CDJA leest moederpartij voor uit de Bijbel; In mij woedt zendingsdrift

De Nederlandse parlementariër wordt door jonge mensen weinig status toegedicht. Liever wordt men account-manager of advocaat. Politieke jongerenorganisaties proberen interesse te wekken voor de politiek. In de aanloop naar de verkiezingen op 3 mei een serie over vijf van deze organisaties. Deel vier: het Christen Democratisch Jongeren Appèl (CDJA).

Op de bovenste verdieping van het voormalige bolwerk van de communisten is een handjevol Christendemocratische jongeren bijeen. Het Amsterdamse Felix Meritis, op een koude zaterdagochtend: de lucht is nog zwanger van schoonmaakmiddelen, in het restaurant klinkt luid een aria uit Bachs Matthäus Passion. Ligt het aan het onchristelijk vroege uur van aanvang, dat er amper iemand is komen opdagen? De organisatoren van CDJA-afdeling Amsterdam lopen een beetje mokkend de trappen op. De genodigden, een tweetal CDA-politici en medewerkers van Novib en het Nederlandse Christelijk Werkgeversverbond, overtreffen in aantal bijkans dat van de jongeren. Volgens landelijk voorzitter van het CDJA Jack de Vries leven we in een interbellum, tussen de gemeenteraads- en parlementsverkiezingen in. “Iedereen is verzadigd van de politiek.” Als hij het symposium over ontwikkelingssamenwerking opent, pauzeert hij eerst plechtig en citeert dan uit een brief van Paulus aan de Corinthiërs, waarin Paulus een oproep doet te collecteren voor het armlastige Jeruzalem. Want door dit duidelijk blijk van hulpbetoon prijzen zij God om uw gehoorzaam belijden van het evangelie van Christus.

“Je kunt over ontwikkelingssamenwerking niet denken in macro-economische termen. Als je grondslag het evangelie is, moet je daarop terugvallen. Daar schort het bij het CDA nog wel eens aan. Wij houden de moederpartij het evangelie als spiegel voor.”

CDJA-voorzitter Jack de Vries (25) is van gereformeerde huize, een anti-revolutionaire handelsfamilie uit Drachten, Friesland. “Mijn ouders zijn gescheiden. Dat is nog steeds een schande, in die contreien.” Zelf is hij een half jaar geleden getrouwd met een CDJA-ster: “ze is logopediste, screent mijn teksten en verbetert mijn spreekvaardigheid.” Eerst was er de geloofsovertuiging, daarna het politieke bewustzijn. Jack: “In kleine confessionele partijen zoals de SGP kon ik me niet vinden. Dan raak je verstrikt in theologische discussies over wat de Bijbel over de rol van de vrouw voorschrijft. Ons politiek grondslagrapport is een vertaalslag uit de Bijbel.” Tijdens zijn studie bestuurskunde aan de Amsterdamse Vrije Universiteit kreeg hij via het 'ons-kent-ons'- circuit een baantje als rechterhand van oud-CDJA-er Helmer Koetje, nu Tweede-Kamerlid van CDA. Het was een harde leerschool, maar vooral een openbaring. “Het is een hondebaan. Helmer doet onder andere Volkshuisvesting en Media. Iedere avond staat hij wel ergens in een zaaltje in het land. Maar het vervelende is nu dat je als één van de 54 CDA-zetelhouders tegelijkertijd moet knokken voor je positie in de Haagse wandelgangen.” Het politieke dilemma volgens Jack: enerzijds is het verkrijgen van een 'woordvoerderschap' van levensbelang voor een politicus, anderzijds moet je de bekende kloof tussen politiek en burgers overbruggen. “In het geval van Helmer is het uitgelopen op een desillusie. Door zijn activiteiten in het land is hij te weinig in beeld geweest in Den Haag en op televisie. Hij staat nu op een 42-ste plaats; dat ziet er gezien de huidige peilingen niet goed uit.”

Vandaag is het CDJA (3000 leden, verspreid over 100 'kernen') voor congres bijeen in Apeldoorn. Officieel het dertiende jaarcongres, want op 19 januari 1981 werd de handtekening onder de totstandkoming van de jongerenorganisatie gezet. Maar de geschiedenis van christelijke jongeren in de politiek is net zo oud als de geschiedenis van de jongeren in de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), Christelijk Historische Unie (CHU) en Katholieke Volks Partij (KVP). Toen de drie partijen eind jaren zestig de eerste stappen zetten naar mogelijke samenwerking, verzetten KVP- en ARP-jongeren zich tegen deze zucht naar behoud van de machtspositie van de confessionelen. Veel KVP-jongeren stapten over naar de 'afsplitsing' Politieke Partij Radicalen (PPR). De neiging naar links van de ARP-jongeren, die in 1968 willen samenwerken met de PvdA, is reden voor de KVP- en CHU-jongeren om samen verder te gaan. Maar dat 'huwelijk' wordt verpest doordat moederparij KVP wel en CHU niet aan het kabinet-Den Uyl (1973) deelneemt. Pas als de confessionele 'moeders' in 1976 besluiten met één lijst de verkiezingen in te gaan, kiezen ook de jongeren eieren voor hun geld. Onder toeziend oog van Dries van Agt komt in 1977 de federatie CDJA tot stand. Dat het nog vier jaar duurt alvorens een notaris in 1981 met een handtekening de oprichting van CDJA bekrachtigt, heeft te maken met het overwinnen van meningsverschillen tussen de fusiepartners, over kernbewapening, Zuid-Afrika en abortus.

In politiek café P96 aan de Amsterdamse Prinsengracht heeft Bernice Smit (26), secretaris van CDJA-Amsterdam, zich gewaagd in het hol van de leeuw. De Jonge Democraten (JD) hebben een thema-avond over 'cynisme in de politiek', met als gastsprekers redacteuren van Millennium, orgaan van De Kunstgroep Lage Landen. Als namens Millennium Serge van Duijnhoven een pleidooi houdt voor meer betrokkenheid bij de politiek, ontstaat er een wollige discussie. “Een typische JD-avond”, mompelt Bernice. “Wel interessant, maar dit soort discussies spelen zich voornamelijk af in de periferie. Het CDJA wil behalve zijn meningen ventileren, ook daadwerkelijk invloed uitoefenen. We voeren een serieuze lobby in het CDA en laten onze stem horen op congressen van de moederpartij. We proberen momenteel ontwikkelingssamenwerking weer hoog op de politieke agenda te krijgen. We merken dat daar door het CDA niet meer over wordt gepraat.” Ze ontkent niet dat de kiezers massaal bij het CDA weglopen, maar zet daar graag kanttekeningen bij. “Iedereen zegt dat het zo slecht gaat in Nederland. Ik heb in Engeland en Duitsland gewoond. Vergeleken met die landen zijn wij hier in goede doen. Dus zo slecht hebben ze het nu ook weer niet gedaan.”

Voorzitter Jack de Vries: “Het CDA heeft te veel concessies gedaan. Dat is het gevolg van de machtspolitiek. Neem als voorbeeld de euthanasie-discussie: VVD en CDA staan tegenover elkaar. Als het CDA halsstarrig vasthoudt aan de Christelijke grondslag, dan doen ze niet mee. Maar dan is D66 de winnaar in het debat, dus moet je water bij de wijn doen. Christenen die daar niet voor voelen lopen nu over naar de kleine geloofspartijen.”

Toch trekt volgens Jack het CDA aan het langste eind door herkenbaar te blijven als christelijke partij. Solidair, volgens de Bijbel. “Het Oude Testament is een wreed boek, maar het nieuwe testament beslist niet. Dat gaat over de opdracht van Christus. Veel jongeren gaan niet meer naar de kerk, maar ze geloven nog wel.” Tijdens voorlichtingsdagen op scholen schrikt hij van de harde opstelling van jongeren. “Ze doen ongenuanceerde uitspraken over criminaliteit en werkloosheid. De meeste scholieren zijn voor strenge maatregelen: opsluiten en korten op de uitkeringen.”

Ambities in de politiek heeft Jack wel, maar hij is voorlopig nog volop bezig met andere dingen. Hij is officier, commando Verbindingen Den Haag, drumt in het gospel-combo in de gereformeerde kerk en wordt vandaag zonder serieuze tegenkandidaat herkozen als voorzitter van het CDJA. Jack: “Er is een ruime doorstroom van het CDJA naar de moederpartij. De jongerenpolitiek is een eerste trede op de ladder naar een politieke carrière. Maar als ik naar Den Haag ga moet ik mijn politieke keuze wel kunnen verenigen met mijn geloofsovertuiging. Er woedt een zendingsdrift in mij.”

    • Tijn Sadée