Zeven seconden onschuldig; De wenende stem van popzanger Youssou N'Dour

De Senegalese popzanger Youssou N'Dour beschouwt zichzelf als de moderne versie van de traditionele Westafrikaanse stamtroubadour. Op zijn nieuwe cd, die komende week uitkomt, paart hij opzwepende muziek aan melancholieke teksten. “Ik zing niet over het exotische Afrika van de jungle, de hutten, de mensen in de bomen. Ik zing over het Afrika van de stad.”

The Guide van Youssou N'Dour komt op 25 april uit bij Sony. Optredens: 19 mei Paradiso Amsterdam, 26 mei Nighttown R'dam, 12 juni op het Festival Mundi in Tilburg

'I don't want to see you fade away, Africa!', zingt de Senegalese zanger Youssou N'Dour op zijn nieuwe album The Guide. Er hangt een donkere sluimer over de meeste liederen, de nerveuze ritmes en opzwepende percussie ten spijt. De muziek is uitdrukkelijk 'without a smile', zoals een van de nummers op de cd heet; bedoeld om de grimas te tonen van een continent dat door het Westen is afgeschreven.

“Afgeschreven of niet, Senegal is een prachtig, warm land,” zegt Youssou N'Dour. “Kijk nou toch eens naar die regen, hier, die grauwe luchten! Dit is Europa, voor veel van mijn landgenoten nog altijd het paradijs. Nee, zelf zie ik geen enkele reden om elders te wonen. Waarom? Dakar heeft toch een vliegveld!”

Youssou N'Dour (35) noemt zichzelf een moderne 'griot', een 'gardien de l'histoire'; hij plaatst zichzelf in de traditie van vertellers en troubadours die in de stammencultuur van West-Afrika een vooraanstaande rol innemen. Hij zingt in de taal van zijn eigen stam, het Wolof, maar af en toe klinken in zijn teksten ook Franse woorden door. Tot 1960 was Senegal een Franse kolonie.

Tijdens optredens draagt N'Dour traditionele kledij, maar de stem die hij laat horen is die van een nieuwe generatie van jonge Afrikanen. “Ik zing niet over het exotische Afrika van de jungle, de hutten, de mensen in de bomen. Dat Afrika bestaat ook, het Afrika zoals het Westen het graag ziet, maar ik zing over het Afrika van de stad, het moderne Afrika. Het gebied waar traditie en moderniteit zich met elkaar mengen. Ik kom zelf uit de medina van Dakar, een ruige volksbuurt waar een baaierd van culturen en stammen gedwongen is met elkaar te leven. Die gemeenschap ken ik, en daar zing ik over.”

Youssou N'Dour begon als jongetje met het zingen van ceremoniële liederen tijdens besnijdingsrituelen, daarna werd hij zanger van Afro-Cubaanse popmuziek in The Miami, een nachtclub in Dakar. Op zijn eenentwintigste vormde hij een dansgroep die in heel Afrika bekend zou worden: de Super Etoile de Dakar. Met deze groep ontwikkelde N'Dour een eigen stijl van muziek: de mbalax, een moderne versie van traditionele Senegalese teksten en ritmes, met springerige talking drums en funky arrangementen. Het meest herkenbaar is het geluid van N'Dour echter aan zijn buigzame en hoge, bijna wenende stem en de vettige roffel van de drumstokjes, gemaakt van vers gesneden tama-hout. Het zijn die soepele drumstokjes waarmee N'Dour zijn muziek zo nerveus en opwindend weet te maken.

Gok

Youssou N'Dour heeft veel te danken aan de Engelse popster Peter Gabriel. Zonder hem zouden de grote platenmaatschappijen waarschijnlijk nooit de gok hebben gewaagd om N'Dours muziek naar Europa te exporteren. Gabriel zag de zanger in 1985 optreden in The Miami, en bood hem meteen een contract aan om samen te werken. Youssou ging op de uitnodiging in. Hij ging op tournee met Gabriel, die ook zijn eerste soloplaat produceerde. Sinds N'Dour bekendheid verwierf in het buitenland, geeft hij zijn nummers Engelse titels.

Door het grote publiek werd N'Dour ontdekt in 1988, tijdens het legendarische Nelson Mandela festival in London, waar hij zij aan zij stond met Sting, Bruce Springsteen en Tracy Chapman. N'Dour groeide uit tot een charismatisch entertainer. Zijn onbezorgde dansmuziek verving hij door nummers over apartheid en over de ontheemding van Senegalese immigranten in Europa.

“Tien jaar geleden maakte ik een lp die Immigrés heette. Over dat onderwerp zou ik nog steeds een nieuw album kunnen samenstellen. Zoveel vrienden van mij zijn vertrokken. Want het probleem van de immigratie, zoals het hier heet, is voor ons vooral een probleem van emigratie. Het is triest, maar in tien jaar tijd is er maar weinig veranderd. Families raken ontwricht, Afrika drijft haar bewoners de wereld in, en de immigranten worden in Europa ook weer uitgespuugd.”

Het internationale succes heeft Youssou N'Dour niet blasé gemaakt. Hij neemt zijn taak als zanger uiterst serieus, en omschrijft zichzelf graag als een 'ambassadeur' van een nieuw Afrika. Sinds vorige zomer is daar een officieel ambassadeurschap aan toegevoegd. Niet van Senegal, maar van Unicef. Zijn maatschappelijke activiteiten belemmeren hem niet om ieder weekend nog steeds op te treden in nachtclubs in Dakar. Overdag experimenteert hij in de studio met steeds langere liederen. In 1993 resulteerde dat in een Afrikaanse soort van opera, die in de Parijse Opéra Bastille in première ging.

Voor The Guide zocht N'Dour contact met de Amerikaanse cineast Spike Lee, die een eigen label, 40 Acres and a Mule, in het leven heeft geroepen om de erfenis van Afro-Amerikaanse muziek te verbreiden. “Ik bewonder Lee's aanpak van raciale problemen in zijn films. Net als in Lee's films is het in mijn muziek niet de harmonie, maar juist de botsing tussen twee culturen die interessant is. Het opbotsen van de westerse middelen tegen de Afrikaanse ritmes en geluiden. Het is een opzwepende paringsdans. Ondanks de toenadering tot het westen blijft in mijn muziek het Afrikaanse zijn waardigheid behouden. Nee, ik offer niets op.

“Voor mij is muziek de eerste taal, de enige wereldtaal tussen de mensen. Muziek vereenvoudigt de communicatie. Ik praat met de mensen via mijn muziek, mijn teksten, mijn thema's. Door mijn muziek ontdekken de Europeanen ook een beetje het huidige Afrika, de cultuur. Misschien dat jullie respect voor ons continent er wat door wordt vergroot. Over het algemeen vind ik dat jullie maar weinig respect hebben voor Afrika. Afrika is niks in jullie ogen, een stinkende put, een broeinest van wreedheid en oorlog, aids en honger, een reservaat. Voor een deel is dat terecht, voor een deel beslist niet. Dat kan niet genoeg duidelijk gemaakt worden.”

Sombere waas

The Guide, het nieuwe album van N'Dour, werd door hemzelf geproduceerd in zijn eigen Xippi Studio's in Dakar. Over veel nummers hangt een sombere waas. Uit sommige nummers spreekt woede, maar zelfs de opmerkelijke Dylan-cover 'Chimes Of Freedom' klinkt in de huidige adaptatie van N'Dour eerder angstaanjagend en bezwerend dan hoopgevend. Het nummer 'Without A Smile' is exemplarisch voor de melancholieke toon van het album, die voor een deel verklaard kan worden door het jazzy saxofoongeluid van Branford Marsalis. Het nummer vertelt een verhaal van een herder die zijn stam is kwijtgeraakt. De droogte is gekomen, de dieren zijn weg, en de herder is alleen verder getrokken. 'Het is niet omdat ik niet van jullie hield dat ik vertrok', zingt Youssou N'Dour. 'In mijn hart ben ik bij jullie.' In 'Seven Seconds', een duet met de Zweeds-Amerikaanse Neneh Cherry, zingt N'Dour, onder begeleiding van elegische, zwaarmoedige akkoorden, over een kind dat meteen bij de geboorte al ten prooi valt aan een corrupte maatschappij. Slechts zeven seconden lang was het onschuldig, had het geen idee van 'the tone the skin is living in.'

Het opvallendste nummer is 'How You Are', over jonge Afrikanen die het lot in eigen hand nemen en zich niet langer laten ringeloren door corrupte politici en dictators. Het refrein van het nummer is een litanie van Afrika's gevecht voor vrijheid en onafhankelijkheid. Juli 1947, Liberia/ december 1951, Libië/ Oktober 1959 Guinea/ Juni 1960 Senegal/ Juli 1962, Algerije. Het opeenvolgende rijtje van landen die zichzelf bevrijd hebben maakt echter geen glorieuze indruk; dertig, veertig jaar later na het verkrijgen van de onafhankelijkheid is de vrijheid en welvaart in de meeste van deze landen nog altijd ver te zoeken.

“De strijd gaat door. Al deze landen hebben nog steeds meer vrijheid nodig. Ook de dekolonisatie gaat door, maar dan op een andere manier. Misschien is het wel goed dat het westen haar interesse in Afrika kwijt is. Nu moeten we het echt helemaal zelf zien te rooien.”

Net als de meeste landen uit 'How You Are' is Senegal overwegend islamitisch. Maar voor fundamentalisme, zoals in Noord-Afrika en Soedan, is Youssou N'Dour niet bevreesd. “Bij ons heeft de islam zich vanaf het begin vermengd met de traditionele stammenculturen. De mensen streven niet naar een fundamentalistische staat, op dit moment. Zolang religie en politiek gescheiden blijven, is er geen gevaar. Persoonlijk vind ik religie eerlijk gezegd belangrijker dan politiek. Maar het moet erboven kunnen staan. In de religie moeten we iets spiritueels zien te behouden, een moraal. Dat is in ons belang, als tegenwicht voor de macht van de politiek. De politici moeten bang zijn voor iets. Voor religie kunnen ze bevreesd zijn.

“Ik becommentarieer vooral de maatschappij in mijn liederen, het is niet mijn doel om een spirituele of symbolische boodschap uit te dragen aan het westen. Ik ben maar een eenvoudige griot. Geen spiritueel leider. Mijn gebed is het lied.”

    • Serge van Duijnhoven