Vrijdag 22; Groente-monoloog

Natuurlijk kan het niet meer, wat Wim Sonneveld doet. Het is van vroeger, soms is het bijna pijnlijk passé. Wie kan er nu nog mensen laten lachen door te vertellen dat hij in zijn hotelkamer een beeldschoon meisje aantrof, waarop hij in woede ontstak en tegen haar riep: “Juffrouw, ik geef u vierentwintig uur om op te hoepelen!” En dat dan ook nog uitgesproken door een man die overduidelijk niet in vrouwen is geïnteresseerd en die deze zin onnavolgbaar nichterig uitkraait. Nee, het kan niet meer.

Maar oh, wat is het prachtig. De herhalingen van fragmenten uit Sonnevelds shows die de KRO de komende drie weken op zondagavond uitzendt, stemmen dan ook dankbaar. Als hij opkomt met zijn lange zwiebelbenen waarmee hij zo Frans mogelijke pasjes maakt, want Frankrijk was toen nog een bron van chique inspiratie, en nasaal 'Dames' zegt, 'en heren ook, natuurlijk', dan verheug ik mij op alles wat er gaat komen. Zelfs als het gênant is, wat het soms is. Vooral over seks kan hij veel beter zijn mond houden, want wat er dan uitkomt is allemaal even oubollig en onwaarachtig. De groente-monoloog bijvoorbeeld, over de Fudjoki-eilanden waar seks 'niets' is, maar groenten taboe zijn. Bekkentrekkend grapt hij dat een man en een vrouw betrapt zijn bij het eten van een bord 'spinaaazie'. Nu, dat is schateren.

Was Wim Sonneveld in de tijd van zijn successen ook al zo'n schmierder? Natuurlijk was hij dat, want dat zien we nu terug, maar viel het ook zo op? Zelf was ik te jong destijds om te zien hoe hij aan één stuk door flirt met zijn homoseksualiteit en daardoor de eenvoudigste zinnen een pikante draai geeft. Tegen het mannenkoor: “Jòngens! We gaan zingen. Mannelijk en toch zàcht.” Ik verbaas me erover dat ze dat leuk vonden in de jaren zestig. Tegelijkertijd roept Sonneveld een hevig verlangen op naar die tijd, juist omdat hij voorbij is. Nooit zal meer iemand zò het Nederlands uitspreken, zo deftig en mooi zonder bekakt te zijn. Hoe Sonneveld in de Tearoom-tango zegt: “voelde ik hoe mijn verbèttering ontwaakte”. Verbèttering. Alleen Claudine Witsen-Elias, de voordrachtskunstenares die onder andere gedichten van Nijhoff zei, kon het ook zo: “Een geur van hoger honing, verbètterde de bloemen”. Maar die zou weer nooit zo iets mallotigs als de Tearoom-tango voordragen, waarin een jongeman een vrouw in gedachten 'de schone diva van mijn dromen' noemt. Alles aan dat lied is verouderd, 'je bent veel te dik gepoederd en de mot zit in je hoed' - poeder! mot! - maar toch is het mooi.

Het is het aanstekelijk Sonneveldse van Sonneveld dat maakt dat mij de tranen in de ogen springen als hij zingt dat hij 'nooit, nooit, nooit, nee, nooit' iets anders zou willen zijn dan 'artiest'. Ik geloof hem en ik ben er blij om dat hij 'artiest' is geworden. Nooit had hij iets anders moeten zijn. Zijn zwart opgemaakte en daardoor extra lichtblauwe ogen kijken te onoprecht voor buiten het theater. Zijn armen en benen lenen zich in de eerste plaats voor huppeltjes en zwaaitjes, en met zijn prachtige stem kan hij voornamelijk niet-gemeende dingen zeggen.

    • Marjoleine de Vos