Ongehoorzame katholieken strop voor het CDA

Bisschop H. Bomers maakte een week geleden in Utrecht gebruik van het recht op vrije meningsuiting in de katholieke kerk.

Vorig jaar al heeft hij zijn lidmaatschap van het CDA opgezegd en nu was hij prominent aanwezig op een bijeenkomst, waarin de christelijke koers van het CDA werd gekritiseerd. In zijn toespraak gaf hij geen stemadvies. Hij sprak niet over het Mandement, dat veertig jaar geleden, ondertekend door alle bisschoppen, in Utrecht verscheen. Als het katholieke volksdeel toen naar de bisschoppen had geluisterd, zou het CDA zich nu geen enkele zorg behoeven te maken over de verkiezingsuitslag op 3 mei. Na lang beraad hadden de bisschoppen een herderlijk schrijven uitgegeven over 'De katholiek in het openbare leven van deze tijd'. Het groenwitte boekje werd op die zondag in mei verkocht bij de deur van de kerk - waar toen nog bijna iedereen kwam. De gelovigen hadden tijdens de dienst al een korte samenvatting gehad van de vermaningen in het derde deel van het Mandement. Daarin werden de 'vijanden' genoemd waartegen zij zich blijvend moesten beschermen: liberalisme, humanisme, Bond voor Sexuele Hervorming, het NVV, de VARA, de EVC en de CPN. De sancties klonken bits en hard. “Wij handhaven de bepaling dat de heilige sacramenten moeten geweigerd worden - en, als hij zonder bekering sterft, ook de kerkelijke begrafenis - aan de katholiek, van wie bekend is, dat hij lid is van een socialistische vereniging, of dat hij, zonder lid te zijn, toch geregeld socialistische geschriften of bladen leest of socialistische vergaderingen bijwoont.” Dat was duidelijke taal. Het lidmaatschap van de Partij van de Arbeid, waar sommige katholieke intellectuelen mee heulden, werd ontraden. Daaraan werden geen sancties verbonden. De eerder genoemde bepalingen dateerden al van kort na de oorlog en werden hier alleen herhaald. Iedereen was ze blijkbaar vergeten.

Deze voor veel landgenoten discriminerende bepalingen gingen als een lopend vuurtje door het land. De toch al heetgebakerde mr. J. Burger, fractieleider van de PvdA, had op dezelfde zondag juist een spreekbeurt tijdens een VARA-zomerfeest in het Vondelpark te Amsterdam. “Het is nog altijd zo, dat actie reactie wekt. Deze katholieke beslissing zal gevoelens van verwijdering, onbehagen en verzet tot gevolg hebben bij het niet-katholieke deel van de bevolking. Ons land is daarbij niet gebaat.” Toen hij vertelde over de sacramentenweigering 'stegen kreten van afkeuring uit zijn gehoor op' (De Telegraaf). Iemand in Rhenen hoorde deze toespraak voor de VARA-radio en stak alvast maar de aldaar pas gebouwde katholieke noodkerk in brand.

Sindsdien waren de katholieken niet meer wat ze waren geweest en begon de politieke stabiliteit af te nemen. Een historicus spreekt van een 'sociaal-politieke boemerang'. Alles kwam in beweging: “voorop het bisschoppelijk gezag, dan de vrijheid van de leek, de verzuiling, de oecumenische samenwerking, de maatschappelijke tolerantie, irenisme en integralisme, heel de verhouding Kerk-Wereld. Antipapisme aan niet-katholieke, verslagenheid aan katholieke zijde leken met een slag de oude kampen weer in ere hersteld te hebben; en toen bekend werd dat enkele ondertekenaars tot de meest verslagenen behoorden, leek modern bisschoppelijk beleid voorgoed een hersenschim.” (J. van Laarhoven).

De oproep in het Mandement was zeker ook politiek geïnspireerd. Bij de verkiezingen van 1952 was de KVP teruggegaan van 31 procent naar 28,7 procent en de PvdA steeg van 25,6 procent naar bijna 29 procent. De sympathieke verzetskardinaal J. de Jong had het Mandement ook ondertekend, al zal hij er wegens zijn ziekte niet veel van hebben geweten. Kort tevoren had hij nog gezegd, dat hij in de politiek liever met de christelijken wilde samenwerken dan met de socialisten “maar dat laatste is een minus malum, dat wij moeten aanvaarden, vooral terwille van de arbeidsvrede. Daarom vind ik een scherpe kritiek op de PvdA niet verstandig. Dat zijn natuurlijk ook marxisten, maar zij houden er heel wat van het communisme af”. Zijn plaatsvervanger-hulpbisschop mgr. B. Alfrink zei mij over de functie van het Mandement dat het een zaak was van praktisch pastoraal beleid. “Je gaat toch niet je eigen eenheid als groep prijsgeven? Dat is net alsof je op een dijk staat, die juist tegen doorbraak moest beschermen, en je laat toe dat ze daarin allerlei breuken gaan aanbrengen.” Alfrink zorgde er later voor, dat het weer goed kwam tussen de KAB en het NVV, dat uit boosheid de band met de Raad van Vakcentrales verbrak.

De bisschoppen hadden de doorbraak van een groot deel van de katholieken willen tegenhouden. Maar dat lukte niet. De kleine protestgroep van katholieken in de PvdA en in de redactie van 'Te Elfder Ure' - waarbij de latere CDA-profeet prof. P. Steenkamp - hadden weinig tot die mislukking bijgedragen. De vernieuwingsbeweging van het Tweede Vaticaans Concilie stimuleerde de nadruk op de persoonlijke verantwoordelijkheid van de gelovigen. Net als vele andere christelijke broeders en zusters raakten zij in een proces van individualisering. Daarmee verspeelden zij geleidelijk aan hun politieke positie, met als sterke onderbouw de katholieke identiteit, waarop andere politieke partijen jaloers waren. Katholieken gingen zich in politiek en moreel opzicht steeds meer aanpassen aan de moderniteit. Het CDA werd een politiek-oecumenisch experiment, dat beter slaagde dan de PvdA van na de oorlog met haar protestantse, katholieke en humanistische werkgroepen, die politiek niets hadden in te brengen. De zorgzame samenleving werd de verantwoordelijke samenleving, maar de zogenaamde particuliere organisaties moesten onder druk van toenemende bezuinigingen steeds meer fuseren. Het 'subsidiariteitsbeginsel' van de katholieke encycliek 'Quadragesimo Anno' deed ineens wonderen. Het werd vertaald in decentralisatie naar de gemeenten, die vaak met identiteit geen rekening hielden. Het was afgelopen met de toverformule 'baas in eigen huis, en het huis ten laste van de gemeenschap' (J. van Doorn). Uit sociologisch onderzoek bleek dat de katholiek een middenfiguur was geworden in de Nederlandse cultuur: hij staat tussen protestanten en onkerkelijken in. En deze drie 'groepen', die sociologisch geen groepen meer zijn, denken individueel vaak heel serieus na over geloof en levensbeschouwing. Toen een bekend Nederlands politicus - het was niet prof. P. Steenkamp - een privé-gesprek had met Paus Johannes-Paulus II over de zorgelijke toestand in ons land boog hij zich licht voorover en zei: '15 miljoen theologen in Nederland, dat kan toch niet'. Even afwachten hoeveel van die 'theologen' op het CDA stemmen. Wordt het geen succes dan ligt dat niet aan Brinkman, maar aan de ongehoorzaamheid van de katholieken.

    • Walter Goddijn