Afrekenen met een binnenlandse bezetter; Het gespleten geweten van Frankrijk

Deze week werd de oorlogsmisdadiger Paul Touvier in Parijs tot levenslang veroordeeld. Nu kan in Frankrijk de afrekening met de geschiedenis beginnen. In gesprek met het verzet van toen, over een land waar het verraad een eigen regering kreeg. Vichy - of het verdriet van Frankrijk.

In Frankrijk is de oorlog vroeg begonnen dit jaar. Al maanden buitelen de ministeries en speciale commissies in Parijs over elkaar om de herdenking van D Day, ofwel 'Jour J' mooi te regelen. Op 6 juni is het vijftig jaar geleden. Iedereen komt - behalve Kohl. Maar in een rechtszaal in Versailles laaide de strijd half maart al op over een eerdere, minder heroïsche periode uit de oorlog.

Het proces tegen de edel-collaborateur Paul Touvier ging over dat andere Frankrijk, dat tijdens de oorlog jarenlang in een roes van zelfstandigheid voort-rommelde onder de vleugels van het Reich. Handelde Touvier, die in de leiding zat van de Milice, de ordetroepen van de regering in Vichy, op eigen initiatief toen hij op 29 juni 1944 in Rillieux-la-Pape zeven joodse Fransen liet terecht stellen? Maar op de achtergrond ging het over Frankrijk zelf. Over goed en fout in het collectieve geheugen - over collaboratie en patriottisme. De oorlog is hier op een unieke manier niet af. Van wie was De Gaulle nu werkelijk? Van het verzet of van oud en nieuw rechts? Vichy was zonder twijfel reactionair, maar het traag op gang gekomen verzet liep van communisten via de bourgeoisie tot uiterst rechtse militairen.

Deze week kreeg Touvier levenslang van het Assisenhof in Versailles. Tijdens het proces is hij 79 geworden. Dat relativeert die straf. Na iedere veroordeling volgt weer een hoger beroep of een gratieverzoek. Eigenlijk heeft Touvier al jaren levenslang. Dertig jaar was hij op de vlucht, onderdak gebracht door geloofs- en overtuigingsgenoten, naïeve Samaritanen en verbeten anti-democraten.

In deze vijf weken van het proces toonde Touvier berouw noch nieuwe inzichten. Een aartsconservatief, een overtuigde anti-semiet, een leugenaar zat als het wassen beeld van de foute Fransman in de glazen verdachten-kooi. De jury (gemiddelde leeftijd 43) achtte hem medeplichtig aan het racistisch vernietigingsplan, bedacht en geadministreerd ter overzijde van de Rijn. En daarmee schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid. Heel passend, de uitspraak viel 's nachts om half een, net op Hitlers geboortedag.

'De laatste week verveling' was de kop die een van de weekbladen vorige donderdag gebruikte. Een verdachte die zich niets meer herinnert en zich desondanks tegenspreekt. Die zegt: “Ik ben geen anti-semiet”, maar wiens onverwacht opgedoken dagboek van het primitiefste soort hedendaagse jodenhaat getuigt. Schmieren kon hij niet eens, getuige zijn laatste woorden in de rechtszaal: “Ik ben de slachtoffers van Rillieux nooit vergeten, ik denk iedere dag en iedere avond aan hen.”

Kerker

Spannend in de televisie-zin van het woord was het niet. De uitslag kon nauwelijks anders zijn. Desondanks was het proces een waardig en soms ontroerend testimonium van de jaren waarin Touvier in het Lyon van Klaus Barbie zijn kleine en zijn grote werken van willekeur en machtswellust verrichte. Een helder portret van die 28ste juni 1944 waarop Paul Touvier 'begreep', in de logica van Vichy en Berlijn, wat hem te doen stond na de moord op de Franse staatssecretaris van informatie, Philippe Henriot. Gijzelaars pakken. Acht onschuldige Fransen. De 29ste 's ochtends om drie uur stonden zij tegen de muur van de begraafplaats. Zeven vonden de dood. De achtste liet Touvier lopen: “Die was geen jood.”

De openbare aanklager, Hubert de Touzalin, noemde het typerend dat Touvier na de executie spoorslags naar Vichy reisde om de vrijlating te vragen en te krijgen van een jonge verzetsstrijder uit Chambéry, zijn eigen stad van herkomst. Touvier haalt de jongen uit de gevangenis en brengt hem persoonlijk naar diens ouderlijk huis in Chambéry. In het voorbijgaan vereert hij een bevriende pastoor nog met een bezoekje. Terug in Lyon zoekt hij een vermogende stadgenoot op, die hij aanmoedigt 300.000 franc te schenken aan de Milice.

“Waarom dat gereis van Touvier, en die plotselinge vrijlating?”, vroeg de advocaat-generaal zich maandag af. “Om in Chambéry een bewijs van zijn ruimhartigheid te leveren. Voor het heden en de toekomst. Het zou hem altijd wel van pas komen. Hij voelde zich schuldig aan de zeven doden van die nacht. Hij handelde op zijn eigen houtje. Snel. Sterk. Ieder zijn eigen opties. Zo opereerde hij, sluw, doortrapt, machiavellistisch. Deze optie, die verwerp ik!”

De Touzalin stelde in zijn requisitoir vast dat er geen enkel bewijs is dat Touvier bij de executie van het zevental had gehandeld in opdracht van de Duitsers. Hij had ruime volmachten van Vichy en gebruikte die. “Het plan is nazistisch, de medeplichtigheid is Frans, compleet, actief. Dat was de keuze van Touvier. Hij was een man die beslissingen nam. Hij zegt dat hij de terechtstelling slechts van een afstand volgde. Welnee, hij zag nauwlettend toe op voorbereiding en uitvoering. Hij liegt.”

De aanklager herinnerde Paul Touvier er aan dat de doodstraf in 1981 is afgestraft. “U profiteert daarvan.” Zonder erkenning van verzachtende omstandigheden eiste hij vervolgens levenslange opsluiting, ter nagedachtenis aan die zeven doden van toen: Maurice Schisselman, Emile Zeizig, Léo Glaeser, Claude Benzimra, Siegfried Prock, Louis Krzuzkowski. “En de onbekende jongen met het krullend blonde haar die de aria van de ten dode opgeschreven vrijheidsstrijder uit Tosca zong.”

Normandië

Het proces wekt bij een groepje oud-verzetsmensen in Normandië geen speciale gevoelens van opluchting of haat. Ik ontmoet hen in het vroegere Hotel Malherbe in Caen, de stad die bij de bevrijding voor 85 procent is weggebombardeerd door bevriende vliegtuigen. Om de Duitsers op de vlucht te jagen. Tijdens de oorlog diende het gebouw als Ortskommandatur. Nu is het een Holiday Inn. Een geschiedenis van deze eeuw in zakformaat.

Tot een paar jaar geleden konden zij niet praten. François Guérin (68): “Mijn nu al weer grote kinderen verwijten me dat ik niets verteld heb, maar ik kon het niet.” Hij heeft een bloeiend bedrijf in brandpreventiematerialen, maar hij drukt nog steeds meer uit met tranen dan met woorden.

Guérin vervalste op grote schaal identiteitspapieren - “Ik was hier in de buurt het knutselaartje van het verzet” - en beleefde de bevrijding in het Elzasser concentratiekamp Natzweiler Struthof. Hij harkte er de tuin en kweekte peentjes terwijl het gerucht ging dat binnen een professor uit Straatsburg medische experimenten op vrouwen uitvoerden. Later bleek dat het Zyklon B-gas er werd getest.

Jacques Vico (71) heeft ook het een en ander meegemaakt, tot en met de geallieerde 'verovering' van Berchtesgaden, de recreatieburcht van de Führer. Ook hij praat liever over de wereldgeschiedenis van toen dan over zichzelf. Maar aan zijn geheugen ligt het niet. Hij vertelt hoe hij en een paar leeftijdgenoten in '40 de Duitse eenheden Caen zagen binnenrollen. “Ze hadden prachtige vrachtwagens, wapens en uniformen. Het waren sportieve en gebruinde mannen. Wij zagen hen defileren, zingen. Zij waren mooi. Ik was zeventien en dacht: het kan toch niet waar zijn dat wij ons door deze jongens laten verleiden? Vanaf dat moment waren wij vastbesloten niet mee te doen. Het was puur intuïtief.”

Op zijn negentiende werd Vico verantwoordelijk voor een ondergronds wapendepôt nadat zijn vader naar een Duits kamp was afgevoerd. Verschillende van zijn vrienden, die het zelfde werk deden, werden geëxecuteerd. De gemeentelijke autoriteiten gehoorzaamden aan Vichy en aan de Duitsers. “Je kan bepaald niet zeggen dat er een algemene neiging tot verzet bestond”, zegt hij spottend maar niet bitter. Vergeleken met die heldere jongensfoto van toen, die misschien niet helemaal bij toeval uit zijn dossier valt, is het nog steeds een stoere, open man, een zeventiger nu, kaal van boven, grijs opzij, met borstelsnor.

“De dominante sfeer in het land was 'Travail, Famille, Patrie' - Vichy kortom. Dertig of veertigduizend jongens lieten zich werven voor de Milice, de ordehandhaving van Pétain, het 'staatshoofd' van die Franse regering. De chef daarvan, Darnand, is later bij de Waffen SS gegaan.

“In deze streek, de Calvados, was de oorlog bitter. Hier vlakbij zaten twaalf Gestapo-leiders, waaronder een dol geworden hoogleraar in de filosofie en een historicus, die veertig Fransen voor zich lieten werken, idealisten en schoften door elkaar. Het verzet werd door hen steeds weer ontmanteld. Maar wij bleven weigeren ons te laten verleiden door muziek en spieren, schoonheid en zekerheid.”

“Touvier?” Vico moet er even voor verzitten. “Dat proces komt te laat. Het is onvermijdelijk. En het kan geen 'règlement', geen afrekening van onze geschiedenis brengen. Want een Vichy-proces zal er nooit komen. Vichy is een Franse eigenaardigheid. Alle militaire leiders in andere landen, België, Nederland, Noorwegen, Griekenland, noem maar op, hebben zich overgegeven en zijn naar Engeland gegaan. Alleen de Franse regering van Vichy kreeg een soort wapenstilstand in juli '40. En een soort legitimiteit. Onze legale regering is illegaal. C'est la tristesse de la France.”

Recht

Een Vichy-proces. Dat is precies wat sommigen hoopten dat het proces-Touvier zou worden. Weliswaar was hij maar een van de leiders van een uitvoerende 'dienst' van het regime van maarschalk Pétain, maar joodse organisaties, familieleden van slachtoffers en anderen met de overtuiging dat Frankrijk achterstallig historisch onderhoud heeft te verrichten, hebben zich jaren ingespannen voor dit proces. Zo veel keus hebben zij ook niet meer.

Van de verantwoordelijke mannen uit die jaren van collaboratie op staatsniveau hebben slechts enkelen het recht in de ogen gezien. Pétain, de veldmaarschalk die Frankrijk in 1916 aanvoerde in de bloedige slag bij Verdun, is na de tweede wereldoorlog ter dood veroordeeld. De straf werd later omgezet in levenslang. Hij is in '51 in de gevangenis gestorven. Tot vorig jaar is president Mitterrand ieder jaar een krans komen leggen op het monument voor deze nationale held van de vorige oorlog.

De premier van Vichy, Pierre Laval, is na een haastig proces in oktober '45 ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. René Bousquet, zijn hoofd van politie, genoot na de oorlog een glanzende carrière als bankier, tot in '79 verhalen over zijn verleden opdoken. In '91 werd hij in staat van beschuldiging gesteld wegens misdaden tegen de menselijkheid, maar voor het tot een proces kon komen, werd hij vorige zomer door een gefrustreerde schrijver in Parijs neergeschoten.

Failliet

De Fransen hebben de collaboratie zelf aangeboden, meer en eerder dan het van hen werd gevraagd, heeft Robert Paxton gezegd, de Amerikaanse geschiedschrijver van Vichy. “De conservatieven hebben onder dat regime een macht gekregen die zij onder het algemeen kiesrecht sinds 1932 nooit zouden hebben bemachtigd. En de technocraten kregen op hun beurt een macht die de politici hen nooit hadden toegestaan. Hitler wist dat niet en wilde het ook niet. Vichy was een nationalistische revolutie die de zijne niet was.”

Die Vichy-revolutie bundelde stromingen die het failliet van de parlementaire politiek vaststelden, soms met bitterheid, soms met wraakgevoelens tegen de Derde Republiek. Allen wilden ontsnappen aan de decadentie van het negentiende-eeuwse liberalisme. Overkoepelende noties waren: katholiek fanatisme, een Terug naar de natuur-gevoel, wantrouwen tegen de stad, verheerlijking van traditionele waarden, verering van de aarde en van “de kleine boer, die gevangene van de moderne tijd, die zo een symbool werd van een regime dat met heel andere dingen bezig was”, zoals Le Monde in '73 zou schrijven.

Het zijn streekgenoten, maar vooral mensen binnen de katholieke kerk geweest, erfgenamen van dat anti-democratisch gedachtegoed, die Touviers dertig jaar durende onderduik-odyssee hebben mogelijk gemaakt. Ondanks twee ter dood-veroordelingen bij verstek in de jaren '46 en '47.

In Paul Touvier et l'église (Fayard, 1992), het verslag van een uitvoerig onderzoek onder leiding van de historicus René Rémond, wordt geconstateerd dat tijdens de hele na-oorlogse periode een coalitie van revanchisten en ijveraars voor nationale verzoening met hun hameren op gratie voor Touvier van “deze middelmatige man een symbool hebben gemaakt en de inzet van een fundamenteel debat”.

Maar ook deze commissie moet erkennen dat zij het mysterie van Touviers gratie - president Pompidou verleent hem die plotseling in 1971 - en de bescherming die hij heeft genoten, niet helemaal heeft kunnen oplossen. “Waarom zo veel intelligente, liefdadig ingestelde, belangeloze kerkmensen in alle ernst hebben kunnen denken dat zij een werk van barmhartigheid verrichtten door voor Touvier te strijden, met het risico dat zij de gerechtigheid zouden dwarsbomen, blijft een raadsel.” Waarom ook publieke figuren als Jacques Brel het voor de kleine beul van Lyon opnamen is niet eens onderzocht.

Het proces-Touvier van 1994 was een mogelijkheid geweest voor een soort geformaliseerde nationale afrekening met dat staatsverleden. De Milice, waar hij het hoofd van de machtige inlichtingen- en vuile klussendienst was, werd opgericht en gebruikt door Vichy. Tegen de landgenoten van de Résistance en als medeplichtig apparaat in dienst van de Endlösung. Hij hoorde er honderd procent bij.

Waar die Milice van Vichy voor stond wordt ten overvloede duidelijk in het strijdlied van de beweging, te gruwelijk voor vertaling: Sol, faisons la France pure: Bolcheviques, francs-maçons ennemis Israël, ignoble pourriture Ecoeurée, la France vous vomit.

Touvier is woensdag veroordeeld voor misdaden tegen de menselijkheid. Milice-oprichter Joseph Darnand is in '45 haastig geëxecuteerd. Pétain en Laval zijn als individuen veroordeeld. Met de binnenlandse bezetter heeft Frankrijk nog niet willen of kunnen afrekenen.

Gaullisme

De aandacht richtte zich deze week na de uitspraak al snel op die, voor zover men weet, laatste hoge functionaris van Vichy die nog in leven is: Maurice Papon. Hij was secretaris-generaal van de préfecture in Bordeaux in de sleuteljaren '42-'44 en zou verantwoordelijk zijn voor het op transport stellen van minstens 1500 joden. Aangenomen wordt dat hij er van op de hoogte was dat het Franse kamp Drancy niet hun eindbestemming was.

De advocaat Boulanger, die bij de verschillende oorlogszaken betrokken is en erover gepubliceerd heeft, heeft over hem gezegd: “De Franse technocraten, die de leiding hebben gehad bij de uitvoering van de Endlösung, waren anti-semitisch door onverschilligheid.” Volgens hem is Papon zich vanaf 1943 selectief voor 'interessante' joden gaan interesseren. Sommigen heeft hij misschien wel helpen onderduiken. “Zo kon hij geleidelijk opschuiven van het vichysisme naar het gaullisme.”

Papon werd na de oorlog steeds in functie gelaten en bevorderd. Hij was prefect van politie in Parijs van '58 tot '68, vervolgens tien jaar Kamerlid en minister van '78 tot '81 begrotingszaken onder president Giscard d'Estaing. Tot het satirische weekblad Le Canard Enchaîné zijn verleden 'onthulde'. In '83 werd hij voor het eerst beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid. Sindsdien sleept de rechtsgang. Dat wordt geweten aan de angst van opeenvolgende regeringen om te veel vuile was boven tafel te krijgen.

Papon zelf eist sindsdien al jaren eerherstel. Zijn advocaat Jean-Marc Varaut ontkent deze week opnieuw dat “deze oud-verzetsman” iets te verwijten valt. Het zijn de actiegroepen van Serge Klarsfeld en anderen die voor de vertraging zorgen door steeds weer nieuwe feiten op te diepen. Papon heeft, volgens Varaut, weliswaar dubbel spel gespeeld, maar gered wat er gered kon worden. Overigens deed hij niet meer dan het beleid van Vichy uitvoeren. “Als men nu opnieuw een proces-Papon eist, laat men dan meteen een proces-Vichy organiseren, tegen alle ambtenaren van die regering.”

President Mitterrand, zelf in het begin van de oorlog ambtenaar voor oud-strijderszaken in Vichy maar later naar het verzet overgestapt, werd dezer dagen geciteerd in een nieuw boek over de Franse oorlogsjaren. Wat hij over de Vichy-politiechef Bousquet zei, kan op Papon worden toegepast: “Het gaat om het prototype van de hoge functionaris die zich heeft gecompromitteeerd of laten compromitteren. Tot op welke hoogte... dat is vlak na de oorlog in rechte beoordeeld... Nu heeft dat allemaal niet veel zin meer.”

Het leek of het staatshoofd direct commentaar leverde op het proces-Touvier. Dat hij op deze manier werd geciteerd had hem verdroten, liet hij aan een bezoekende rabbijn weten. Zijn opmerkingen waren drie jaar oud. Mitterrand hoopt overigens nog steeds de nationale eenheid te dienen door zijn land aan te moedigen het oude zeer met rust te laten.

Normandisch verzetsman Jacques Vico wil niet hard oordelen over zijn staatshoofd. “Ik geloof dat hij altijd politiek gemotiveerd is geweest. Dat is zijn drijfveer. Hij is begonnen bij Vichy, maar het leek hem na enige tijd beter bij het verzet te gaan. Het kwam alleen uit andere overwegingen voort dan bij ons.”

Frankrijk heeft vijftig jaar willen vergeten. Presidenten, van Pompidou tot Mitterrand, hebben op het orgel van de nationale verzoening gespeeld. Autoritaire conservatieven, argeloze kanunniken met een groot gevoel voor asielrecht en verstokte anti-semieten moedigden hen aan. Werd er achter de schermen gedreigd met onthullingen die niemand van pas kwamen? Voormannen van toen bleven meespelen in het establishment (Papon en Bousquet), of konden met particuliere liefdadigheid aan de justitie onttrokken worden (Touvier). Serge Klarsfeld, de Franse Wiesenthal, sprak deze week over de opmerkelijke “welwillendheid” van François Mitterrand ten aanzien van deze functionarissen van Vichy. “Zijn vrienden doen het voorkomen alsof hij zelf voor Vichy is gaan werken om het verzet te dienen. Dat is niet het geval. En als hij zegt dat dit soort mannen te oud zijn om nu nog berecht te worden, dan zijn mannen van die leeftijd ook te oud om in het Elyseée te wonen. Touvier is even goed op zijn plaats als Mitterrand.”

Hoe langer het geleden is, hoe moeilijker het Frankrijk valt om te vergeten. Hoe meer de generatie van toen aandringt op verzoening, hoe meer de kinderen van slachtoffers en het voormalig verzet, gesteund door een onbelaste generatie, staat op afrekening met het collectief geweten.

Niemand kan er iets aan doen dat de herinneringen verwarrend zijn. De Gaulle is nu eenmaal het symbool van het onverzettelijke Frankrijk. Maar ook de held van het na-oorlogs nationalistisch conservatisme. Daar lopen de draden door elkaar. Links en rechts, het zegt allemaal weinig over de oorlog in een conservatief land met een gemengd geweten.

    • Marc Chavannes