Vrouw mag na juridische strijd vader leren kennen

De Hoge Raad heeft bepaald dat kinderen het recht hebben te weten van wie zij afstammen. De instellingen voor ongehuwde moederzorg nemen de uitspraak sportief op.

EINDHOVEN, 22 APRIL. Wekenlang had ze in haar kraampje waarmee ze met zelf gebreide kinderkleertjes op de Eindhovense markt staat een eigenhandig geborduurd bord hangen met de tekst: “Mogen kinderen waarvan de moeders nog in leven zijn hun afstamming weten?” Sinds de Hoge Raad vorige week daarop voor zover het meerderjarigen betreft bevestigend antwoordde, heeft de 50-jarige Riet Monteyne er bordjes naast gezet met “Ja, ja, ja”.

Marktbezoekers feliciteren haar met het resultaat van een vijf jaar durende juridische strijd, die uiteindelijk leidde tot een algemeen recht op inzage in afstammingsgegevens. Thuis komen nog elke dag bloemen en vele telefoontjes met dankbetuigingen binnen. Lotgenoten, zoals ze ze noemt, melden haar dat ze de weg naar hun dossiers opgaan.

Bij het Fiomhuis Valkenhorst in Breda, waar ze in 1989 met een 31 dagen durende hongerstaking in een gammel tentje haar gevecht begon, melden zich sinds de uitspraak gemiddeld acht mensen per dag voor inzage. Valkenhorst, het vroegere Moederheil, waar Monteyne in 1944 werd geboren als kind van een ongehuwde moeder, nam de uitspraak sportief op, hoewel de partijen soms als kat en hond tegenover elkaar stonden. “Het bestuur is verheugd over het feit dat zij na de beslissing van de Hoge Raad in staat is personen die op zoek zijn naar hun wortels verder te helpen”. Aan deze zin in de persverklaring voegt directeur P.L.M. Vloet toe: “En dat menen we van ganser harte”.

Ook bij andere Fiomhuizen (Fiom staat oorspronkelijk voor Federatie van Instellingen voor de ongehuwde moederzorg, red.) komen sinds de uitspraak verzoeken om inzage binnen. Voorzitter P. Nouwens van het directieberaad van de Fiomhuizen en directeur van het tehuis In de Bocht in Goirle: “Ik ben zonder meer gelukkig met de uitspraak. In ons huis gaven we al langer inzage tenzij de moeder in het dossier zelf had aangegeven dat ze daar niet van was gediend. Maar dan gingen we toch verder op zoek via het maatschappelijk werk of de ambulante Fiom om te kijken of we in contact konden komen met de moeder. De uitspraak van de Hoge Raad vergemakkelijkt ons werk dus zeer aanzienlijk.”

Cassatie-advocaat J.C. van Oven uit Den Haag die de zaak voor de Hoge Raad behandelde: “Eerlijk gezegd kwam de uitspraak voor mij niet als een verrassing. Het zou me verbaasd hebben als mijn cliënten geen gelijk hadden gekregen want alle commentaren van rechtsgeleerden wezen in die richting. Wat me wel is meegevallen is de radicaliteit waarmee de Hoge Raad de kwestie heeft opgelost zodat problemen in andere zaken de kop niet meer kunnen opsteken.”

Zonder meer euforisch was Monteyne na de uitspraak van de door haar en vier andere lotgenoten aangespannen procedure, waarin een van de vijf als eiseres optrad. “Even werd het me te kwaad en kon ik mijn oren niet geloven”. Voor naar schatting 60.000 kinderen waren de kastanjes uit het vuur gehaald. De Hoge Raad stelde het in zijn arrest als volgt: “Het recht op respect voor het privéleven van de moeder moet wijken voor het recht van het meerderjarig kind om te weten door wie zij is verwekt”. Eerdere uitspraken van de rechtbank in Breda en het gerechtshof in Den Bosch werden daarmee vernietigd. Valkenhorst moest binnen vijf dagen inzage geven in het dossier van de eiseres. De instelling werd veroordeeld tot de proceskosten die tot meer dan 10.000 gulden zijn opgelopen. Valkenhorst heeft deze week het beleid aangepast. Wel wijst het in een verklaring erop niet te kunnen instaan voor de juistheid, de betrouwbaarheid en de gevolgen van de gegevens die ter inzage worden gevraagd. Degenen die inzage vragen moeten schriftelijk verklaren dat ze zich daarvan bewust zijn.

De Hoge Raad sprak zich uitdrukkelijk niet uit over de rechten van kinderen die zijn geboren door kunstmatige inseminatie. Dit wetsontwerp Donorgegevens kunstmatige inseminatie ligt bij de Tweede Kamer.

De acties kostten Monteyne een deel van haar gezondheid, vermoedelijk ten gevolge van de langdurige hongerstaking. Om de kosten te dekken moest ze de helft van haar inboedel verkopen. Haar stichting Afstammingskinderen kreeg nooit een cent subsidie en geen enkele financiële bijdrage, volgens Monteyne omdat “niemand er in geloofde”.

Gisteren stuurde ze een fax naar Valkenhorst met de mededeling dat ze haar binnenkort kunnen verwachten. De eiseres in de procedures is inmiddels tot de ontdekking gekomen dat haar dossier in Valkenhorst is verdwenen na een wateroverlast in 1965 in het archief. Volgens Monteyne zouden er van de 5000 dossiers daardoor nog 2943 over zijn, maar volgens directeur Vloet van Valkenhorst moeten het er veel meer zijn. In 60 tot 70 procent van de dossiers staan volgens Vloet de namen van de vaders genoemd.

Monteyne: “Niet dat ik trillende knieën heb, maar wel ben ik nogal geëmotioneerd in het vooruitzicht dat ik het dossier in handen zal krijgen. Ik wil van de ene kant dolgraag mijn gegevens kennen omdat ik dan misschien antwoord kan krijgen op vragen die me al mijn hele leven lang bezighouden. Van wie heb ik de creativiteit en mijn zweetvoeten, mijn gestalte en de kleur van mijn haren, mijn drammerigheid, mijn drift toen ik kind was en mijn doorzettingsvermogen? Van mijn moeder, weet ik haast zeker, niet. Maar er zit ook een beetje angst bij voor de teleurstelling. Maar je kunt nog altijd beter de waarheid weten dan helemaal niks. Ik hoop een boel informatie te vinden over mijn vader zodat ik de kans krijg volledig te worden, want tot nu toe leefde ik eigenlijk maar voor de helft.”

Dat de naam van haar vader in het dossier van Valkenhorst zit weet ze wèl, niet hoe die luidt en of hij nog in leven is. “Ik weet niet of ik, gesteld dat hij nog leeft, een gesprek met hem zal aangaan. Misschien dat het wel meteen klikt, maar misschien wordt het ook een gesprek met een wildvreemde en zal het nooit komen tot een dochter-vader-relatie.”

    • Max Paumen