ABP lonkt naar aanpak Calpers

WASSENAAR, 23 APRIL. De Nederlandse beursgenoteerde bedrijven zijn gewaarschuwd. Uitgerekend de nieuwe bestuursvoorzitter van de grootste Nederlandse belegger - ambtenarenpensioenfonds ABP - heeft zijn collega bij de meest aggressieve Amerikaanse belegger - het ambtenarenpensioenfonds van de Californië - uitgenodigd om te praten over aandeelhouderstoezicht bij bedrijven.

“Meestal word ik, waar ik ook kom, niet meer teruggevraagd”, grapt dr. William Christ, hoogleraar economie en in het dagelijks leven voorzitter van het bestuur van Calpers. Zijn ondertoon is uiterst serieus. Het Californische fonds Calpers is niet alleen het op twee na grootste ter wereld maar heeft ook een reputatie als de meest strijdbare institutionele belegger van Amerika. Er wordt bij wijze van spreken geen topmanager aan de kant gezet, of Calpers is bij de coup betrokken, als medepleger of aanstichter.

Christ is in Nederland om met wat grote beleggingen van zijn fonds te spreken (zoals ABN Amro), met de Vereniging van Effectenbezitters te overleggen en om het afscheid van bestuursvoorzitter van de bank MeesPierson, drs. J. Kleiterp op te luisteren. Kleiterp gaat weliswaar met pensioen, maar blijft een vinger in de pap houden als de nieuwe (part-time) voorzitter van het bestuur van het ABP.

Calpers is het prototype van het moderne pensioenfonds. Het belegt bijna de helft van zijn totale vermogen van 80 miljard dollar in aandelen en wil daar rendement op zien. Meer dan de helft wordt belegd door wereldwijd de samenstelling van de beursindex te volgen. Calpers is iets kleiner dan het ABP. “Wij zijn een permanente, langdurige aandeelhouder”, zo legt Christ na zijn optreden in een Wassenaars kasteeltje uit. “Wij bezitten grote aandelenpakketten, die wij niet op de markt kunnen gooien als het beleid van de directie van het bedrijf ondermaatse resultaten levert. Wij zouden de markt compleet verstoren als wij die aandelenpaketten zouden afstoten”.

Daarom kiest Calpers voor nauw contact met de bedrijven waarin het fonds belegt en aarzelt niet om bij slechte resultaten aan te dringen op drastische veranderingen. “Ik zie geen verschil tussen onze rol als aandeelhouder en die van eigenaar”.

In eerste instantie trachtte Calpers - vanaf 1984 - voornamelijk zijn aandeelhoudersbelangen te behartigen bij de Amerikaanse overnamegevechten in het tweede deel van de jaren tachtig. De laatste vier jaar kiest het fonds een bredere, meer gestructureerde aanpak om onafhankelijk toezicht op bedrijfsdirecties te verbeteren en excessen, zoals torenhoge salarissen bij slecht renderende bedrijven, te bestrijden. Dat heeft Calpers niet geliefd gemaakt onder de Amerikaanse managerselite. “Vier jaar geleden werden onze brieven niet eens beantwoord”, herinnert Christ zich.

Deze houding is immiddels - noodgedwongen - veranderd. Calpers onderhoudt nauwe contacten met gelijkgezinde, grote beleggers (“een beetje beangstigend hoeveel kapitaal er dan aan tafel zit”). En het fonds is ook niet te beroerd zelf de publiciteit te zoeken. In het kader van de nieuwe zakelijkheid selecteert Calpers namelijk jaarlijks twaalf bedrijven die het naar zijn mening duidelijk slechter hebben gedaan dan de sector waarin zij werkzaam zijn. Met hen vraagt Calpers dan overleg om te zien welke verbeteringen er kunnen plaatsvinden, zodat het rendement op de belegging omhoog gaat.

Aan het begin van elk jaar publiceert Calpers de lijst. “Maar dat doen wij pas als wij eerst in alle rust met de betrokken bedrijven gepraat hebben”, zo verweert Christ zich. Hij is ervan overtuigd dat deze strategie bijdraagt aan een verbetering van het resultaat op de beleggingen in deze bedrijven. Een onderzoek van analisten van de adviesfirma Wilshire Associates naar deze door Calpers onder schot genomen bedrijven laat naar zijn zeggen een indrukwekkende financiële ommekeer na Calpers inmenging zien.

Deze tactiek past Calpers op dit moment alleen nog maar in de VS zelf toe, waar ongeveer 34 procent van het vermogen belegd is. De beleggingen overzee vormen veertien procent van het vermogen, maar groeien razendsnel. Daarom heeft Calpers nu ook programma's in Japan, Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk om als aandeelhouder actiever toezicht te houden.

In Nederland heeft Calpers bijna een half miljard gulden belegd. De grootste belangen zijn ING, ABN Amro, Ahold en Heineken. Calpers brengt altijd zijn stem uit op aandeelhoudersvergaderingen en in Nederland dat betekent: consequent tégen inperking van aandeelhoudersrechten. Het zal Christ plezier doen dat ABN Amro - na enkele felle discussies op de aandeelhoudersvergadering - dit jaar de vrijheid beperkt van het bestuur om nieuwe aandelen uit te geven zonder voorkeursrecht voor bestaande aandeelhouders.

De beschermingsconstructies in Nederland zijn op zich geen probleem voor Calpers. Die gaan pas een rol spelen als het rendement van een bedrijf onder het niveau blijft. In bedrijven met overmatige bescherming ziet Calpers niets. Koninklijke PTT Nederland, dat binnenkort met overvloedige protectie naar de beurs gaat, maakt alleen een kans bij Calpers als zij zwaar in de beursindex weegt. “Anders zouden wij de problemen zelf opzoeken”.

    • Menno Tamminga