Canada, Canada, Canada

Rotterdam werd indertijd bevrijd door Canadezen. Nog ruik ik de lucht van het rode vet waarmee de pantserwagens van de PLDG, de Princess Louise Dragoon Guards, in het Rozenburgpark doorgesmeerd werden. Opgewekte, vriendelijke en vooral keurige soldaten, van wie je niet kon zien dat ze aangeslagen waren door de ongetwijfeld zware gevechten na de invasie. Zo zagen en zien wij de Canadese strijdkrachten - maar in Canada is dat anders.

Vorige maand is soldaat Elvin Kyle Brown, een vriendelijke en vooral keurige soldaat, tot vijf jaar gevangenisstraf en verwijdering uit de dienst veroordeeld wegens doodslag en marteling van een 16-jarige Somalische jongen, Shidane Abukar Arone. Er staan nog zes processen op stapel, die tot oktober zullen duren.

Het is vooral het laatste dat de gemoederen verontrust: voor het eerst in de geschiedenis is iemand in Canada wegens martelen veroordeeld, en martelen, dat was iets dat alleen voorkwam in landen als Irak, Chili, Turkije.

Wat was er aan de hand, daar, bij die Canadese VN-troepen die humanitaire hulp kwamen geven aan Somalië?

De buren van Brown reageerden in ongeloof. “Het is zo'n aardige rustige jongen. Hij hielp ons vaak met de tuin. Daar wist hij veel van, van tuinieren.”

Karen Turner, de vrouw van een van Browns kameraden, zegt dat het op een misverstand moet berusten. “Iedereen behalve hij. Het kan gewoon niet waar zijn.”

Sedert veertig jaar levert Canada troepen aan VN-operaties en nog nooit is er zoiets voorgevallen. Was het misschien een op zichzelf staand incident, een uitschieter, een a-typische samenloop van omstandigheden, waarbij een eenling opeens door het lint gaat?

Nee. De mensenrechten werden herhaaldelijk, haast systematisch, geschonden door het 2 Commando Unit, een van de drie units waaruit het 600 man tellende Canadese Parachutisten Regiment in Somalië bestond.

Goed, de omstandigheden waaronder de troepen aankwamen waren abominabel. Zandstormen, slechte accommodatie, gebrekkige controle en commandovoering, intense hitte en een vijandige bevolking die met stenen gooide en af en toe zelfs op de Canadezen schoot. Dit alles schokte de troepen die immers gedacht hadden voedsel en hulp te gaan brengen aan een uitgeputte maar dankbare bevolking. Daar kwam nog een groot probleem bij: diefstal. Zoals Andrew Philips van het blad Maclean's schrijft: “Slechts prikkeldraad scheidde de derde wereld van de eerste.” Onvoorstelbare armoede grensde ineens aan stapels voedsel, luxe-artikelen, rookgerei, ga maar door.

Om 20.40 uur, op 16 Maart 1993, zo bleek uit het bijna zes weken durende proces, sluipt Arone het kamp binnen, naar hij later via een tolk meldde, om een vermist kind te zoeken. Maar de patrouille die hem pakte gelooft hem niet.

Om kwart voor negen worden zijn handen achter zijn rug vastgebonden met plastic draad en geeft de patrouillecommandant, sergeant Hiller, de gevangene over aan de pelotonscommandant, kapitein Sox. Eerder op de dag, zo verklaart Hiller tijdens de rechtszitting, had kapitein Sox gezegd: “If you have to, you can beat the shit out of them”, doelend op jongens die door de afrastering heenbraken.

Sox steekt een riot baton tussen de armen van de gevangene en zijn rug. Brown helpt Sox de gevangene naar een provisorische cel, een bunker van zandzakken, te brengen. Brown verklaart dat Sox de gevangene later ruw buiten rondvoert en hem vraagt wat hij nou nog wil stelen. Op een gegeven moment gooit Sox de jongen op de grond. Sox verklaart nu dat ze beiden zijn 'gevallen'.

Om negen uur komen er nog twee soldaten bij en wordt Arone ook aan de voeten gebonden. Er wordt een doek over zijn hoofd gelegd en water over hem uitgestort. Brown en een van de soldaten drinken wat biertjes. De tweede soldaat zegt dat hij zin heeft de gevangenen in elkaar te meppen. De derde soldaat vertrekt en zegt: “Maakt mij niet uit maar sla hem asjeblieft niet dood, wil je.” Om tien over tien schopt soldaat 2 Arone tegen de ribben. Dat doet Brown ook. Soldaat 2 zegt tegen Brown: “I want to kill this fucker.” Zowel een radiotelegrafist als een adjudant horen Arone gillen van pijn.

Om kwart over tien ziet korporaal Alarie van het 421ste Helicopter Squadron de jongen gebonden zitten in wat hij noemt 'Vietnamese style'. Hij ziet ook dat soldaat 2 hem tegen het hoofd schopt en een sigaret uitdrukt op de voetzool van de gevangene.

Tegen half elf komt korporaal Bibby langs. Brown vraagt hem om een rolletje film. Daarna ziet hij dat soldaat 2 Arone in elkaar slaat en met de bloedige gevangene voor Brown's camera poseert. Daarna slaat soldaat 2 met een 85 cm. lange knuppel een ration pack op het hoofd van Arone kapot tot het explodeert en vervolgens op de ribben, de voeten en het gezicht. De gevangene begint flink te bloeden. Na wat branden met cigarillos worden nog wat foto's genomen. Tegen elf uur komen weer drie collega's langs op weg naar de telefoon om met thuis te bellen. Ze zien dat soldaat 2 de gevangene hard op de schenen slaat tot hij roept “Canada, Canada, Canada”. De collega's lopen verder. Korporaal Giasson van het 427 Squadron komt langs met een stuk ijzer dat gebruikt wordt om schorpioenen te vangen. Soldaat 2 pakt deze staaf en slaat A. weer tot deze gilt “Canada, Canada, Canada”. Als hij A. in het gezicht slaat wordt het geluid minder. Soldaat 2 neemt nu een geladen pistool en plaatst het tegen A.'s hoofd. Hij spant de haan. Op de foto's die later als bewijsmateriaal getoond worden ziet men soldaat 2 lachend met het ineenzakkende lichaam van de Somalische jongen. Er zijn er ook van een met bloed bespatte knuppel die hij in A.'s mond duwt en het pistool tegen de slaap. Dit gedoe gaat door tot kwart voor twaalf en men hoort in het kamp een langgerekt gehuil opstijgen. Hoewel de diesel-generator op volle toeren draait kan men toch dit geluid horen, alsof er een beest op amateurachtige wijze geslacht wordt. Tegen half een komen sergeant Hiller en sergeant Skipton langs en merken dat Arone dood is. Even tevoren zag soldaat Campbell, die ook het gehuil hoorde en even ging kijken, soldaat 2 A. schoppen. A. reageert niet. Daarna slaat soldaat 2 A. met de knuppel op het gezicht, tussen de bovenkant van de neus en de kin. A. reageert niet meer.

Om een uur constateert kapitein-dokter Gibson dat A. dood is.

Toch doet het nr. 2 Commando ook goed werk. Ze repareren wegen, bruggen en scholen en helpen driemaal per week in het plaatselijke hospitaal.

Wat is hier aan de hand? Geldt dit alleen het Canadese contingent?

Er bereiken ons ook berichten van Belgische para's die martelen, van Italiaanse VN'ers die kinderen verkrachten. Het komt dichterbij.

Sergeant Majoor Butters meldt uit Kroatië: “We moesten buiten een dorpje wachten terwijl de Kroaten de rest van de huizen platbrandden, het vee doodden, zelfs honden en katten. Ze gooiden de kadavers in waterputten om deze zo te vergiftigen.”

Korporaal Middelton: “We vonden dode burgers, waaronder veel vrouwen. Eentje was wel twaalf keer in de rug geschoten. Sommigen waren opengesneden, anderen duidelijk gemarteld. We vonden twee lijken in een stal, begraven onder schapepoep. Je vraagt je af wie dit soort dingen doet.”

Korporaal Paul Delmore, 26 jaar, van de Princess Patricia's Canadian Light Infantry, schoot zichzelf door het hoofd na terugkomst uit Kroatië. Hij was zozeer onder de indruk van de haat van het volk tegen de VN-troepen dat hij zich maar concentreerde op achtergebleven honden en katten, voor wie hij voedsel bijeenbracht, vanuit Canada naar hem opgestuurd, en weer een huis voor ze zocht dat hij meestal vond, behalve voor een Servisch hondje dat de Kroaten niet in huis wilden hebben.

Gelukkig is er in Nederland aandacht voor dit soort dingen.

Aanstaande dinsdag organiseert Amnesty International samen met Defensie, ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Beroepsgroep Militairen, een besloten symposium over vredesmachten en mensenrechten. Daar wordt de vraag gesteld: hoe voorkomen we dit soort dingen, hoe moeten we rapporteren, wat is er mis.

We zijn misschien nog op tijd.