Dalpark 6; Middenklasse Zuid-Afrika vormt voorhoede van integratie

De omwenteling in de wijk Dalpark 6 bij Johannesburg heeft zich in drie jaar voltrokken. Zwarten vestigden zich aanvankelijk aarzelend, later massaal in het blanke getto. Sommige blanken vertrokken naar duurdere buurten.De armere blanke middenklasse bleef achter en leeft nu broederlijk samen met de zwarten. Aan de vooravond van de verkiezingen: hoe Zuid-Afrika van een rassen- een klassen-samenleving wordt.

De eerste nacht deden ze geen oog dicht. Lilian en George Johnson lagen angstig te wachten op de steen door de ruit, of erger. Ze waren pioniers: de eerste kleurlingen tussen de blanken van Dalpark 6. Het was mei 1991 en de Groepsgebiedenwet bestond nog. Wijken waren officieel gereserveerd voor bewoners met dezelfde huidskleur. Lilian en George lachen er nu om, maar ze konden de bungalow met tuin alleen kopen nadat de vorige eigenaar genoeg handtekeningen van verlichte wijkbewoners had verzameld. Zo kregen ze een woonvergunning. Drie jaar is lang geleden in Zuid-Afrika.

Er gebeurde niets, die nacht. “We hadden veel problemen verwacht, want dit stond toch bekend als een blank conservatief gebied. Maar niets, helemaal niets”, zegt George (28), computerprogrammeur bij een grote bank. Toen de wet een paar maanden later werd afgeschaft begonnen jonge gezinnen als de Johnsons - kleurlingen, Indiërs en zwarten - de huizen te kopen van de blanken. Nu is in Dalpark 6, een buurt in de gemeente Brakpan dertig kilometer ten oosten van Johannesburg, geen straat meer te vinden waar de blanke geen zwarte of gekleurde buren heeft. Terwijl de politici vochten en onderhandelden, de zwarte townships werden geteisterd door het geweld, extreem-rechts dreigde met oorlog om een blanke staat, de Zoeloes marcheerden voor hun Zoeloe-koninkrijk en gedemoraliseerde blanken het land ontvluchtten, is de middenklasse gewoon begonnen met het nieuwe Zuid-Afrika.

“We hadden blanke buren naast ons wonen en aan de overkant. Van het begin af aan waren ze vriendelijk tegen ons”, zegt Lilian (27), moeder van twee dochters, die bij een verzekeringsmaatschappij werkt. “We waren verrast. Ik denk dat mensen de veranderingen gewoon hebben geaccepteerd. Er zat niets anders op.” Ze kwamen uit een wijk voor kleurlingen, Ennerdale. George: “Je komt voor het eerst uit het township, en je ziet hier de mooie brede straten, de grote tuinen - het is zo'n andere wereld. Hier zijn mensen trots op hun bezit.” Lilian: “Vooral voor de kinderen vind ik het belangrijk. Zij spelen met kinderen uit alle bevolkingsgroepen. In een township heb je altijd die afstand ten opzichte van mensen uit andere culturen. Voor mij was het een schok om van een kleurlingenwijk naar een gemengde universiteit te gaan: blanke mensen waren zo vreemd. Door die fase hoeven onze kinderen later niet meer.”

Als de vader van George op bezoek komt in Dalpark, kan hij er maar niet over uit: blanke buren, met wie je gewoon praat! Omgekeerd is er ook verbazing. Onlangs gingen George en Lilian voor familiebezoek terug naar Ennerdale. Ze reden door de straten en voelden zich “totaal vervreemd”. De meeste vrienden van hun generatie zijn ook naar blanke wijken vertrokken. George: “Ik reed er doorheen en ik kon me niet voorstellen dat ik daar ben opgegroeid. De naargeestigheid overviel me. Het is geen leven daar, alleen maar overleven.”

Dalpark 6 is suburbia, de droom van modaal Zuid-Afrika. De ruime bungalows kosten rond de 100.000 rand (55.000 gulden) en liggen daarmee binnen het bereik van politiemannen, onderwijzers, veiligheidsbeambten, verzekeringsagenten en taxichauffeurs. De huizen staan in licht glooiende straten op grote, glad geschoren gazonnen. Lang niet alle huizen zijn aan het zicht onttrokken door muren, zoals in de stad. Het lijkt doods en saai. De bewoners noemen het “netjes en lekker rustig”.

De mensen die hier wonen zijn veelal tweeverdieners, tussen de 30 en 45 jaar, met een of twee kinderen en een of twee auto's. In hun woonkamers staan een groot wandmeubel, twee bankstellen en een fauteuil gegroepeerd om de televisie. Ze praten niet over politiek, maar over de extra kamer die ze aan hun huis willen bouwen of de aanleg van een klein zwembad met zonne-energie in de achtertuin. Hun wensen zijn die van sociale klimmers. Ze willen rust en stabiliteit in het land en “een goede toekomst voor de kinderen”. Ze willen elk jaar meer verdienen om door te groeien naar een groter huis in een nog betere wijk.

Het zou doodgewoon zijn, wanneer dit niet Zuid-Afrika was en Dalpark 6 niet zo'n verleden had. In september 1991 kwam ik er voor het eerst. Conservatieve blanke bewoners hadden in hun paranoïde angst voor de criminaliteit en vooral voor de toekomst een twee kilometer lange en twee meter hoge muur om hun wijk gebouwd. Het was hun verzetsdaad tegen het nieuwe Zuid-Afrika. Zo hielden ze de bewoners van Tamboville, het zwarte krottenkamp achter Dalpark, uit het zicht en uit de buurt. Een groep ruimer denkende blanken besloot dat het eigenlijk niet kon: Berlijn brak zijn muur af, Brakpan bouwde zijn muur op! Ze belegden een feestdag met vleisbraai met hun zwarte buren van Tamboville. Er werd een gat in de muur gebroken en een boompje geplant in het niemandsland tussen hun buurten om de verzoening te vieren. De blanken glommen van verandering. Het leek alsof ze onbewust voelden dat er iets groots in hun leven aan het gebeuren was, een nieuw begin in een andere samenleving.

Toen was Dalpark 6 een typische blanke wijk in een voorstadje van Johannesburg. Twee-en-een-half jaar later, aan de vooravond van de eerste algemene verkiezingen van komende woensdag en donderdag die de veranderingen in Zuid-Afrika politiek bezegelen, bestaat die wijk niet meer. De 650 huizen zijn nu ongeveer gelijk verspreid over de vier bevolkingsgroepen. Zwarte, blanke en bruine kinderen doen op straat wie het hardst de heuvel op kan rijden. Zwarte mensen lopen op straat als bewoners - niet zoals overal als tuinmannen of dienstbodes van de blanken. Zwarte, blanke en bruine mensen maaien hun gazon of wassen de auto. Sommigen zijn gewoon buren die elkaar op straat groeten, anderen komen wekelijks bij elkaar over de vloer en noemen elkaar 'Bro' en 'Sissie' door de telefoon, zoals de zwarten in Soweto.

De buitenstaander zou bijna geloven dat hier een multiraciaal paradijs is ontstaan. Dat is overdreven. In gesprekken met de bewoners blijken oude vooroordelen en generalisaties nog levend: Indiërs “willen altijd handel drijven”, kleurlingen “zijn dronken en schreeuwen altijd tegen elkaar”. Niet iedereen komt bij zijn buren over de vloer of stuurt zijn kinderen naar de multiraciale crèche Magic Moments. Maar men leert hier samenleven in praktijk. En geen van de gesprekspartners kan zich ook maar één incident herinneren dat te maken had met racisme.

“Voor mij is de geschiedenis pas in 1990 begonnen”, zegt Nash Luchooman (29), een onderwijzer van Indiase afkomst die hier drie jaar geleden met zijn vrouw Debbie kwam wonen. “Toen nam De Klerk het initiatief tot de verandering. Daarvoor leefden we allemaal in een gesloten circuit. Wij hebben ook onze slechte ervaringen gehad onder de apartheid. Mijn vader moest zijn winkel in een kleurlingenwijk verplaatsen, en naar een Indiërwijk verhuizen waar hij minder winst maakte. Misschien heb ik daardoor minder kansen gekregen. Ik denk altijd: we waren op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.” Het leven met andere Zuidafrikanen vindt Nash “helemaal geen probleem”. “Ik had nooit contact gehad met zwarte mensen: je kwam ze nooit tegen. Nu leef je samen, en je respecteert elkaars cultuur. Je voelt hier een universele verandering - mensen willen gelijk zijn. Wonen in Dalpark heeft mij veranderd.”

Wie of wat de stille revolutie van Dalpark 6 teweeg heeft gebracht, weten de bewoners niet precies. Het heeft zich voor hun ogen voltrokken in een onstuimig proces van huizen-te-koop en nieuwe buren die binnentrokken. President De Klerk heeft er voor hen veel mee te maken, want hij schafte de Groepsgebiedenwet af en bood de kans om uit de getto's-naar-huidskleur te ontsnappen. Maar Andy Loader was zeker even belangrijk.

Zonder Andies kan geen buurt bestaan. Hij was de eerste die bij nieuwe zwarte buren de tuin binnenliep om hen welkom te heten. Hij organiseert feestjes en partijen, leent zijn grasmaaimachine en gereedschap uit aan alle buren en bekijkt hun uitbreidingsplannen met het vakkundig oog van de doe-het-zelver. Andy Loader (34), opzichter van de knederij in een koekjesfabriek, geloofde vanaf het begin in een multiraciale wijk, want “ik ben altijd een rebel geweest”. Hij beschouwt een zwarte jongen die kwam aankloppen om werk en anderhalf jaar bij de familie bleef wonen als zijn aangenomen zoon. De Loaders betalen nu zijn scholing. Met Kerst nam Andy de jongen mee naar zijn conservatieve familie. Ze sprongen tegelijk het zwembad in, je had de gezichten moeten zien! “Ik zei: als het jullie niet aanstaat, zijn we meteen vertrokken.” Niemand zei er iets van.

Andy, van Engelse afkomst, leerde zijn Afrikaner vrouw Annetjie in de supermarkt in Boksburg kennen. Hij had wat geld gewonnen bij het paardracen en nam haar mee uit eten en naar Rocky 1. Toen ze in 1985 getrouwd waren, gingen ze in Dalpark 6 wonen, dat net was gebouwd. “De huizen waren betaalbaar en iedereen dacht: we gaan het maken. Maar ergens binnenin wist je dat er iets moest veranderen. Je zag het gebeuren in de samenleving. Eerst waren er een paar zwarte minibus-taxi's, later namen ze de weg over. Je zag ineens zwarte straatverkopers en zwarten kregen hogere posities in bedrijven.”

Annetjie geeft toe dat ze er moeite mee had toen zwarten, kleurlingen en Indiërs de wijk binnenkwamen. “Mijn vader had ons geleerd: blank is blank en zwart is zwart. Zo was het nu eenmaal. Maar als je je niet aanpast, kun je niet overleven.” Volgens Andy was het voor veel blanken een schok. Velen verkochten hun huis en vertrokken naar duurdere buurten, waar het nieuwe Zuid-Afrika nog niet zo oprukt. Dalpark 6 is daardoor gezuiverd van de ergste racisten. Andy: “Ik zei tegen ze: als je niet gelukkig bent, moet je vertrekken. Maar onthoud één ding: over drie jaar gebeurt daar precies hetzelfde. Je kunt er niet aan ontsnappen.” De uitttocht is gekeerd: de eerste blanken die náár Dalpark 6 verhuizen, zijn gesignaleerd.

Andy vindt dat de sfeer in de wijk nu veel beter is dan drie jaar geleden. De verkrampte rechtse blanken zijn verhuisd en de nieuwe bewoners zijn vriendelijker tegen elkaar. Zelf heeft hij vooral niet-blanke vrienden: “Bij blanken draait alles om geld. Zwarten geven daar niet zo om, die willen gewoon met je praten. Natuurlijk zijn er nog genoeg blanken die bang zijn, maar ze moèten het wel accepteren. Mijn overbuurman is een AWB'er (lid van de ultra-rechtse Afrikaner Weerstandsbeweging, red.). In het begin keek hij iedereen vijandig aan. Maar hij heeft geen geld om naar een duurdere wijk te verhuizen. Nu groet hij zelfs zwarten op straat. Mijn andere buurman roept zijn kinderen binnen, als hij ze met zwarte kinderen ziet spelen. Maar dat wordt steeds lastiger, want kinderen hebben geen last van huidskleur. Als mijn twee zoontjes nu met zwarte kinderen leren communiceren, hebben ze later minder problemen. Want er zijn er nu eenmaal meer van hen dan van ons.”

Wat bindt de bewoners van Dalpark 6, afkomstig uit zulke verschillende werelden? Andy heeft geen verheven theorieën over een gemeenschappelijke Zuidafrikaanse identiteit. Het is veel simpeler: “Een eigen huis. Het onderhouden van je tuin. De trots op wat je hebt. En dan de communicatie, het succes van Dalpark 6. Als je wilt weten hoe je zwarte, kleurling, of Indiër-buurman is, moet je over de muur kijken en gewoon 'hallo' zeggen.”

Is Dalpark 6 een voorbode van het nieuwe Zuid-Afrika? De wijk is zeker geen uitzondering: overal in de goedkopere voorsteden van Johannesburg zijn de afgelopen jaren gemengde wijken ontstaan. Chris Hani, de charismatische leider van het ANC die vorig jaar april voor zijn huis werd doodgeschoten, woonde in een dergelijke wijk niet ver van Brakpan. De dader werd aangegeven door een blanke buurvrouw.

In het dagelijks leven is de middenklasse het eerste kruispunt van culturen. Het is een afspiegeling van de ontwikkelingen in de Zuidafrikaanse samenleving in de jaren tachtig. Het drie-kamer-parlement gaf kleurlingen en Indiërs voor het eerst politieke vertegenwoordiging en toegang tot de ambtenarij. In deze bevolkingsgroepen, over het algemeen beter opgeleid dan zwarten, groeide in hoog tempo een middengroep van onderwijzers, politiemannen en loketbedienden. Uit onderzoek blijkt dat vrijwel alle Aziatische en tachtig procent van de kleurlingen-huishoudens er in de afgelopen jaren financieel op vooruit is gegaan.

Ook in het bedrijfsleven had een snelle erosie van de apartheid plaats. Het banenmonopolie van blanke mannen verdween. Sterke vakbonden zorgden voor verbetering van de inkomens van geschoolde arbeiders. Het bedrijfsleven schikte zich vast in de toekomst en zette positieve-discriminatie-programma's op, waardoor niet-blanken in hogere posities terechtkwamen. Andy's baas in de koekjesfabriek is zwart, Annetjie werkt op een bank onder een kleurlinge.

Deze trend zal zich naar verwachting de komende jaar in een nog hoger tempo voortzetten. Niet alleen zal een zwarte regering het blanke staatsapparaat veranderen, positieve discriminatie is nu de hoeksteen van het personeelsbeleid in de meeste bedrijven. In personeelsadvertenties wordt steeds vaker gevraagd om een Xhosa- of Zoeloe-sprekende. De zwarte middenklasse zal onafwendbaar snel groeien en uit de townships wegtrekken naar honderden Dalparken. De inkomenskloof tussen welgestelde en arme zwarten wordt daardoor snel groter. In de jaren 1975 tot 1991 nam het verschil in inkomen tussen de rijkste en armste zwarte huishoudens al met veertig procent toe. Het is zichtbaar in de zwarte woongebieden, waar nieuwbouwbuurten en miljonairshuizen niet ver van de staalplaten hutjes staan. De laagste inkomensgroepen onder de blanken gingen er in dezelfde periode veertig procent op achteruit. Het toont aan wat velen voorspellen: Zuid-Afrika wordt van een rassen-samenleving een klassen-samenleving.

Joe Mnisi (43) is produktie-manager in de koekjesfabriek. “Joe is mijn baas”, had Andy gezegd, “maar dat accepteer ik. Hij is beter dan ik.” Hij woont een paar straten verderop met zijn vrouw Josephine. Joe Mnisi ontvluchtte in oktober '91 het geweld en de deprimerende levensomstandigheden in het zwarte woongebied Tembisa. Zijn werk in de fabriek, waar hij op zijn twintigste als arbeider begon, had hem al zo vaak in contact gebracht met blanken dat hij niet bang was voor de verhuizing naar Dalpark. “Ik dacht: laat ik eens kijken hoe het gaat. Ik kan altijd weer verhuizen. Maar ik heb nooit problemen gehad. Als je maar aardig bent tegen mensen, dan lukt het wel.” Toen hij verhuisde, begrepen de buren in Tembisa hem niet. “Wat ga je doen wanneer de rechtse blanken een oorlog beginnen?” vroegen ze. Nu zie je dat veel mensen wanneer ze kunnen naar de blanke voorsteden verhuizen. De meeste upperclass zwarten willen weg uit de townships. Het probleem is nu dat niemand meer hun huis daar wil kopen.”

Het leven in een multi-raciale wijk vergt vooral respect voor elkaars levenswijze, vindt Joe. Toen zijn vrouw in het begin iemand aan de overkant van de straat iets toeschreeuwde, berispte hij haar. Zo doe je dat hier niet: je loopt naar de overkant en zegt wat je wilt zeggen. Zijn er dingen die hij zelf hier niet zou doen? “Ik zou hier geen geit slachten. Dat gaat hier net een stap te ver. Je moet de mening van anderen respecteren. Als ik een geit of een kip wil slachten, ga ik naar Tembisa.” Maar zouden de blanke buren zijn tradities ook niet moeten respecteren? “Nee, dat verwacht ik niet. Ik ben hier binnengetrokken, dan moet ik me aanpassen. En eigenlijk geloof ik niet meer zo in het slachten van dieren. Ik doe het, omdat mijn moeder en mijn vrouw het willen.”

Joe vond het “een beetje storend” dat blanken in de wijk hun huizen gingen verkopen omdat mensen als hij er kwamen wonen. Hij sprak erover met zijn blanke achterbuurman, James Brown. “Op een middag nodigde hij me uit voor een drankje aan de rand van zijn zwembad. 'Joe', zei hij, 'jij was de eerste, dat gaf niet zo. Jij bent anders. Ik heb nog nooit zo'n zwarte als jij gezien: je huis is keurig, je tuin ligt er goed bij. Maar nu komen er steeds meer, en dan wordt het me te gevaarlijk.' Ik zei tegen hem: 'James, al koop je een huis van een miljoen, dan zul je nog met zwarten moeten samenleven.' Daar had hij geen antwoord op.” James Brown is vertrokken. In zijn huis woont nu een Indiër.

Joe Mnisi begrijpt de angsten van de blanken wel. “Veel zwarten zijn gewelddadig. Ik heb het zelf gezien in Tembisa. Zwarten in dit land doen toch verschrikkelijke dingen? En blanken klagen dat zwarten zoveel lawaai maken. Nou, ze hebben gelijk. Zet zes zwarten bij elkaar, en zes blanken: dan weet ik wel waar het meeste geluid vandaan komt.” Hij wil absoluut nooit terug naar een township. “De kwaliteit van de mensen daar is heel laag. Ze hebben geen toekomst. Natuurlijk heeft dat te maken met de apartheidsstructuren, maar daar kun je niet alles op schuiven. De mensen zitten maar te wachten op de dingen die komen gaan. Ze beseffen niet dat ze niet zomaar een huis krijgen door niets te doen. Ze zullen moeten betalen voor een huis en voor elektriciteit en water. Nu geloven ze nog in de beloften van het ANC, maar als ze straks merken dat het niet vanzelf komt, beginnen de problemen pas echt. De townships zijn een puinhoop. Ik wil niet dat mijn kinderen met die mensen mengen.” Joe stemt woensdag op de Nationale Partij van president De Klerk, net als Andy, Annetjie, Nash, Debbie en Lilian. George stemt op de Democratische Partij.

En de boom? De bewoners van het kamp van houten en stalen huisjes dat naast Dalpark 6 is verrezen, weten van niets. Het veld waar de bewoners van Dalpark en Tamboville in september 1991 hun verzoening vierden, is nu bebouwd. Met bewonderenswaardige creativiteit bouwden de zwarte inwoners hun dorpje. Het heeft een primitief wegenplan, een winkeltje en aangeharkte tuintjes van zand. De boom is nergens meer te vinden. “Waarschijnlijk heeft iemand hem omgehakt om er zijn huis op te zetten, of hem gebruikt voor de kachel”, zegt een inwoner lachend. Het symbool van vriendschap tussen zwart en blank, dat de grond in ging onder de plechtige belofte van regelmatige bewatering en bemesting, sneuvelde in de huisvestingsnood. Wie vanaf het veld door het afgebroken deel van de muur naar de voorheen blanke wijk kijkt, weet dat het niet geeft. Dalpark 6 is de symboliek voorbij.