De nieuwe machine

Ik heb me ernstig afgevraagd of ik over dit triviale onderwerp een stukje zou schrijven, maar omdat het leven van de meeste mensen nu eenmaal uit altijd dezelfde kleinigheden bestaat, waarin een andere kleinigheid een verlossing kan betekenen, doe ik het toch. Nietzsche heeft al geschreven over de eeuwige herhaling. Ik troost me ermee dat ik in zijn kielzog mijn best doe.

Ik werk op een kantoor. Het leven daar bevalt me, de lokalen zijn goed verwarmd, toch hebben we frisse lucht, er wordt niet geklaagd over onbestemde hoofdpijn, het is geen sick building, en in tegenstelling tot wat ik soms van andere kantoren hoor staan de collega's elkaar niet stiekem naar het leven. En dan, misschien de grootste zegen: we hebben een koffie-automaat. Wat zou het leven zonder zo'n machine zijn. Als Dickens zijn boeken had geschreven in het tijdvak van de koffiemachine had zijn oeuvre er anders uitgezien.

Men leert zijn automaat kennen, weet dat er 's ochtends vroeg waterige koffiesoep uitkomt, die zich naarmate je vaker op de knop drukt tot echte koffie verdicht. Dan drukken we allemaal koffie tot we weer naar huis mogen. Het drukken van een bekertje koffie na vijf uur geeft me het gevoel van vroeger, als ik op school moest nablijven.

Opeens was op het hoogste kantoorniveau beslist dat er een nieuwe automaat moest komen. Er verscheen een deskundige die onze machine uit haar vertrouwde hok sleurde. Acht jaar had ze op haar verbrokkeld balatum gestaan, zonder morren iedere druk op de knop met een vol bekertje beantwoord, en daar had een anonymus van hogerop met een vingerknip een eind aan haar aanwezigheid gemaakt. De nieuwe stond er al; niet helemaal nieuw maar een nog goed functionerende machine uit het hoofdkantoor waar intussen het modernste was neergezet.

Ik wilde me niets van dit afscheid en de installatie van de nieuwe laten ontgaan, en zo raakte ik in gesprek met de deskundige. “Hoeveel bekertjes koffie heeft deze machine hier geschonken”, vroeg ik. “Dat is gemakkelijk na te gaan”, zei hij en keek in het inwendige. “Dat zijn er op de kop af honderdvijfenvijftigduizenddriehonderdvierendertig.”

Door grote getallen worden we overweldigd.

“Honderdvijfenvijftigduizend- driehonderdvierendertig?”

“Ja. Kijk maar, het staat op de koffieteller.” Zonder nader op mijn verbazing in te gaan begon hij de nieuwe machine te installeren.

Ik maakte rekensommen. Alle bekertjes achterelkaar is een keten van Amsterdam tot Marseille, alle koffie bijelkaar is zoveel badkuipen vol koffie. Door alle bij de koffiemachine gevoerde gesprekken op te tellen kwam ik tot zeven etmalen toneelstuk, enz. Ik raakte er een beetje ontroerd van. “Wat gaat er met deze oude machine gebeuren”, vroeg ik.

Hij haalde zijn schouders op en stak zijn hoofd weer in de nieuwe. Iedere deskundige heeft de neiging, de leek even op zijn plaats te zetten, de plaats van mensen die ze niet alle vijf op een rijtje hebben. Automonteurs en loodgieters kunnen dat ook. Ik zag het automatenkerkhof voor me, een donkere drom van nog niet helemaal dode oude kasten die 's nachts aan elkaar vertelden wat ze in de loop van hun leven op de kantoren hadden meegemaakt; ik staarde een ogenblik uit het raam en schudde de overgevoeligheid van me af.

De nieuwe machine was geinstalleerd en nu wilden we haar allemaal proberen. Een groot verschil met de oude die maar acht knoppen had en daarmee negen produkten kon leveren. Deze heeft 23 variaties die je, door cijfercombinaties te kiezen, in het bekertje kunt laten gieten en een display waarop ze meldt wat je gedrukt hebt. De oude maakte bescheiden geluiden, de nieuwe laat je duidelijk horen dat ze bezig is. Het bekertje belandt met een knal in de houder en wordt dan lawaaiig gevuld, maar we moesten zeggen: uitstekende koffie.

Vanmorgen vroeg was het mis. “Buiten gebruik. Geen bekertjes, sorry”, liet ze op haar display weten. Deze machine hoort tot de generatie die terugpraat. Computers doen het ook. Het programma wijst je niet alleen de weg in zichzelf zodat de machine gaat doen wat jij wilt. Je wordt ook tot geduld gemaand, er wordt alstublieft tegen je gezegd, er zit een neiging tot afblaffen in en dan ook weer die nederige jovialiteit van Even geduld graag, Momentje, en Bedankt hoor, en Doei, en Prettige dienst verder.

Ik was tevreden geweest als ik vanmorgen had gelezen Geen bekertjes en dat de machine het dan aan mij had overgelaten om te begrijpen dat ze buiten gebruik was. Maar een praatjesmaker die het programma voor de knoppen en het display heeft geschreven, heeft zichzelf als het ware in haar voortgezet. Ik geloof dat het indertijd bij de spoorwegen is begonnen: Op vol balcon liever niet roken. Hoeveel vierkante kilometers is er daarna door onze prachtige NS met dergelijke info volgekwebbeld.

Natuurlijk: we moeten er niet te zwaar aan tillen. Het gaat erom dat er koffie uit zo'n ding komt en dat je veilig, vlug en voordelig van A naar B kunt reizen. Maar dat gedoe. Dat hadden de oude apparaten niet.

    • S. Montag