Tristan en Isolde in de goudmijnen; Erotische roman van John Updike

John Updike: Brazil. Uitg. Hamish Hamilton, 240 blz. Prijs ƒ.39,45

In zijn boek met opstellen over beeldende kunst, Just Looking, wijdt John Updike ook een hoofdstukje aan Vermeers Gezicht op Delft. Het is Vermeers enige landschap, noteert de auteur correct, en hij interpreteert, op een overigens dubieuze wijze, een aantal details in het schilderij als het verlangen van de schilder om met dit doek aan de wereld te laten zien dat 'he, Jan Vermeer, could paint anything'.

Het is, voor wie Updikes oeuvre gedurende de afgelopen decennia ook maar enigszins heeft gevolgd, wel heel erg verlokkelijk om deze uitspraak te zien als een in lof verpakte droomwens. Want wat zou Updike dit graag over zichzelf horen zeggen en misschien zelfs uiteindelijk als grafschrift zien: “He, John Updike, could write anything.” Hij werkt er hard aan om als schrijver de geschiedenis in te gaan, die alle genres en alle onderwerpen heeft aangedurfd. Hij schreef poëzie, kinderboeken, toneel, memoires, verhalen, essays en recensies. Hij publiceerde meer dan drie handenvol romans, waarvan sommige lijken voort te spruiten uit juist dat verlangen dat hij Vermeer toeschreef: Updike kan, als hij wil, ook een boek schrijven over politiek oproer in Afrika (The Coup, een overigens geslaagde roman) en hij kan, zo blijkt nu, ook een hedendaagse bewerking van de Tristan-en-Isolde-legende situeren in terra incognita, grond waar nauwelijks een westerling voet heeft gezet, namelijk de onbetreden delen van Brazilie.

Brazil is het verhaal van Tristao en Isabel. Hij is een zwarte straatjongen van negentien uit Rio de Janeiro die met roven aan de kost komt voor zichzelf en zijn van prostitutie nauwelijks meer rondkomende, alcoholische moeder. Zij is het uit gegoede kringen afkomstige blanke meisje aan wie hij op gegeven dag, ergens in de jaren zestig, zijn lot verbindt. Ze huwen symbolisch als hij haar de ring schenkt die hij van een Amerikaanse toeriste heeft gestolen (met het symbool van de Daughters of the American Revolution). Achtervolgd door huurlingen van haar rijke vader vluchten ze, en het pad van hun liefde blijft heel ostentatief binnen Braziliaanse grenzen, maar voert de lezer wel mee door dit hele onmetelijke land: naar de sloppen van Rio, de buitenwijken van São Paulo, het universiteitsmilieu van Brasilia, de goudmijnen van Dourados en vervolgens, in een reeks van hoofdstukken die de meegaandheid van de lezer wel heel erg op de proef stellen, naar de Mato Grosso.

Hier laat de schrijver hen terechtkomen bij een nederzetting van in de tijd gestolde Portugese kolonisten en test hij vervolgens de grenzen van de geloofwaardigheid nog opmerkelijker met een hoofdstuk waarin hij de beide minnaars van huidskleur laat wisselen met behulp van de toverkunsten van een sjamaan. De functie van ras en huidskleur, in de Braziliaanse maatschappij en in het liefdesspel, zijn dan al breed door de schrijver uitgemeten, maar met de door hem zelf gewilde omkering kan hij vervolgens maar weinig aan: hij laat Tristao en Isabel theoretiseren over hoe de seksuele wereld in zekere zin een omkering is van de 'echte' wereld. Maar het blijft een spel met woorden, en als Isabels eigen vader na de terugkeer van het koppel in de hoofdstad de metamorfose van zijn dochter niet eens opmerkt, resteert de vraag of de schrijver genoeg kreeg van zijn truc of al helemaal niet meer wist wat hij overhoop had gehaald.

Yam

Brazil is een uiterst erotisch getoonzet boek, maar de erotiek is, anders dan in eerder werk van Updike, ongeïnspireerd en in sjablonen verwoord. Ik moet me, zij het om andere redenen, aansluiten bij een vrouwelijke recensent die zich afvroeg waarom in hemelsnaam Tristao's geslacht het hele boek door als een 'yam' (zoete aardappel) wordt aangeduid. Ook heb ik niet echt kunnen ontdekken waarom Updike zijn karakters een bij tijd en wijle ridicuul soort taal laat spreken, als amateur-acteurs die hun tekst niet echt aankunnen. “Under the enlightened capitalist policies which have supplanted the dangerous socialist experiments of Quadros and Goulart, I have been privileged to head the team of cleaners while taking night courses that educate me in the mysteries of the new technology,” doceert Tristao's broer, terwijl Isabel zich, als ze tijdelijk noodgedwongen van haar minnaar is gescheiden, afvraagt “Has any harm come to that poor boy whom I so wantonly invited into our shared home?” Is dit om het hoofse karakter van zijn vertelling te onderstrepen?

Al even teleurstellend is het om te zien hoe een schrijver van zijn kaliber, soms op het idiote af, probeert couleur locale te creëren met behulp van allerhande weetjes uit reisgidsen die hij overigens met ontwapenende eerlijkheid in zijn nawoord noemt.

Ik geloof niet dat ik ooit een echt slecht boek van Updike heb gelezen, en er is bij alle kritiek altijd wel een 'but' in zijn geval. Als zijn magie hem niet in de steek laat, is zijn taal ook hier rijk een beeldend als in zijn beste momenten. Maar dit zijn de uitzonderingen in Brazil, voor het overige lijkt me dit de auteur op een van de zwakkere momenten. Tot nader order mag er wat mij betreft dus dit in het marmer worden gehakt. “He, John Updike, could not write anything; but al least he tried.”

    • Jan Donkers