in huize Freud, een totale vreemde en een buitenstaander, een veel jongere man, een 'goy' bovendien, zonder meer bij zijn eerste bezoek in vertrouwen genomen hebben? En dan nog wel over haar veronderstelde seksleven?

Het lijkt mij een onwaarschijnlijk verhaal.

Het komt mij waarschijnlijker voor dat Jung een oude rekening met Freud wilde vereffenen. Zijn verdachtmakingen lijken bovendien meer op zijn eigen levensverhaal dan op dat van Freud. Moest hij zich rehabiliteren door een plaatsvervangende biecht? Op die manier kon hij zich alsnog verheffen boven Freud, aan wie hij veel te danken had. Bovendien kon Jung zich alsnog wreken omdat hij - op het toppunt van zijn macht - door Freud was afgezet als president van de Internationale Psychoanalytische Vereniging.

Kerr, de auteur van de enige uitvoerige biografie over Jung, demonstreert voor het eerst overtuigend wat diens belang voor de wetenschap is geweest. Hij doet dit zonder te verhelen hoe onleesbaar en rammelend hij Jungs geschriften vaak vindt. Hoewel hij meer voor Jung dan voor Freud geporteerd lijkt, valt hij, als het ware tegen zijn wil, toch voor Freuds charmes. Over het algemeen handhaaft hij een evenwichtig en rechtvaardig oordeel over beiden. Alleen tegen het eind van het boek komt nog even een niet onverwachte aap uit de mouw. Kerr dankt al in de inleiding zijn goede vriend Swales, de sensatiebeluste Freudspeurder. Swales is een geniale self-made wetenschapper met de grootste Freud-bibliotheek ter wereld. Kerr mocht niet alleen zijn boekerij gebruiken, maar ook zijn ongepubliceerde geschriften. Was Kerrs beloning voor de hem bewezen vriendendiensten het ondersteunen van een verhaal dat Swales al jaren tracht te slijten?

Kerr is een psycholoog en een bekend specialist op het gebied van de geschiedenis van de psychiatrie. Zijn uitstekend geschreven boek is een welkome uiteenzetting van de belangrijke interactie tussen twee pioniers, Sigmund Freud en Carl Jung. De rol die Sabina Spielrein in de ontwikkeling van de psychoanalyse speelde, zowel op grond van haar verbindende rol als van haar bijdrage aan de theorievorming, werd nog nooit zo uitvoerig aan de orde gesteld. Zij werd onder het tapijt geveegd als iemand over wie maar beter niet meer kon worden gesproken. Een verhouding tussen een patiënte en haar dokter was toen helemaal niet zo iets uitzonderlijks. Daar had Freud ook in het geheel geen moraliserend oordeel over. Sabina was echter een vrouw met een eigen mening en met een soms verrassend moderne kijk. Zij was haar tijd vooruit in haar uiteenzettingen over de dodelijke angsten die met de liefde gepaard kunnen gaan. De angst namelijk om de eigen individualiteit te verliezen en op te lossen in een twee-eenheid.

Sabina Spielrein keerde uiteindelijk terug naar Rusland en werd door de nazi's vermoord in haar geboorteplaats Rostov aan de Don. Kerrs boek is een verlaat maar welverdiend eerbewijs.