Orkest en publiek hangen aan de lippen van Van Immerseel

Concert: Anima Eterna o.l.v. Jos van Immerseel, fortepiano. Gehoord: 20/4, Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling: 25/4 De Doelen Rotterdam.

Bij Jos van Immerseel gaan fantasie, intuïtie en kennis hand in hand. Hoe dat in z'n werk gaat legde de Belgische pianist-dirigent uit in een interview: “In eerste instantie doe ik, als ik aan een nieuw stuk begin, volledig mijn eigen zin. Vervolgens oriënteer ik mij zo breed mogelijk, om daarna toch mijn eigen zin te doen.”

Zowel vanachter de piano als vanaf de directielessenaar was het Van Immerseel die woensdagavond in Amsterdam de touwtjes in handen had. Anders dan bij Frans Brüggen en zijn Orkest van de Achttiende Eeuw, waar de musici zich vrij lijken te voelen in de zekerheid van de gemaakte afspraken, moeten de orkestleden van het eveneens op historische instrumenten spelende orkest Anima Eterna steeds waakzaam spieden naar 'de baas', want het is nooit te voorspellen wat hij zal gaan doen.

Als solist aan de fortepiano speelde hij de eerste variatie in het langzame deel uit Mozarts Pianoconcert KV 456 introvert en stamelend, het was of hij moeizaam bezig was een gedachte te formuleren. De musici en het publiek hingen aan zijn lippen en zo ontstond er een zeldzame sfeer van communicatie. Van Immerseels vondsten hebben de overtuigingskracht van een heel persoonlijke uitspraak die gebaseerd is op diepgaande kennis van de materie. In het Mozartjaar 1991 bleek dit uit zijn complete cd-uitgave van de pianoconcerten, maar zijn interpretatie is voortdurend in beweging. Klonk zijn rubato vroeger nog wel eens gemaniëreerd, nu ademde het een werkelijke vrijheid, en de zelfgemaakte cadens in het laatste deel bleef weliswaar binnen de stijlmogelijkheden van Mozart, maar was toch onmiskenbaar Van Immerseel.

Een puur genot waren de sforzati in het orkest die zoevend vanuit de bas werden aangezet. De klank van Anima Eterna is trouwens steeds stevig verankerd in de lage strijkers en een royaal aantal altviolen was hierbij ingezet. Zo werd de orkestklank gevormd naar kamermuziek-model, en ook in Arriaga's verrukkelijke Rossini-achtige ouverture en Beethovens Tweede symfonie kregen de hoge stemmen nooit de overhand. Intiem en levendig klonk Beethoven, vol humor en verrassingen.

    • Katja Reichenfeld